Een verdacht beleggingsmodel is nog geen bewezen strafbaar plan. Dat is de harde les uit de Questra-zaak in Gent.
Het hof van beroep heeft zes beklaagden vrijgesproken in een dossier rond vermeende
oplichting en witwassen. Daarmee blijft ook in beroep de eerdere vrijspraak overeind.
De vrijspraak maakt Questra niet schoon. Ze zegt vooral dat het hof onvoldoende bewijs zag om deze beklaagden strafrechtelijk te veroordelen.
Zes beklaagden gaan opnieuw vrijuit
De zaak draaide rond Questra, een beleggingsproduct dat in 2016 werd voorgesteld met zeer hoge rendementen. Het openbaar ministerie zag daarin een
piramidespel.
Volgens het parket werden investeerders actief geronseld. Nieuwe deelnemers zouden opbrengsten van 4 tot 6% per week voorgespiegeld hebben gekregen.
Ook zouden deelnemers extra punten krijgen wanneer zij nieuwe investeerders aanbrachten. Die punten konden later worden omgezet in bitcoins.
Toch volgde het hof die lezing niet ver genoeg. De zes beklaagden werden ook in beroep vrijgesproken.
Het dossier raakte Geraardsbergen
De zaak kreeg lokaal veel aandacht door het profiel van een 53-jarige ondernemer uit Geraardsbergen. Hij baatte woonzorgcentrum Beauprez uit, waar volgens het dossier wervingsmomenten plaatsvonden.
Veertien gedupeerden meldden zich in de zaak. De verliezen konden oplopen tot 20.000 euro per persoon.
In 2017 bleek het geld verdwenen. Daarna volgde een jarenlange juridische strijd over de vraag wie strafrechtelijk verantwoordelijk was.
Parket zag top van piramide
Het openbaar ministerie ging in beroep na de vrijspraak in eerste aanleg. In Gent vroeg het parket voor vier beklaagden achttien maanden cel en een bestuursverbod van vijf jaar.
Voor de andere beklaagden werden twaalf maanden cel en een bestuursverbod van drie jaar gevorderd.
Volgens het parket wisten de betrokkenen hoe het model werkte. Zij zouden niet zomaar deelnemers zijn geweest, maar deel uitgemaakt hebben van de bovenlaag van de piramide.
Het hof vond dat niet bewezen genoeg.
Verdediging hield slachtofferlijn vast
De verdediging stelde dat de beklaagden zelf ook geld verloren aan Questra. Volgens hun advocaten was er geen opzettelijke misleiding.
Zij zouden het product niet zelf hebben verkocht. Ook kon het dossier volgens hen niet simpel worden herleid tot strafbare oplichting.
Die lijn hield stand. Net als in eerste aanleg leidde het dossier niet tot veroordelingen.
Questra bleef wel op toezichtradar
De vrijspraak verandert niets aan de bredere waarschuwingen rond Questra en gelieerde namen. De AFM verwees eerder naar een Belgische FSMA-waarschuwing over
Atlantic Global Asset Management en Questra.
Ook de FSMA houdt een openbare lijst bij van ondernemingen die volgens de toezichthouder zonder de juiste toelating actief waren of waarbij ernstige aanwijzingen van beleggingsfraude speelden. Die lijst is volgens de
FSMA zelf niet volledig.
Dat onderscheid is belangrijk. Toezichtwaarschuwingen en strafrechtelijke veroordelingen zijn niet hetzelfde.
Een toezichthouder kan waarschuwen voor risico’s. Een strafrechter moet schuld bewijzen.
Waarom dit voor crypto telt
Questra gebruikte bitcoin niet als kerntechnologie, maar wel als lokmiddel in het beloningsverhaal. Dat patroon blijft herkenbaar.
Fraudemodellen lenen vaak taal uit crypto wanneer die geloofwaardig klinkt. Punten worden tokens. Bonussen worden bitcoins. Rendement wordt verpakt als digitale kans.
Daarmee krijgt het product een moderne jas. De kern blijft vaak oud: nieuwe instroom moet oude beloftes dragen.
Voor gebruikers is dat de les. Een verwijzing naar bitcoin maakt een beleggingsmodel niet sterker.
Soms maakt het alleen de pitch glanzender.
Bewijs blijft de zwakke plek
Fraudedossiers rond piramidemodellen zijn juridisch lastig. Zeker wanneer beklaagden zelf ook hebben ingelegd of verlies leden.
Dan wordt de grens dunner tussen dader, doorverkoper en slachtoffer.
Het parket moet aantonen dat er opzet was. Niet alleen dat het product riskant was. Niet alleen dat mensen geld verloren.
Dat is een hoge lat. In deze zaak werd die lat opnieuw niet gehaald.
De ongemakkelijke les
Voor gedupeerden is deze uitkomst hard. Zij zien geld verdwijnen, maar krijgen geen strafrechtelijke erkenning van oplichting door deze beklaagden.
Voor de markt is de les even scherp. Hoge rendementen, referralpunten en crypto-verwijzingen blijven rode vlaggen, ook wanneer een strafzaak eindigt in vrijspraak.
Een vrijspraak zegt iets over bewijs tegen personen.
Ze zegt niets over de veiligheid van het model zelf.
De kern
De Questra-zaak eindigt in Gent met vrijspraak voor zes beklaagden. Daarmee krijgt het parket opnieuw geen veroordeling voor oplichting en witwassen.
Maar Questra wordt daardoor geen betrouwbaar beleggingsverhaal.
De zaak toont vooral hoe moeilijk het is om piramideachtige dossiers juridisch dicht te krijgen.
Voor beleggers blijft de simpele regel overeind: wie 4 tot 6% per week belooft, verkoopt meestal geen kans, maar gevaar.