Nederland Belastingdienst crypto DAC8

Nederlandse organisaties willen geen digitale onafhankelijkheid maar een nooduitgang

Europa09 sep , 7:28
89% van de Nederlandse organisaties vreest dat geopolitieke spanningen belangrijke bedrijfsactiviteiten kunnen verstoren. Toch weet slechts 16% volledig van welke digitale leveranciers het afhankelijk is.
Dat levert een ongemakkelijke conclusie op. Nederlandse organisaties zoeken geen totale technologische onafhankelijkheid. Ze willen vooral voorkomen dat één leverancier de deur achter hen op slot kan doen.
Nieuw onderzoek van het Capgemini Research Institute noemt dat geen volledige soevereiniteit, maar veerkrachtige onderlinge afhankelijkheid. Voor crypto is dat misschien een veel bruikbaarder verkoopverhaal dan de oude belofte dat iedereen volledig decentraal moet worden.

89% ziet geopolitiek risico, 16% kent alle afhankelijkheden

De Nederlandse cijfers komen uit het op 8 september gepubliceerde onderzoek Digital Sovereignty: From Policy Ambition to Executive Imperative.
Capgemini ondervroeg wereldwijd 1.300 bestuurders uit bedrijfsleven, technologie en publieke organisaties. De deelnemende bedrijven hadden meer dan $1 miljard omzet; overheidsorganisaties minimaal $1 miljard budget. Het volledige onderzoek staat bij Capgemini.
Nederland springt eruit.
89% vreest verstoring door geopolitieke spanningen. Wereldwijd is dat 76%.
Daarnaast heeft 77% van de Nederlandse organisaties budget voor digitale soevereiniteit vrijgemaakt. Toch heeft slechts 23% het onderwerp daadwerkelijk op bestuursniveau vastgelegd.
Nog harder is die 16%.
Slechts één op de zes Nederlandse organisaties zegt volledig zicht te hebben op zijn digitale leveranciersketen. Capgemini publiceerde de Nederlandse cijfers hier.
Je kunt moeilijk onafhankelijker worden als je niet precies weet waarvan je afhankelijk bent.

Volledige digitale onafhankelijkheid blijkt onrealistisch

Dat besef leeft ook internationaal.
59% van alle ondervraagde organisaties noemt volledige digitale soevereiniteit onrealistisch. Twee derde kiest liever voor een model waarin kritieke technologie onder controle blijft, terwijl samenwerking met andere partijen doorgaat.
Dat is een veel minder heroïsche definitie van autonomie.
Wel een bruikbare.
Een bank hoeft geen eigen chips te ontwerpen. Een ziekenhuis hoeft niet zelf een groot AI-model te trainen. Een retailer hoeft geen volledig eigen cloudomgeving vanaf nul te bouwen.
De vraag is eerder wat er gebeurt wanneer een belangrijke leverancier morgen wegvalt:
  • Is er een alternatief?
  • Kunnen gegevens mee?
  • Kan een proces ergens anders draaien?
  • En is die overstap ooit daadwerkelijk getest?
Jurjen Thie, Cloud Strategist bij Capgemini Nederland, vat het in de Nederlandse publicatie scherp samen:
“Zelf in controle blijven is belangrijker dan volledig soeverein zijn.”
Daar zit ook een cryptoles in.

Crypto verkoopt bedrijven vaak het verkeerde ideaal

Bitcoin liet zien dat digitaal bezit kan bestaan zonder één bank die alle transacties controleert.
Ethereum trok dat idee verder naar programmeerbare transacties en applicaties.
Binnen crypto ontstond daaruit al snel een eenvoudige regel: decentraler is beter.
Voor bedrijven werkt die boodschap minder goed.
Grote organisaties kopen geen politieke filosofie. Ze kopen continuïteit, controle en voorspelbaarheid.
Een onderneming hoeft daarom haar volledige financiële systeem niet op een publieke blockchain te zetten om daar voordeel uit te halen.
Het kan al waardevol zijn als er een tweede betaalroute bestaat wanneer de eerste tijdelijk niet werkt.

Stablecoins laten zien hoe zo'n nooduitgang eruit kan zien

Neem internationale betalingen.
Een onderneming kan zijn normale bankrelaties behouden en tegelijk stablecoins gebruiken voor specifieke betalingen buiten bankuren.
Dat schaft banken niet af.
Het creëert een extra route.
Hetzelfde geldt voor bewaring. Een bedrijf kan institutionele custody gebruiken en toch eisen dat activa technisch naar een andere partij kunnen worden verplaatst.
Ook een eigen wallet hoeft geen permanent alternatief voor professionele bewaring te zijn.
De strategische waarde kan simpelweg zitten in het feit dat vertrek mogelijk blijft.
Dat is een andere manier om decentralisatie te beoordelen.
Niet: hoeveel tussenpersonen zijn verwijderd?
Maar: hoeveel macht heeft één tussenpersoon wanneer het misgaat?

Een nooduitgang hoef je niet iedere dag te gebruiken

Dat punt wordt binnen crypto vaak gemist.
Een bedrijf kan bewust kiezen voor Microsoft, Amazon, Google, SAP of een grote bank. Die partijen bieden schaal, ondersteuning en aansprakelijkheid.
Dat hoeft geen probleem te zijn.
Het probleem ontstaat wanneer een organisatie niet meer weg kan.
Capgemini meldt dat 36% van de wereldwijd ondervraagde organisaties meer dan twaalf maanden nodig zou hebben om van een belangrijke technologieleverancier weg te gaan. Eén op de tien zegt zelfs helemaal geen bruikbaar alternatief te hebben.
Dan verandert een leverancier langzaam in een afhankelijkheid waar nauwelijks aan te ontsnappen valt.
Een branddeur is ook niet waardeloos omdat hij bijna altijd dicht blijft.
Zijn waarde verschijnt op de dag dat de normale uitgang niet werkt.

AI maakt de afhankelijkheid groter

Nederlandse bestuurders kijken daarbij niet alleen naar cloudbedrijven.
59% van de Nederlandse organisaties ziet AI als een hoog risico voor de continuïteit van belangrijke processen.
Die afhankelijkheid kan snel groeien.
Een bedrijf gebruikt één modelprovider. Dat model draait bij één cloudpartij. Interne software wordt erop aangepast. Werknemers bouwen dagelijkse processen rond dezelfde dienst.
Na een paar jaar is overstappen ineens geen simpele softwarewissel meer.
Data, beveiliging, modellen, rekenkracht en bedrijfsprocessen zitten dan aan elkaar vast.
Dat probleem bestaat ook binnen crypto.

Een blockchain kan decentraal zijn terwijl de toegang dat niet is

Een netwerk kan duizenden validators hebben en toch verrassend centrale knelpunten bevatten.
Gebruikers kunnen massaal dezelfde exchange gebruiken. Applicaties kunnen op dezelfde cloud draaien. Wallets kunnen dezelfde dataprovider aanspreken.
Een blockchain is daardoor niet automatisch weerbaar omdat het consensusmechanisme verdeeld is. Je moet de hele keten bekijken:
  • Wat gebeurt er wanneer de populairste interface verdwijnt?
  • Kan een applicatie snel naar een andere provider?
  • Kan een gebruiker zijn activa meenemen?
  • Blijft een token verhandelbaar wanneer één platform ermee stopt?
  • Kan liquiditeit zonder toestemming naar een andere plek bewegen?
Daar wordt decentralisatie concreet.

Exit-capaciteit is beter meetbaar dan decentralisatie

Dat levert een strengere maatstaf voor cryptoprojecten op.
Een project kan zichzelf decentraal noemen. Maar als gebruikers praktisch vastzitten bij één dienstverlener, betekent dat woord weinig.
Andersom kan een systeem centrale onderdelen bevatten en toch redelijke weerbaarheid bieden.
Voorwaarde is dat alternatieven bestaan en overstappen werkelijk mogelijk blijft.
Dat past opvallend goed bij wat bedrijven volgens Capgemini zoeken.
Geen volledige afzondering.
Wel controle over kritieke afhankelijkheden.
Geen technologieketen die volledig zelf gebouwd moet worden.
Wel een werkende uitweg wanneer een partner verdwijnt.

Voor Europa is dat een realistischer doel

De Nederlandse cijfers raken rechtstreeks aan de bredere Europese discussie over digitale autonomie.
Europa is sterk afhankelijk van niet-Europese cloudbedrijven, chipproducenten, softwareleveranciers en AI-bedrijven.
De makkelijke politieke reactie is: Europa moet alles zelf bouwen.
De economische werkelijkheid is lastiger.
Volledige Europese technologische afzondering zou buitengewoon duur zijn en op veel terreinen nauwelijks haalbaar.
Capgemini wijst daarom richting selectieve controle. Bescherm wat niet mag uitvallen en accepteer samenwerking waar afhankelijkheid beheersbaar blijft.
Open netwerken passen opvallend goed bij die gedachte.
Niet omdat ieder Europees bedrijf crypto moet bezitten.
Wel omdat zulke systemen één nuttig ontwerpprincipe demonstreren: een dienst wordt minder machtig wanneer gebruikers zonder toestemming kunnen vertrekken.

Crypto moet minder beloven en meer uitwijkroutes bouwen

Daar ligt misschien de zakelijke kans.
Bedrijven hoeven niet overtuigd te worden dat banken verdwijnen. Dat doen ze niet.
Cloudbedrijven verdwijnen evenmin.
En grote technologiebedrijven zullen voorlopig alleen maar belangrijker worden.
De betere vraag is of één van die partijen onvervangbaar mag worden.
Voor crypto verandert daarmee ook het verhaal.
Niet: u heeft straks niemand meer nodig.
Maar: als één partij uitvalt, bestaat er nog een andere route.
Dat is minder revolutionair.
Voor een bestuurder die ziet dat 89% van zijn Nederlandse collega's geopolitieke verstoring vreest, kan het wel een stuk waardevoller zijn.
Digitale soevereiniteit betekent dan niet dat niemand meer nodig is.
Het betekent dat niemand de nooduitgang mag kunnen afsluiten.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading