Disclaimer: Dit artikel is een ingezonden stuk vanuit een externe partij. Cryptocurrencies zijn een zeer volatiele en ongereguleerde investering. Lezers moeten hun eigen onderzoek doen, voordat ze acties ondernemen met betrekking tot het gepromote bedrijf of een van zijn genoemde ondernemingen of services. CryptoBenelux is niet verantwoordelijk, direct of indirect, voor enige schade of verlies dat veroorzaakt is door of in verband met het vertrouwen in goederen, diensten of inhoud die genoemd zijn in het artikel. Elke
week verschijnt er wel een onderzoek dat vertelt hoeveel
wallets een nieuwe
token echt heeft, of welk deel van het volume van een handvol adressen komt.
Die cijfers worden overgenomen, doorgestuurd en gebruikt om beslissingen op te
baseren. Wat er zelden bij staat is hoe ze verzameld zijn, en dat bepaalt vaak
of ze kloppen.
Dit
stuk gaat over die verzamelkant. Niet om onderzoek onderuit te halen, maar
omdat je met een paar controlevragen zelf kunt zien of een cijfer stevig is of
niet.
Waar
de cijfers vandaan komen
Vrijwel
niemand leest de blockchain rechtstreeks uit. In de praktijk loopt alles via
een RPC node of een data-aanbieder, en daar zit de eerste vertekening. Publieke
nodes beperken het aantal verzoeken per adres, en bij een limiet krijg je
meestal geen foutmelding maar een onvolledig antwoord.
● Rate limits, waardoor een script stilletjes minder
blokken ophaalt dan het denkt
● Verschillende nodes die net een ander beeld geven,
zeker rond reorganisaties van de keten
● API's van exchanges die per regio andere paren en
andere dieptes tonen
● Indexers die met vertraging bijwerken, waardoor
recente activiteit ontbreekt
● Cachelagen die een antwoord van tien minuten
geleden teruggeven alsof het live is
Het
probleem is niet dat deze dingen misgaan. Het probleem is dat ze stilletjes
misgaan. Een geblokkeerd verzoek levert vaak gewoon een leeg antwoord op, en
een leeg antwoord telt in de meeste scripts als nul in plaats van als
ontbrekend.
Waarom
twee onderzoeken andere getallen geven
Als
twee partijen dezelfde token onderzoeken en verschillende uitkomsten
publiceren, ligt dat zelden aan de analyse. Het ligt bijna altijd aan het
venster dat is gebruikt, aan welke contracten zijn meegeteld en aan hoeveel van
de data daadwerkelijk is opgehaald.
Wie
serieus verzamelt, spreidt de verzoeken over meerdere uitgangen zodat één
limiet niet het hele beeld vervormt. Vaak gebeurt dat via
isp
proxies, omdat die adressen bij een
consumentenprovider staan en door de meeste endpoints als gewone bezoekers
worden behandeld in plaats van als serververkeer. Het kost een paar tientjes
per maand en het verschil zit niet in snelheid maar in volledigheid.
Een
gewoonte die niets kost en veel oplevert: neem in elke ronde één getal mee dat
je al kent. Komt dat controlegetal verkeerd terug, dan is de hele ronde
verdacht en heb je het gezien voordat het in een grafiek belandt.
Vijf
vragen bij elk on-chain onderzoek
● Over welke periode is gemeten, en is die periode
representatief of net rond een gebeurtenis gekozen
● Welke contracten en welke keten zijn meegenomen, en
welke bewust niet
● Is er gecorrigeerd voor wash trading en voor
adressen die duidelijk bij elkaar horen
● Hoeveel verzoeken zijn er mislukt, en hoe zijn die
geteld
● Is het onderzoek herhaalbaar, dus staat erbij hoe
en waarvandaan er is opgehaald
Ontbreekt
het antwoord op de laatste vraag, dan is het geen onderzoek maar een
momentopname. Dat kan nog steeds interessant zijn, maar het is iets anders dan
bewijs.
Wat
dit betekent voor wie meeleest
Je
hoeft geen data-analist te zijn om hier iets aan te hebben. Als een bericht
zegt dat een bepaald percentage van de tokens bij enkele wallets zit, is de
vraag simpel: gemeten wanneer, en zijn adressen van exchanges apart gehouden.
Beide antwoorden zijn kort en beide veranderen het getal aanzienlijk.
En
als een dashboard iets anders laat zien dan een nieuwsbericht over dezelfde
token, is de kans groter dat de twee verschillende bronnen en vensters
gebruiken dan dat een van beide liegt.
Tot
slot
On-chain
data heeft de reputatie objectief te zijn omdat de keten openbaar is. De keten
is inderdaad openbaar, maar de weg ernaartoe is dat niet. Tussen het blok en de
grafiek zitten nodes, limieten, caches en keuzes, en elk daarvan kan een cijfer
verschuiven zonder dat iemand het merkt.
Veelgestelde
vragen
Is een publieke node niet goed genoeg?
Voor
losse opzoekingen prima. Zodra je duizenden verzoeken doet loop je tegen
limieten aan, en die leveren meestal onvolledige antwoorden op in plaats van
een duidelijke fout.
Waarom zou ik verzoeken spreiden?
Omdat
één uitgang die tegen een limiet aanloopt je hele dataset vertekent. Spreiden
is de goedkoopste manier om te voorkomen dat je conclusie afhangt van hoe
streng één endpoint die dag was.
Hoe herken ik wash trading in een rapport?
Kijk
of er iets staat over adressen die naar elkaar terug handelen en over volume
dat zich concentreert in korte pieken. Staat daar niets over, dan is er
waarschijnlijk niet voor gecorrigeerd.
Verandert dit iets aan mijn beleggingsbeslissing?
Dit
is geen beleggingsadvies. Het punt is alleen dat een cijfer zonder methode geen
argument is, hoe overtuigend de grafiek er ook uitziet.