Zerohash europe heeft een EMI-vergunning van De Nederlandsche Bank gekregen en combineert die met zijn MiCAR-vergunning van de AFM. Daarmee kiest het infrastructuurbedrijf Amsterdam als gereguleerde basis voor stablecoinbetalingen, embedded
crypto en tokenized assets in de Europese Economische Ruimte.
Zerohash meldde dat de EMI-licentie volgt op zijn MiCAR-vergunning, die het bedrijf in oktober 2025 van de Autoriteit Financiële Markten kreeg. Volgens Zerohash is het de eerste MiCAR-gelicentieerde partij die ook een E-Money License binnenhaalt in lijn met de EBA-lijn rond stablecoinbetalingen.
MiCA en EMI komen steeds dichter bij elkaar
De stap is meer dan een extra vergunning. In Europa schuiven crypto- en betaalwetgeving steeds dichter naar elkaar toe, vooral bij electronic money tokens en stablecoinbetalingen.
DNB schrijft dat een Crypto Asset Service Provider vanaf 1 maart 2026 mogelijk ook een aanvullende PSD2-vergunning als betaaldienstverlener nodig heeft als het bepaalde betaaldiensten rond electronic money tokens wil aanbieden.
Dat verklaart waarom een EMI-vergunning strategisch is. Een MiCAR-vergunning geeft toegang tot cryptoactivadiensten. Een EMI-licentie maakt elektronischegeldactiviteiten en bepaalde betaalstromen binnen het toezichtskader mogelijk.
Voor een bedrijf dat stablecoinbetalingen wil leveren aan banken, brokers, fintechs en enterprise-klanten is die combinatie belangrijker dan een consumentvriendelijke app.
Zerohash verkoopt infrastructuur, geen hype
Zerohash positioneert zich niet als een consumentenexchange. Het bedrijf levert infrastructuur voor andere financiële partijen.
In zijn eigen communicatie
noemt Zerohash onder meer crypto trading,
stablecoin payment capabilities en digitale-assetinfrastructuur voor de Europese markt. De nieuwe licentie moet volgens het bedrijf stablecoin-powered financial flows in de EER ondersteunen.
Dat maakt het verhaal interessanter dan een gewone markttoetreding. De volgende fase van crypto draait in Europa minder om wie de luidste retailapp bouwt, en meer om wie de gereguleerde backend levert.
Denk aan walletfuncties, stablecoinbetalingen, custody, reporting, compliance, settlement en tokenized-assetflows die in de producten van banken of fintechs worden ingebouwd.
De eindgebruiker hoeft Zerohash dan niet eens te kennen om toch via zijn infrastructuur te bewegen.
Amsterdam past in Nederlandse toezichtslijn
Amsterdam is als vestigingsplaats logisch. In Nederland lopen de relevante toezichtslijnen via twee sterke instellingen: de AFM voor MiCAR-toelatingen en DNB voor elektronischgeldinstellingen en betaaldiensten.
De AFM houdt een register bij van crypto-asset service providers die een vergunning of notificatie hebben ontvangen van de AFM of van een toezichthouder uit een andere EU-lidstaat. DNB houdt daarnaast het register bij voor elektronischgeldinstellingen die in Nederland actief zijn.
Die combinatie maakt Nederland aantrekkelijk voor partijen die precies op de grens van crypto, e-money en betalingen opereren.
DNB’s Payments Strategy 2026-2028 versterkt dat beeld. De centrale bank noemt onder meer centralebankgeld voor DLT-transacties, Europese stablecoins en tokenized bank deposits als onderdelen van een toekomstbestendig betaalsysteem.
Dat is geen vrijbrief voor ongeremde stablecoingroei. Het is wel een signaal dat DNB digitale betaalinnovatie binnen gereguleerde kaders serieus neemt.
MiCA-deadline vergroot waarde van gereguleerde backend
De timing is belangrijk. ESMA heeft duidelijk gemaakt dat de
MiCA-overgangsperiode op 1 juli 2026 in de hele EU afloopt. Vanaf dat moment moeten ongeautoriseerde CASP’s hun wind-down plan hebben uitgevoerd.
In zo’n markt krijgen gereguleerde infrastructuurpartners meer gewicht. Banken, brokers en fintechs willen geen stablecoin- of crypto-aanbod bouwen op partijen waarvan de Europese status onzeker is.
Een partner met zowel MiCAR- als EMI-licentie kan dan aantrekkelijker worden. Niet omdat alle risico’s verdwijnen, maar omdat de juridische basis duidelijker is.
Dat is precies waar Zerohash zich lijkt te positioneren: als vergunninghoudende laag tussen traditionele financiële instellingen en crypto-infrastructuur.
Nederland wordt geen cryptohoofdstad, maar mogelijk backendhub
Het zou te vroeg zijn om Nederland nu al de backend van Europa te noemen. Eén speler en één vergunningstraject maken nog geen continentale machtspositie.
Maar het patroon is zichtbaar. Amsterdam trekt partijen aan die niet per se de voorkant van crypto willen domineren, maar de achterkant: compliance, betalingsrails, stablecoinflows, tokenized assets en embedded crypto.
Dat past bij de volwassenwording van de Europese markt. Onder MiCA wordt het lastiger om met alleen marketing, oude registraties of buitenlandse entiteiten EU-klanten te bedienen. De waarde verschuift naar partijen die vergunningen, toezicht, technische integratie en operationele betrouwbaarheid combineren.
Nederland kan daarin een stille rol spelen. Niet als luidruchtige cryptostad, maar als betrouwbare infrastructuurplek.
Stablecoins worden betaalinfrastructuur, geen apart cryptoproduct
De Zerohash-licentie laat ook zien hoe stablecoins veranderen. Ze worden minder vaak alleen besproken als handelsinstrument op exchanges en vaker als onderdeel van betaal- en settlementinfrastructuur.
Dat sluit aan bij bredere ontwikkelingen rond tokenized assets, AI-betalingen, corporate treasury en cross-border flows. Stablecoins hebben waarde wanneer ze kunnen worden geïntegreerd in bestaande financiële processen.
Daarvoor zijn vergunningen, monitoring, e-moneystructuren, klantonderzoek en reporting nodig. Juist die saaie onderdelen bepalen of stablecoinbetalingen op schaal kunnen worden gebruikt.
De markt mag dan naar tokens en volumes kijken; instellingen kijken naar operationele en juridische bruikbaarheid.
Conclusie: Amsterdam wint aan infrastructuurgewicht
Zerohash’ EMI-vergunning bij DNB maakt Amsterdam belangrijker in de Europese stablecoin- en crypto-infrastructuur. De combinatie met een MiCAR-vergunning van de AFM geeft het bedrijf een bredere basis voor diensten rond stablecoinbetalingen, embedded crypto en tokenized assets.
Dat maakt Nederland nog niet automatisch de backend van Europa. Maar het bevestigt wel een richting: de Europese cryptomarkt wordt gebouwd door partijen die vergunningen, betaalrails en compliance kunnen combineren.
Voor Nederlandse en Belgische lezers is dat de hoofdles. De volgende cryptofase speelt niet alleen op exchanges of in wallets. Zij speelt ook achter de schermen, bij infrastructuurbedrijven die de gereguleerde rails leveren waarop banken, brokers en fintechs straks digitale assets aanbieden.