BIS stablecoins (1)

BIS waarschuwt: stablecoins missen basis voor betalingen op grote schaal

Internationaal29 aug , 16:21
Stablecoins kunnen geld binnen seconden over een blockchain sturen. Voor betalingen op grote schaal is dat volgens BIS-topman Pablo Hernández de Cos nog niet genoeg.
Hij ziet drie zwakke plekken: stablecoins handelen niet altijd exact tegen hun nominale waarde, verschillende netwerken sluiten slecht op elkaar aan en self-custody bemoeilijkt financieel toezicht.
Zijn alternatief ligt opvallend dicht bij het bestaande banksysteem: tokenized deposits.

BIS-topman kiest voor tokenized deposits

Hernández de Cos zette zijn visie vrijdag uiteen tijdens het Jackson Hole Economic Symposium.
In zijn officiële speech stelt hij dat stablecoins en tokenized deposits naast elkaar kunnen bestaan.
De rollen zouden volgens hem alleen verschillend moeten zijn.
Tokenized deposits moeten in zijn voorkeursmodel het grootste deel van dagelijkse betalingen en grote financiële afwikkelingen dragen.
Stablecoins kunnen een gespecialiseerde rol houden, bijvoorbeeld binnen decentrale leenmarkten.
Dat is geen oproep om stablecoins te verbieden.
Het is wel een duidelijke keuze voor bankgeld als basis wanneer digitale betalingen zeer groot worden.

Wat zijn tokenized deposits?

Een tokenized deposit is in de kern gewoon een banktegoed.
Het verschil zit in de techniek.
In plaats van alleen in de gewone administratie van een bank kan het tegoed als programmeerbare digitale representatie op een gedeeld digitaal netwerk worden gebruikt.
De verplichting blijft bij de bank liggen.
Bij betalingen tussen verschillende banken kan de uiteindelijke afwikkeling via centralebankgeld verlopen.
Daarmee probeert het model programmeerbaarheid te combineren met het bestaande monetaire stelsel.

Probleem één: één digitale dollar is niet altijd één dollar

Het eerste bezwaar van Hernández de Cos draait om wat centrale bankiers de singleness of money noemen.
In normaal bankverkeer hoort één euro bij bank A dezelfde nominale waarde te hebben als één euro bij bank B.
Bij stablecoins is dat minder vanzelfsprekend.
Hernández de Cos gebruikt USDT en USDC als voorbeeld.
Stel dat iemand $1 aan USDT bezit, maar de ontvanger alleen USDC accepteert. De verzender moet dan eerst USDT verkopen en USDC aanschaffen.
Beide tokens proberen één dollar waard te blijven.
Toch handelen ze op markten niet ieder moment exact op $1.
Onder stress kunnen die afwijkingen groter worden.
Daardoor bestaat volgens de BIS-topman geen mechanisme dat altijd garandeert dat verschillende stablecoins één-op-één tegen nominale waarde kunnen worden uitgewisseld.

Bankdeposito's hebben een andere ankerlaag

Bij tokenized deposits ziet Hernández de Cos dat probleem kleiner.
Het digitale tegoed blijft een schuld van een gereguleerde bank.
Wanneer bank A naar bank B betaalt, kan de onderlinge verrekening uiteindelijk plaatsvinden via rekeningen bij de centrale bank.
Dat centralebankgeld vormt de gemeenschappelijke basis.
Volgens Hernández de Cos helpt dit voorkomen dat gebruikers zich telkens moeten afvragen of de ene digitale euro werkelijk evenveel waard is als de andere.
Voor dagelijks betalingsverkeer is dat volgens hem een groot voordeel.

Probleem twee: blockchains praten slecht met elkaar

Het volgende bezwaar gaat over verschillende netwerken.
Een stablecoin kan tegelijk bestaan op Ethereum, Solana, Tron en andere blockchains.
Voor de gebruiker ziet de naam er hetzelfde uit.
Technisch zijn de tokens echter niet automatisch tussen die netwerken overdraagbaar.
Daarvoor zijn extra routes nodig.
Denk aan bridges, handelsplatformen of andere schakels die waarde van het ene netwerk naar het andere verplaatsen.
Dat brengt kosten en nieuwe risico's mee.
De blockchain maakt een token dus programmeerbaar, maar creëert niet vanzelf één gezamenlijke geldlaag.

Tokenized deposits hebben hetzelfde probleem nog niet opgelost

Hier geeft Hernández de Cos zijn eigen voorkeursmodel een belangrijke beperking mee.
Tokenized deposits zijn vandaag óók versnipperd.
Veel bankprojecten draaien op gesloten systemen die niet rechtstreeks met elkaar communiceren.
Sterker nog: volgens Hernández de Cos bestaat momenteel geen breed multi-bank- en internationaal netwerk waarin tokenized deposits volledig interoperabel worden uitgegeven.
Dat systeem moet dus nog worden gebouwd.
Het verschil zit vooral in hoe centrale banken het probleem willen oplossen.
Tokenized central bank reserves zouden als gemeenschappelijke settlementlaag kunnen dienen waarmee digitale banktegoeden tussen banken tegen par worden afgehandeld.
Dat is een ontwerp voor de toekomst.
Geen wereldwijd systeem dat vandaag al draait.

Probleem drie: self-custody botst met toezicht

De derde zorg gaat over financiële integriteit.
Stablecoins kunnen rechtstreeks van de ene privéwallet naar de andere worden gestuurd.
Daar hoeft niet bij iedere stap een bank of exchange tussen te zitten die de gebruiker identificeert.
Voor de eigenaar is dat juist een kracht van publieke crypto.
Voor toezichthouders maakt het controle op witwassen en terrorismefinanciering moeilijker.
Hernández de Cos wijst daarbij op de grote hoeveelheid stablecoins in self-custody.
Een BIS-lezing uit juni verwees naar onderzoek waaruit bleek dat meer dan 70% van de stablecoinsaldi in self-custody wallets zat.
Slechts ongeveer 11% van de onderzochte transacties kon geografisch worden gekoppeld.

Self-custody is niet hetzelfde als illegaliteit

Dat cijfer vraagt wel om precisie.
Een token in een eigen wallet is niet verdacht omdat een gebruiker zelf de sleutels bewaart.
Self-custody zegt niets over de rechtmatigheid van het geld.
Het bezwaar van centrale bankiers is anders.
Wanneer betalingen rechtstreeks tussen privéwallets bewegen, ontbreekt op dat specifieke overdrachtsmoment mogelijk een partij die KYC- en antiwitwascontroles uitvoert.
Dat maakt handhaving lastiger.
Het maakt de transactie niet automatisch illegaal.

Stablecoinreserves kunnen banken zelf raken

De BIS-topman kijkt ook naar wat er gebeurt wanneer stablecoins veel groter worden.
Uitgevers moeten activa aanhouden om hun tokens te dekken.
Waar die reserves terechtkomen, maakt volgens Hernández de Cos veel verschil.
Hij noemt drie mogelijke bestemmingen: grote bankdeposito's, kortlopende staatsobligaties en reserves bij centrale banken.
Iedere keuze verplaatst geld op een andere manier door het financiële stelsel.

Banken kunnen duurdere financiering krijgen

Stel dat stablecoinuitgevers enorme bedragen als grote deposito's bij banken parkeren.
Dan kunnen stabiele deposito's van miljoenen particulieren deels worden vervangen door een kleiner aantal zeer grote partijen.
Die grote deposito's reageren doorgaans sneller op renteverschillen.
Volgens Hernández de Cos kan dat de financieringskosten van banken verhogen.
Banken kunnen vervolgens hogere rentes vragen voor leningen.
Vooral kleinere banken kunnen daar relatief veel last van krijgen.
Het effect loopt dan van een stablecoinwallet uiteindelijk door naar krediet voor huishoudens en kleine bedrijven.

Staatsobligaties leveren weer een ander risico op

Stablecoinuitgevers kunnen hun reserves ook grotendeels in kortlopende staatsleningen stoppen.
Dat gebeurt vandaag al op grote schaal.
In rustige omstandigheden levert dat juist extra vraag naar staatspapier op.
Het risico verschijnt tijdens een run.
Wanneer veel houders tegelijkertijd hun stablecoins willen inwisselen, moet een uitgever mogelijk snel grote hoeveelheden beleggingen verkopen.
De BIS vreest dat zulke gedwongen verkopen onrust vanuit crypto kunnen doorgeven aan reguliere geldmarkten.
Hoe groter stablecoins worden, hoe groter die verbinding kan worden.

Dollar domineert stablecoins bijna volledig

Europa heeft daarnaast een eigen probleem.
De stablecoinmarkt is vrijwel volledig op de dollar gebouwd.
Het Annual Economic Report 2026 van de BIS berekende dat 99,4% van de marktwaarde van fiatgedekte stablecoins aan de Amerikaanse dollar was gekoppeld.
Dat maakt stablecoins niet alleen een technologisch vraagstuk.
Ze kunnen ook de internationale positie van de dollar versterken.
Voor landen buiten de Verenigde Staten kan dat monetair gevoelig worden.
Wanneer consumenten en bedrijven steeds meer prijzen, sparen en betalen in digitale dollars, krijgt het beleid van de eigen centrale bank minder grip.

ECB bouwt daarom zelf aan tokenized settlement

Die discussie speelt direct in de eurozone.
ECB-bestuurder Piero Cipollone presenteerde op 26 augustus nieuwe stappen rond het Europese Appia- en Pontes-programma.
De ECB wil via Pontes en Appia tokenized transacties uiteindelijk laten afwikkelen met centralebankgeld als gezamenlijke basis.
Pontes moet digitale marktplatformen koppelen aan bestaande TARGET-diensten.
Appia kijkt verder vooruit naar een Europese markt waarin verschillende tokenized assets en betaalvormen met elkaar kunnen werken.
De planning loopt richting 2028.

Europa gooit stablecoins niet buiten de deur

Opvallend genoeg is de Europese visie niet: banken erin, stablecoins eruit.
Het Eurosysteem ziet ruimte voor private digitale betaalmiddelen.
Daar kunnen zowel tokenized deposits als goed gereguleerde eurostablecoins onder vallen.
De ECB vindt tokenized deposits op dit moment wel geschikter voor veel grote financiële toepassingen.
Stablecoins kampen volgens zijn eigen beleidsstukken met afwijkingen van hun koppeling, versnipperde netwerken en vragen rond financiële controle.
Maar de deur blijft open.
In Appia kan centralebankgeld juist helpen verschillende private betaalmiddelen met elkaar te verbinden.

DeFi blijft een sterke plek voor stablecoins

Hernández de Cos erkent ook dat stablecoins eigenschappen hebben die bankdeposito's niet eenvoudig kopiëren.
Ze circuleren al op publieke netwerken.
Ze kunnen wereldwijd beschikbaar zijn.
En ze werken direct met toepassingen binnen DeFi.
Daar hebben ze een jarenlange voorsprong opgebouwd.
Een ontwikkelaar hoeft niet eerst tientallen banken op hetzelfde systeem te krijgen voordat een stablecoin gebruikt kan worden.
Een uitgever kan een token lanceren waarna externe toepassingen ermee kunnen verbinden.
Dat maakt stablecoins snel.
Het maakt de markt tegelijk moeilijker centraal te organiseren.

De bankoplossing moet zichzelf nog bewijzen

Daar zit de zwakste plek in de voorkeur van de BIS.
Tokenized deposits passen netjes binnen bestaande financiële regels.
Maar een wereldwijd systeem waarin banken zulke tokens probleemloos tussen landen en verschillende digitale netwerken bewegen, bestaat nog niet.
Hernández de Cos erkent dat zelf.
Er zijn pilots en afzonderlijke bankprojecten.
Project Agorá heeft bijvoorbeeld getest hoe tokenized commercieel bankgeld kan worden gebruikt voor internationale wholesale-betalingen.
Maar van massaal dagelijks gebruik is nog geen sprake.
De BIS vergelijkt dus een snel gegroeide stablecoinmarkt met een bankmodel dat voor een belangrijk deel nog moet opschalen.

De strijd gaat niet om tokenisatie zelf

Daarmee wordt de echte machtsstrijd duidelijk.
Centrale banken verzetten zich niet tegen programmeerbaar digitaal geld.
Integendeel.
Ze willen veel van dezelfde mogelijkheden gebruiken.
De discussie draait om wie het geld uitgeeft en waarop vertrouwen uiteindelijk rust.
Bij stablecoins ligt die taak bij een private uitgever en zijn reserves.
Bij tokenized deposits blijft het geld een verplichting van een commerciële bank, met centralebankgeld achter de interbancaire afwikkeling.
Dat verschil lijkt technisch.
Voor centrale banken raakt het rechtstreeks aan hun rol in het geldstelsel.

Stablecoins hebben snelheid, banken hebben het anker

De komende jaren wordt daarom geen simpele strijd tussen oud geld en crypto.
Stablecoins hebben al liquiditeit, publieke netwerken en toepassingen die dag en nacht werken.
Banken hebben vergunningen, bestaande klanten, kredietverlening en directe verbindingen met centrale banken.
Beide proberen nu de voordelen van de ander te pakken.
Stablecoinuitgevers zoeken strengere regels en betere aansluiting op het reguliere financiële systeem.
Banken proberen hun eigen deposito's programmeerbaar te maken.
Wie wint, staat nog niet vast.
Hernández de Cos maakt alleen duidelijk waar de BIS-topman zijn geld op zou zetten voor betalingen op grote schaal.
Stablecoins hebben de digitale markt als eerste veroverd. Centrale banken willen voorkomen dat die voorsprong automatisch bepaalt welk geld uiteindelijk de standaard wordt.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading