Ice Labs krijgt de merkenzaak met Intercontinental Exchange niet uit
Nederland. De rechtbank Den Haag heeft het bevoegdheidsverweer van het cryptobedrijf afgewezen en mag de hoofdzaak behandelen.
De doorslag geeft een ICE-vestiging in Amsterdam. Het
vonnis van 2 september 2026 beslist daarmee waar het conflict mag worden uitgevochten, niet wie de merkenzaak uiteindelijk wint.
Financiële ICE tegenover Ice Open Network
Aan de ene kant staat Intercontinental Exchange Holdings, afgekort IEH.
De Amerikaanse financiële groep beheert volgens het vonnis onder meer de New York Stock Exchange en verschillende futures- en clearingactiviteiten. IEH bezit daarnaast het Europese woordmerk ICE, dat in 2022 werd ingeschreven.
Daartegenover staat Ice Labs, gevestigd op de Britse Maagdeneilanden.
Het bedrijf ontwikkelt Ice Open Network, een
blockchain waarop software kan worden gebouwd. Het bood daarnaast een cryptomunt, een wallet en verschillende online diensten onder namen met ICE aan.
Daar begon het conflict.
ICE eist verbod en schadevergoeding
IEH stelt in de hoofdzaak dat Ice Labs zonder toestemming tekens gebruikt die gelijk zijn aan of overeenkomen met zijn ICE-merk.
De financiële onderneming vraagt onder meer om een verbod op merkinbreuk, schadevergoeding en rectificaties.
Ook wil IEH dat Ice Labs maatregelen neemt rond de naam en ticker van de cryptomunt.
Dat zijn vorderingen van IEH. De Haagse rechtbank heeft die in dit vonnis niet toegewezen.
Het huidige oordeel gaat uitsluitend over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
Ticker veranderde grotendeels van ICE naar ION
Het geschil loopt al langer.
IEH sommeerde Ice Labs in januari 2024 om het gebruik van het ICE-merk te stoppen en de domeinnaam ice.io over te dragen.
Ice Labs wees de beschuldiging van merkinbreuk af. Het bedrijf voegde wel een ondertitel aan zijn logo toe en plaatste een verklaring dat het niet met de financiële groep verbonden was.
In februari 2025 begon vervolgens een kort geding.
Na de start daarvan wijzigde Ice Labs de ticker van zijn munt volgens de rechtbank grotendeels van ICE naar ION.
Eerdere rechter zag wel merkinbreuk
In mei 2025 kwam er al een voorlopig oordeel.
De voorzieningenrechter in Den Haag oordeelde toen dat sprake was van merkinbreuk en legde Ice Labs onder meer een stakingsbevel op.
Ice Labs ging daartegen in hoger beroep.
Het gerechtshof Den Haag weigerde in april 2026 de uitvoering van het stakingsbevel te schorsen. Voor een rectificatiebevel kwam er onder voorwaarden wel een schorsing.
Die procedures betekenen niet dat de huidige hoofdzaak al definitief is beslist.
Juist in die hoofdzaak wil IEH onder meer een definitief verbod en schadevergoeding krijgen.
Ice Labs wilde Nederland buiten spel zetten
Voordat de inhoud verder kon worden behandeld, vocht Ice Labs de bevoegdheid van Den Haag aan.
Het bedrijf voerde onder meer aan dat niet voldoende was aangetoond dat IEH werkelijk een vestiging in Nederland had.
Voor de Europese merkenregels is een papieren aanwezigheid inderdaad niet automatisch genoeg.
De rechtbank keek daarom naar de feitelijke activiteiten van ICE in Nederland.
Dertig werknemers wegen mee
Volgens het vonnis hebben drie Nederlandse ICE-entiteiten samen ongeveer dertig werknemers.
Daaronder vallen bestuurders, juristen en compliancefunctionarissen. IEH leverde daarnaast foto's aan waarop zijn aanwezigheid bij het Amsterdamse kantoor zichtbaar is.
Ook presenteert de website van ICE het Amsterdamse adres als een eigen kantoor.
ICE Clear Netherlands wordt daar bovendien aangeduid als het Europese clearing house van de groep.
Voor de rechtbank vormt dat samen een werkelijke en stabiele aanwezigheid die zich naar buiten toe als verlengstuk van IEH manifesteert.
Dat voldoet aan het Europese vestigingsbegrip.
Crypto-exchanges zijn geen vestiging van Ice Labs
Aan de andere kant van de zaak speelde precies het tegenovergestelde probleem.
Ice Labs is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden en kon volgens de rechtbank geen eigen vestiging binnen de Europese Unie aantonen.
Dat zijn token op Europese handelsplatformen verkrijgbaar is, verandert daar niets aan.
Die exchanges zijn zelfstandige ondernemingen.
Een handelsplatform wordt niet automatisch een Europese vestiging van Ice Labs alleen doordat het de munt van dat bedrijf aanbiedt.
Daarmee viel een belangrijk onderdeel van het bevoegdheidsverweer weg.
Den Haag kan voor hele EU oordelen
Omdat Ice Labs geen aangetoonde EU-vestiging heeft en IEH wel een relevante vestiging in Nederland, is artikel 125 lid 2 van de Uniemerkenverordening van toepassing.
Daarmee is de rechtbank Den Haag bevoegd.
Die bevoegdheid blijft bovendien niet beperkt tot Nederland. Volgens de rechtbank strekt zij zich voor deze merkenzaak uit tot het grondgebied van alle EU-lidstaten.
Dat maakt de keuze van de rechtbank praktisch belangrijk.
Een eventueel later verbod in de hoofdzaak kan daardoor een veel groter geografisch bereik krijgen dan Nederland alleen.
Inhoudelijke strijd moet nog volgen
Voor Ice Labs is het bevoegdheidsincident daarmee verloren.
De rechtbank wees het verzoek om zich onbevoegd te verklaren af en hield verdere beslissingen aan.
Partijen moeten nog verder met de hoofdzaak. Het vonnis noemt daarbij een mondelinge behandeling waarvoor beschikbaarheid tussen november 2026 en maart 2027 moet worden opgegeven.
Pas in die procedure komt de definitieve beoordeling van de resterende vorderingen aan bod.
Den Haag heeft dus nog niet beslist hoeveel schade Ice Labs moet betalen of welke namen uiteindelijk verboden worden.
De rechter heeft eerst iets anders vastgesteld: deze strijd over ICE mag in Nederland worden uitgevochten.