Grote
banken hebben geen demo met nepmunten gedraaid. Project Agorá verplaatste in juli echt geld via tokenized bankrails.
Volgens de
Bank for International Settlements voerden 28 financiële instellingen en centrale banken real-value tests uit. Samen verwerkten zij ongeveer 800.000 Zwitserse frank aan transacties.
Dat bedrag is klein voor grootbanken. De betekenis zit ergens anders: de tokens vertegenwoordigden echte centrale-bankreserves en echte commerciële bankdeposito’s.
Afwikkeling duurde gemiddeld 80 seconden
De test bestond uit 17 betalingsscenario’s. De bedragen lagen tussen 9.000 en 125.000 Zwitserse frank, of vergelijkbare bedragen in lokale valuta.
De scenario’s omvatten zakelijke betalingen, interbancaire betalingen, single- en dual-currencybetalingen, payment-versus-payment-transacties en overboekingen binnen bankgroepen.
Gemiddeld duurde het ongeveer 80 seconden vanaf het starten van een betaling tot definitieve afwikkeling. Dat gebeurde terwijl het prototype nog niet volledig was geïntegreerd met RTGS-systemen en core-bankingsoftware.
RTGS staat voor real-time gross settlement. Dat zijn de systemen waarmee centrale banken grote betalingen tussen financiële instellingen definitief afwikkelen.
De
BIS benadrukt dat de proef wel aansloot op bestaande ISO 20022-standaarden. Daardoor konden testtransacties communiceren met betaal- en rapportageberichten die banken nu al gebruiken.
Wat werd precies getokenized?
Project Agorá gebruikt twee vormen van tokenized geld.
Centrale banken kunnen reserves als digitale tokens registreren. Commerciële banken kunnen deposito’s als tokens uitgeven.
Die tokens bewegen vervolgens op een gedeeld programmeerbaar platform. Betalingen kunnen daardoor atomair worden afgewikkeld.
Atomair betekent: alles gebeurt tegelijk, of niets gebeurt. Dat is vooral belangrijk bij valutatransacties.
In het huidige systeem kan één partij al betaald hebben terwijl de andere kant van de transactie nog niet definitief rond is. Bij payment-versus-payment worden beide benen tegelijk afgehandeld.
Dat verlaagt afwikkelingsrisico. Het maakt de geldstroom ook beter zichtbaar voor betrokken partijen.
Geen stablecoin voor consumenten
Project Agorá lijkt op crypto, maar is geen publieke stablecoin.
De tokens vertegenwoordigen bestaande vormen van bankgeld. Centrale-bankreserves blijven centrale-bankreserves. Een tokenized deposito blijft een deposito bij een commerciële bank.
De BIS stelde eerder in zijn
Project Agorá-rapport dat
tokenisatie de juridische aard en verplichtingen van deze geldvormen niet verandert.
Daarmee kiest Agorá een andere route dan Tether of Circle. Geen publieke token die vrij op open blockchains circuleert, maar gereguleerd bankgeld op een gedeeld platform.
De bestaande tweelaagse structuur blijft dus intact. Centrale banken leveren de uiteindelijke vertrouwensbasis. Commerciële banken houden hun klantrelatie en depositolaag.
De technologie beweegt richting blockchain. De macht blijft bij banken en centrale banken.
Banken testen niet langer alleen simulaties
De stap naar echte waarde is belangrijk.
Veel tokenisatieprojecten blijven hangen in pilots zonder geldrisico. Project Agorá ging verder door echte betalingswaarde te verplaatsen onder gecontroleerde omstandigheden.
Ongeveer 250 medewerkers uit de publieke en private sector deden mee aan de test. Daarbij werden niet alleen technische onderdelen beoordeeld, maar ook operationele, governance-, compliance-, risico- en juridische processen.
SIX trad op als operationele facilitator. Kaleido ondersteunde de uitvoering als technologiepartner.
Dat maakt de proef geen commercieel product. Maar het bewijst wel dat banken de organisatorische machine rond tokenized settlement serieuzer testen.
Europa zit aan tafel
De euro maakte deel uit van de projectomgeving. De Banque de France vertegenwoordigt het Eurosysteem binnen Project Agorá.
Volgens de
ECB sluiten de inzichten uit Agorá aan bij Pontes en Appia. Pontes moet DLT-platforms koppelen aan TARGET Services. Appia richt zich op een langetermijnvisie voor een Europees tokenized financieel systeem.
Voor Nederlandse en Belgische bedrijven kan dit op termijn belangrijk worden. Internationale betalingen kunnen sneller worden, met betere statusinformatie en minder geld dat vastzit bij tussenbanken.
Maar dat is nog geen directe productbelofte. Project Agorá blijft een experimenteel prototype.
De richting is wel duidelijk. Europese centrale banken en commerciële banken willen tokenized geld gebruiken zonder het bestaande gereguleerde systeem los te laten.
Concurrentie voor stablecoins
Voor crypto is dit geen directe impuls voor Bitcoin of Ethereum. Het is wel een signaal dat banken functies overnemen die jarenlang vooral met blockchain werden geassocieerd.
Snellere afwikkeling. Programmeerbaar geld. Betere zichtbaarheid. Mogelijk ruimere openingstijden.
Als banken die voordelen met tokenized deposito’s en centrale-bankreserves kunnen leveren, krijgen stablecoins concurrentie in de zakelijke markt.
Voor retailbetalingen blijven publieke stablecoins aantrekkelijk door brede beschikbaarheid en open toegang. Voor grootbanken telt iets anders: juridische finaliteit, compliance, tegenpartijrisico en aansluiting op bestaande systemen.
Daar heeft Project Agorá zijn sterkste kaart.
Geen eindproduct, wel een grens die verschuift
De proef verwerkte maar ongeveer CHF 800.000. Dat is niets vergeleken met dagelijkse wholesale-betalingen.
Toch is dit geen klein nieuws. De stap van simulatie naar real-value testing verschuift de grens.
Tokenized bankgeld wordt niet alleen meer besproken in beleidsrapporten. Het wordt met echte waarde getest door instellingen die het bestaande betalingsverkeer al domineren.
Voor cryptobeleggers is de les nuchter. Tokenisatie kan hard groeien zonder dat publieke tokens automatisch de grootste winnaars worden.
Banken bouwen hun eigen rails. Niet om crypto te kopiëren, maar om de bruikbare onderdelen binnen hun eigen systeem te trekken.
Project Agorá laat zien hoe dat eruitziet: blockchainachtige afwikkeling, maar met bankgeld, bekende deelnemers en centrale banken aan de basis.