De zes grootste economieën van de Europese Unie willen het toezicht op kapitaalmarkten centraler organiseren en trekken
crypto expliciet mee in die beweging. Duitsland, Frankrijk, Italië,
Nederland, Polen en Spanje steunen meer ESMA-regie over belangrijke marktinfrastructuur, terwijl grote cryptodienstverleners, stablecoins en DLT-settlement nadrukkelijker in het Europese toezichtdebat terechtkomen.
Media meldde op 29 mei 2026 dat de E6-landen steun hebben uitgesproken voor
centraler kapitaalmarkttoezicht in de EU. Het plan moet onder meer toezicht op belangrijke marktinfrastructuur geleidelijk meer naar ESMA in Parijs brengen.
Crypto schuift mee met kapitaalmarktunie
De E6-positie gaat breder dan klassieke aandelen- en obligatiemarkten. In de berichtgeving over de gezamenlijke positie wordt crypto expliciet genoemd als onderdeel van de toezichtagenda.
Cinco Días
meldde dat de zes landen sterker toezicht door ESMA op belangrijke infrastructuur en cryptoactiva steunen. De krant noemt ook een grotere rol voor de European Banking Authority bij wereldwijde stablecoins en steun voor verdere inzet van het DLT Pilot Regime.
Dat is relevant omdat
MiCA nu vooral via nationale
toezichthouders wordt uitgevoerd. In Nederland speelt de AFM een hoofdrol bij crypto-asset service providers, terwijl DNB betrokken is bij stablecoins en prudente aspecten. In België liggen taken bij de FSMA en de Nationale Bank van België.
Een centralere ESMA-rol zou dat model niet meteen vervangen, maar wel herschikken. Vooral grote, grensoverschrijdende platforms kunnen dan minder afhankelijk worden van één nationale interpretatie.
Significante CASP’s worden politiek gevoelig
De kernvraag is wie straks toezicht houdt op significante crypto-asset service providers. Onder MiCA kunnen aanbieders met één vergunning grensoverschrijdend diensten aanbieden in de EU. Dat paspoortmodel werkt alleen goed als lidstaten elkaar vertrouwen.
Juist daar wringt het. Nationale toezichthouders kunnen verschillend omgaan met vergunningen, toezichtintensiteit en handhaving. Frankrijk waarschuwde eerder al dat het MiCA-paspoort onder druk kan komen als sommige lidstaten te licht toetsen.
Een model waarin grote CASP’s directer onder ESMA vallen, kan dat risico verminderen. Het zou toezichtconvergentie versterken en vergunning-shopping minder aantrekkelijk maken.
Voor kleinere of lokale partijen ligt direct ESMA-toezicht minder voor de hand. Een gefaseerd model met ESMA voor significante spelers en nationale autoriteiten voor kleinere partijen zou daarom politiek beter verdedigbaar zijn.
Stablecoins krijgen EBA-haak
De stablecoinparagraaf is minstens zo belangrijk. De E6-lijn wijst volgens Cinco Días op een grotere rol voor de EBA bij wereldwijde stablecoinmodellen.
Dat past bij de bredere Europese zorg over stablecoins. Onder MiCA vallen e-money tokens en asset-referenced tokens al onder strikte regels. Maar multi-issuance-modellen, reservebeheer, internationale uitgifte en cross-border settlement blijven lastig.
Voor Europa is dat niet alleen een cryptozaak. Stablecoins raken betalingen, bankfinanciering, monetair beleid en financiële stabiliteit.
Daarom ligt een grotere EBA-rol logisch. De EBA heeft al een sterke positie in banken- en stablecointoezicht, terwijl ESMA dichter op markten, handelsplatformen en marktintegriteit zit.
De institutionele verdeling wordt daarmee scherper: ESMA voor markttoezicht en grote CASP’s, EBA voor stablecoinrisico’s die dichter bij bank- en betalingsstabiliteit liggen.
DLT Pilot Regime wordt strategischer
De E6-landen spreken volgens de berichtgeving ook steun uit voor bredere inzet van het DLT Pilot Regime.
Dat regime is bedoeld om marktinfrastructuur rond tokenized financial instruments te testen. Het gaat dus niet om losse cryptohandel, maar om de vraag hoe effectenhandel, settlement en post-tradeprocessen op DLT-infrastructuur kunnen werken.
Dat maakt de cryptohaak groter. Europa kijkt niet alleen naar toezicht op exchanges, maar ook naar de vraag hoe kapitaalmarkten zelf meer on-chain kunnen worden.
Als MiCA-conforme e-money tokens bij settlement worden gebruikt, ontstaat een directe brug tussen stablecoins, tokenized securities en gereguleerde marktinfrastructuur.
Daarmee wordt crypto niet alleen gereguleerd als risico, maar ook geïntegreerd als bouwsteen.
Commissieplan ligt al sinds december
De E6-positie staat niet op zichzelf. De Europese Commissie presenteerde op 4 december 2025 haar Market Integration and Supervision Package. Dat pakket moet barrières op de interne financiële markt verminderen en de Savings and Investments Union vooruitbrengen.
De Commissie wil de Europese kapitaalmarkt minder versnipperd maken. Dat moet spaargeld productiever inzetten, bedrijven makkelijker toegang geven tot financiering en de EU concurrerender maken tegenover de VS en China.
Reuters meldde dat het pakket onder meer toezicht op belangrijke marktinfrastructuur centraler bij ESMA wil leggen. De politieke steun van de zes grootste economieën maakt dat voorstel nu zwaarder.
Samen vertegenwoordigen de E6-landen volgens Reuters meer dan 70% van de EU-bevolking. Daardoor krijgt hun positie extra gewicht in onderhandelingen binnen de Raad.
ECB steunt centralere lijn
De ECB heeft de richting al eerder gesteund. Reuters meldde op 10 april 2026 dat de centrale bank de Commissieplannen voor centraler financieel toezicht steunt, met de kanttekening dat ESMA voldoende mensen, geld en een goed gefaseerde overgang nodig heeft.
Die steun is belangrijk voor crypto. De ECB ziet crypto niet alleen als marktdossier, maar ook als iets dat betalingen en monetair beleid kan raken.
Stablecoins zijn daarbij het duidelijkste voorbeeld. Als private digitale geldvormen groter worden, kunnen ze invloed krijgen op bankdeposito’s, betalingsverkeer en liquiditeitsbeheer.
Daarom is het logisch dat crypto in een kapitaalmarktunie-discussie wordt meegetrokken. Het raakt niet alleen beurzen en brokers, maar ook de infrastructuur van geld en settlement.
Verzet uit kleinere lidstaten blijft mogelijk
Toch is dit geen gelopen race. Reuters meldde dat vooral Ierland en Luxemburg eerder terughoudend waren over het overhevelen van nationale bevoegdheden naar EU-niveau.
Dat verzet is begrijpelijk. Landen met grote financiële sectoren en sterke nationale toezichthouders verliezen invloed als ESMA directer toezicht krijgt.
Voor crypto geldt hetzelfde. Sommige lidstaten kunnen aantrekkelijk zijn voor aanbieders omdat hun nationale vergunningstraject sneller of voorspelbaarder is. Centraler toezicht kan dat voordeel verminderen.
De discussie wordt daardoor politiek gevoelig. Het gaat niet alleen om betere bescherming, maar ook om nationale machtsposities binnen de Europese financiële markt.
Wat betekent dit voor Nederland en België?
Voor Nederland is de E6-lijn extra relevant omdat Nederland zelf aan tafel zit. Als Den Haag centraler toezicht steunt, kan dat op termijn de rol van AFM en DNB bij de grootste Europese cryptospelers beïnvloeden.
Voor België ligt de impact anders, maar niet minder belangrijk. Belgische gebruikers kunnen onder MiCA worden bediend door aanbieders uit andere EU-lidstaten. Als grote spelers centraler worden beoordeeld, kan dat de bescherming van Belgische klanten minder afhankelijk maken van de strengheid van één buitenlandse nationale toezichthouder.
Voor retailbeleggers draait het dan om een praktische vraag: wie houdt toezicht op mijn aanbieder? Nu is dat vaak een nationale autoriteit binnen het MiCA-paspoortmodel. In de toekomst kan ESMA bij grote spelers directer in beeld komen.
Dat zou MiCA sterker maken als Europees regime, maar ook meer afstand creëren tussen lokale consument en toezichthouder.
Conclusie: MiCA krijgt mogelijk een tweede laag
De E6-positie laat zien dat MiCA mogelijk niet het eindpunt is van Europees cryptotoezicht. De volgende fase kan draaien om centralisatie: ESMA voor significante CASP’s, EBA voor stablecoinrisico’s en het DLT Pilot Regime als brug naar tokenized kapitaalmarkten.
Voor de sector betekent dit meer toezichtconvergentie en minder ruimte voor vergunning-shopping. Voor gebruikers betekent het mogelijk meer uniforme bescherming bij grote platforms.
De belangrijkste nuance blijft dat dit nog geen definitieve wet is. De Commissievoorstellen moeten door onderhandelingen met lidstaten en Europees Parlement.
Maar de politieke richting is duidelijker geworden. De zes grootste EU-economieën willen een kapitaalmarkt die minder nationaal versnipperd is. En crypto hoort in hun ogen niet aan de rand van dat project, maar midden in het toezichtontwerp.