2,5 miljoen Nederlanders kregen in 2025 te maken met online criminaliteit. Voor crypto is dat geen bijzaak, maar de voorfase waarin veel oplichting begint.
De Veiligheidsmonitor 2025 van het CBS laat zien hoe breed die basis is. 17 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder werd slachtoffer van een online delict of incident.
Online oplichting en fraude kwamen het vaakst voor. 10,3 procent van de 15-plussers kreeg daarmee te maken, tegen 9,3 procent in 2023.
Die cijfers gaan niet alleen over crypto. Het CBS meet ook aankoopfraude, verkoopfraude, betalingsfraude, identiteitsfraude, phishing en hacken.
Juist dat maakt de data relevant. Veel crypto-oplichting begint niet bij een transactie op de blockchain, maar bij vertrouwen, druk en misleiding.
Fraude stijgt vooral door online oplichting
Het totale slachtofferschap van online criminaliteit lag in 2025 iets hoger dan in 2023. Volgens het CBS kwam die stijging vooral door online oplichting en fraude.
Aankoopfraude speelde daarin een grote rol. Maar ook phishing blijft een harde waarschuwing.
Bij phishing doet een dader zich voor als een ander. Dat kan een bedrijf, bank, toezichthouder of bekende persoon zijn.
In 2025 zei bijna drie kwart van de 15-plussers dat zij zo’n verdacht bericht of telefoontje hadden ontvangen. Ongeveer 133.000 mensen verloren daadwerkelijk geld door phishing.
Opvallend is dat het CBS ook beleggingsfraude noemt binnen gemelde phishingvormen. 12 procent van de phishing-slachtoffers kreeg daarmee te maken.
Dat betekent niet dat al die zaken over crypto gingen. Het toont wel dat valse beleggingsverhalen stevig in online fraude zitten.
Nepplatformen leiden naar cryptowallets
De cryptokoppeling wordt zichtbaar in recente zaken van politie en justitie.
De Nederlandse politie meldde op 15 juli dat zij samen met België zes verdachten aanhield. Het
onderzoek draait om internationale beleggingsfraude.
Volgens de politie gebruikte de groep professionele nepplatformen. Slachtoffers konden daar hun zogenoemde beleggingen volgen.
In werkelijkheid werd er niet belegd. Het geld kwam volgens de politie vaak als cryptovaluta bij oplichters terecht.
De zaak telt ongeveer 550 Nederlandse aangiftes en 200 Belgische aangiftes. De schade voor Nederlandse slachtoffers ligt volgens de politie rond €25 miljoen.
Wereldwijd zou de groep tienduizenden slachtoffers hebben gemaakt. De geschatte buit liep volgens de politie op tot ruim €100 miljoen per maand.
Bankhelpdeskfraude schuift ook richting crypto
Ook het Openbaar Ministerie koppelde klassieke online fraude aan crypto.
In een Limburgse zaak rond bankhelpdeskfraude moest een oudere man geld overmaken naar een crypto-account. Dat gebeurde zogenaamd om verdere schade te voorkomen.
De verdachte wordt beschuldigd van oplichting in vereniging van ouderen. De rechter doet naar verwachting later uitspraak.
Dat patroon is belangrijk. Crypto is dan niet het begin van de fraude, maar het kanaal waar geld naartoe wordt geleid.
De blockchain laat vaak de geldstroom zien. De misleiding zelf begint meestal eerder, buiten de wallet.
Veel slachtoffers doen geen aangifte
Voor opsporing zit er nog een groot gat. Lang niet ieder slachtoffer meldt online fraude bij de politie.
Volgens het CBS meldde 51,8 procent van alle slachtoffers het incident bij de politie of een andere instantie. Slechts 15,1 procent deed aangifte bij de politie.
Bij online oplichting en fraude lag het aangiftepercentage op 16,9 procent. Bij phishing was dat hoger, met 34,8 procent.
Toch blijft ook daar een groot deel buiten de officiële aangiftecijfers. Dat raakt crypto-onderzoek direct.
Transacties kunnen zichtbaar zijn op de blockchain. Maar de identiteit van het slachtoffer, de drukmiddelen en de valse verhalen staan daar niet automatisch bij.
Schade is meer dan geldverlies
Online fraude laat ook mentale schade achter. Van alle slachtoffers van online criminaliteit meldde 20,7 procent emotionele, psychische of financiële problemen.
Bij phishing lag dat aandeel op 33,6 procent. 19 procent meldde financiële problemen en 25,2 procent emotionele of psychische problemen.
Dat maakt crypto-oplichting zwaarder dan een foutieve transactie. Slachtoffers verliezen vaak geld, vertrouwen en digitale zekerheid tegelijk.
AFM en FSMA waarschuwen voor valse autoriteit
De AFM waarschuwde in mei voor criminelen die haar naam of telefoonnummer misbruiken. Echte AFM-medewerkers vragen nooit om wachtwoorden, rekeningnummers, crypto’s of meekijken op een apparaat.
De toezichthouder noemt dat spoofing. Criminelen doen zich voor als betrouwbare partij om geld of gegevens los te krijgen.
De AFM wijst ook op oplichting via advertenties, datingsites, vacaturesites en sociale media. Slachtoffers worden daarna richting investeringen of cryptowallets geduwd.
In België waarschuwde de FSMA begin juli voor aanbieders van cryptoactivadiensten zonder vergunning. Door MiCA mogen zulke aanbieders in de EU alleen actief zijn met de juiste vergunning.
MiCA is het Europese regelboek voor crypto-aanbieders. Voor bestaande aanbieders in België liep de overgangsperiode af op 1 juli 2026.
Crypto is niet de oorzaak, wel een handig eindstation
De CBS-cijfers bewijzen niet dat crypto de stijging van online fraude veroorzaakt. De meeste categorieën zijn breder dan digitale activa.
Ze tonen wel iets anders. Een grote groep Nederlanders is bereikbaar voor online misleiding.
Phishing, nepplatformen en valse beleggingsverhalen vormen daarbij een gevaarlijke aanloop. Crypto komt vaak pas later in beeld.
Voor criminelen is dat aantrekkelijk. Cryptotransacties kunnen snel, grensoverschrijdend en via buitenlandse platformen lopen.
Voor consumenten ligt de belangrijkste les vóór de transactie. Controleer vergunningen, wantrouw ongevraagde beleggingsvoorstellen en deel nooit herstelzinnen.
Ook verzoeken om geld of crypto “veilig te stellen” moeten direct alarm slaan. Dat is geen bescherming, maar vaak het script van de oplichter.
De nieuwste CBS-cijfers maken één ding duidelijk. Crypto-oplichting begint vaak bij gewone digitale kwetsbaarheid: vertrouwen, tijdsdruk, valse autoriteit en de belofte van rendement.