Den Haag heeft op Prinsjesdag opnieuw de deur opengezet voor wijzigingen aan Box 3. Voor Nederlandse bezitters van
Bitcoin,
Ethereum en andere crypto draait de strijd vooral om één vraag:
belasting betalen over koerswinst vóór of pas ná verkoop.
Vandaag verandert er nog niets aan de aangifte.
Maar de
nieuwe Box 3-stukken van 15 september laten zien dat de vorm van het toekomstige stelsel nog altijd politiek openligt.
Prinsjesdag levert nieuwe Box 3-stukken op
Minister van Financiën Eelco Heinen en staatssecretaris Eelco Eerenberg stuurden de nieuwe brief dinsdag naar de Tweede Kamer.
Het document heeft nummer 2026Z18908.
Daarbij zijn ook interne beslisnota's en tabellen gepubliceerd met budgettaire gevolgen en mogelijke manieren om wijzigingen te betalen.
Dat is meer dan papierwerk.
Het kabinet zoekt nog steeds naar voldoende politieke steun voor een nieuw Box 3-stelsel. De verschillende mogelijkheden hebben niet alleen andere gevolgen voor beleggers, maar kosten de schatkist ook verschillende bedragen.
Voor cryptobezitters bepaalt die keuze wanneer koerswinst belast wordt.
Eerste Kamer heeft nog geen groen licht gegeven
De Tweede Kamer nam de Wet werkelijk rendement Box 3 op 12 februari 2026 aan.
Daarmee was de zaak niet afgerond.
De Eerste Kamer behandelde het voorstel op 30 juni, maar stelde de eindstemming uit. Senatoren wilden eerst de aangekondigde wijzigingen van het kabinet kunnen beoordelen.
De
Eerste Kamer bevestigt dat de stemming over het wetsvoorstel daarom nog niet heeft plaatsgevonden.
De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2028.
Of die datum met nieuwe wijzigingen en verdere parlementaire behandeling haalbaar blijft, is daardoor niet volledig zeker.
Voor crypto zit het conflict in ongerealiseerde winst
Het huidige wetsvoorstel gebruikt voor de meeste bezittingen een vermogensaanwasbelasting als hoofdregel.
Dat betekent simpel gezegd: ook een waardestijging die nog alleen op papier bestaat, kan jaarlijks worden belast.
Stel dat iemand op 1 januari voor €50.000 aan crypto bezit.
Aan het einde van het jaar is die portefeuille €80.000 waard en er is niets verkocht. Onder een aanwasstelsel kan die waardestijging toch onderdeel worden van het belastbare rendement.
Dat verschilt sterk van een vermogenswinstbelasting.
Daar ontstaat de belastingclaim over de koerswinst in beginsel wanneer de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop.
Voor volatiele bezittingen maakt dat verschil veel uit.
Bitcoin kan stijgen zonder dat er euro's binnenkomen
Een cryptobelegger kan op papier een grote winst hebben zonder één euro op zijn bankrekening te ontvangen.
Dat is precies waar de discussie over vermogensaanwas gevoelig wordt.
Bitcoin kan in één jaar tientallen procenten stijgen en daarna weer hard terugvallen. Onder jaarlijkse belasting over waardestijging kan een belastingplichtige daardoor geld verschuldigd zijn over winst die niet is verzilverd.
Het oorspronkelijke wetsvoorstel erkent dat bezwaar deels.
Voor bepaalde minder liquide bezittingen, waaronder onroerend goed en specifieke aandelen in startende ondernemingen, wordt een vermogenswinstbenadering gebruikt.
Voor liquide beleggingen blijft vermogensaanwas in het voorstel de hoofdregel.
Crypto valt niet onder de genoemde vastgoeduitzondering.
Kabinet onderzoekt ook route richting vermogenswinst
Het kabinet heeft eerder aangegeven dat het op langere termijn verder wil bewegen richting een bredere vermogenswinstbelasting.
In een
officiële tijdlijn van de Rijksoverheid staat dat het bestaande wetsvoorstel voorlopig de basis vormt.
Tegelijk wordt onderzocht wat nodig is om verder richting belasting bij gerealiseerde winst te bewegen.
Dat is voor crypto geen technisch detail.
Het bepaalt of een belegger mogelijk ieder jaar moet afrekenen over de waardeverandering van zijn coins, of pas wanneer hij verkoopt.
De nieuwe Prinsjesdagstukken maken duidelijk dat die discussie niet is gesloten.
Vandaag geldt nog gewoon het bestaande stelsel
Voor de aangifte verandert er door de brief van 15 september niets.
De
Belastingdienst rekent crypto tot Box 3.
Voor de gewone vermogensopgave moet de waarde van cryptobezittingen worden vastgesteld op 1 januari om 00.00 uur. Daarbij gebruikt de belastingplichtige de koers van het handels- of omwisselplatform dat hij gebruikt.
Crypto valt daarbij onder beleggingen en andere bezittingen.
Hoeveel belasting uiteindelijk verschuldigd is, hangt af van het totale Box 3-vermogen en de geldende berekening.
Vanaf aangifte 2025 telt werkelijk rendement mee
Daar zit wel een verandering die nu al praktisch is.
Vanaf de belastingaangifte over 2025 vraagt de Belastingdienst automatisch of iemand zijn werkelijke rendement wil doorgeven wanneer Box 3 van toepassing is.
Dat is niet verplicht.
Wie het wel doorgeeft, krijgt twee berekeningen: één met het fictieve rendement en één met het werkelijke rendement. De Belastingdienst gebruikt vervolgens de gunstigste uitkomst.
Bij crypto kijkt de dienst voor het werkelijke rendement naar de waarde op 1 januari en 31 december.
Ook aankopen en verkopen binnen dat jaar worden meegenomen.
Ook ongerealiseerde koerswinst telt daarbij mee
Dat levert een punt op dat cryptobezitters makkelijk kunnen missen.
Bij de huidige tegenbewijsregeling betekent “werkelijk rendement” niet alleen winst die na verkoop op de bankrekening staat.
Ook waardestijging van crypto die iemand nog bezit, telt mee.
De Belastingdienst zegt expliciet dat de verandering in waarde van cryptovaluta onderdeel is van het werkelijke rendement.
Een koersdaling kan daarbij eveneens meetellen.
De tijdelijke regeling en het toekomstige Box 3-stelsel moeten daarom niet door elkaar worden gehaald.
De huidige mogelijkheid om werkelijk rendement door te geven bestaat naast de fictieve berekening. De Wet werkelijk rendement Box 3 moet uiteindelijk een structureel nieuw stelsel opleveren.
Voor cryptobezitters draait alles nu om de politieke keuze
Er zijn daardoor twee Box 3-verhalen tegelijk.
Het eerste speelt vandaag.
Crypto moet worden aangegeven, 1 januari blijft de peildatum voor het vermogen en vanaf aangiftejaar 2025 kan het werkelijke rendement worden opgegeven wanneer dat gunstiger uitpakt.
Het tweede verhaal begint mogelijk in 2028.
Daar moet Den Haag kiezen hoe structureel met jaarlijkse koerswinsten en -verliezen wordt omgegaan.
Voor iemand met spaargeld kan het verschil tussen vermogensaanwas en vermogenswinst beperkt voelen.
Voor iemand met een sterk bewegende cryptoportefeuille is het verschil veel groter.
Een munt kan in december fors hoger staan zonder dat de eigenaar ook maar één token heeft verkocht.
Precies daarom zijn de stukken van Prinsjesdag relevant.
Ze veranderen vandaag geen euro aan de cryptobelasting. Ze laten wel zien dat de vraag wanneer
Nederland belasting heft over koerswinst op crypto nog altijd niet definitief is beantwoord.