Brussel is begonnen aan de eerste grote review van
MiCA, en dat zet de Benelux-cryptomarkt direct op scherp. De Europese Commissie kijkt niet alleen of de regels werken, maar ook welke grijze zones rond DeFi, staking, lending, NFT’s en stablecoins alsnog onder druk komen. De Commissie opende de consultatie op 20 mei 2026. Reacties zijn welkom tot en met 31 augustus 2026.
Officieel gaat het om
een evaluatie van het bestaande raamwerk. Maar de inzet is duidelijk groter: Europa test nu al of MiCA nog past bij een cryptomarkt die sneller verandert dan de wet.
De eerste winnaars zijn de volwassen spelers
De eerste winnaars zijn waarschijnlijk niet de luidste cryptonamen, maar de meest volwassen. Partijen met een MiCA-vergunning, een Europese notificatie of een bijna afgerond vergunningstraject krijgen een structureel voordeel. Zij hebben governance, klantbescherming, compliance, rapportage en toezichtrelaties al veel verder op orde.
ESMA vermeldt dat de overgangsperiode onder MiCA loopt tot 1 juli 2026, of tot een aanbieder een MiCA-autorisatie krijgt of wordt geweigerd. Daarna wordt de ruimte voor aanbieders zonder vergunning veel kleiner. Voor de Benelux betekent dat een harde scheidslijn.
In Nederland zegt de AFM dat aanbieders van cryptoactivadiensten een vergunning of notificatie van de AFM of een andere Europese toezichthouder nodig hebben om binnen de EU diensten aan te bieden.
Wie dat proces serieus heeft genomen, staat vanaf juli sterker. Wie vooral op overgangsruimte leunde, raakt die buffer kwijt.
Compliance-infrastructuur krijgt wind mee
De tweede groep winnaars zit in de infrastructuurlaag. De Commissie kijkt niet alleen naar nieuwe risico’s, maar ook naar administratieve vereenvoudiging en de werking van MiCA in de praktijk. Dat kan juist ruimte geven aan partijen die compliance, custody, rapportage, monitoring en gereguleerde settlement makkelijker maken.
Dat past bij de volgende fase van crypto in Europa. De groei draait minder om pure trading en meer om bewaarneming, stablecoinrails, tokenized settlement, klantvermogensscheiding en de brug met bestaande financiële markten.
Voor Nederlandse en Belgische fintechs is dat relevant. De winnaars hoeven niet per se de grootste exchanges te zijn. Het kunnen ook partijen zijn die zorgen dat banken, brokers, vermogensbeheerders en gereguleerde cryptoplatforms veilig met digitale activa kunnen werken.
Grijze staking- en lendingmodellen krijgen druk
De verliezers worden ook zichtbaarder. De Commissie noemt expliciet marktsegmenten die niet oorspronkelijk onder MiCA vielen, zoals DeFi, crypto-lending, staking en NFT’s.
Dat is belangrijk. Veel van die diensten leven in een grijze zone. Niet elke DeFi-app heeft een klassieke aanbieder. Niet elke stakingdienst lijkt op een financieel product. Niet elke NFT is een beleggingsinstrument. Maar zodra er een herkenbare operator, frontend, commerciële partij of custodylaag achter zit, wordt het moeilijker om te zeggen dat er helemaal niemand verantwoordelijk is.
Voor staking en lending kan dat extra gevoelig worden. Die diensten lijken voor gebruikers vaak op rendement, rente of beheer, ook als de juridische structuur anders is. Als Brussel scherper gaat afbakenen, kan een deel van die markt verschuiven van “innovatie” naar “gereguleerde dienst”.
Stablecoins en tokenisatie worden hoofddossiers
Stablecoins blijven een tweede zwaar dossier. De Commissie kijkt naar de werking van MiCA in een markt waarin stablecoins steeds internationaler worden en waarin uitgifte, reserves, distributie en gebruikers over meerdere jurisdicties kunnen lopen.
Dat raakt direct aan partijen die euro-stablecoins, tokenized deposits, betaalrails of on-chain settlement willen bouwen. Voor de Benelux is dit geen abstract thema. Nederland en België zitten midden in een regio waar banken, betalingsbedrijven, custodians en fintechs steeds vaker naar digitale settlement kijken.
Ook de grens met traditionele effectenwetgeving blijft gevoelig. De Commissie-consultatie vraagt naar classificatieproblemen tussen crypto-assets en bestaande financiële instrumenten.
Dat kan gevolgen hebben voor tokenized funds, synthetische assets, wrapped producten en hybride diensten die zowel op crypto als op klassieke finance lijken. Wie vandaag profiteert van onduidelijke classificatie, kan morgen in een zwaarder regime vallen.
België krijgt een dubbele toezichtsdynamiek
In België ligt de situatie extra gevoelig door de verdeling van toezicht. De Belgische MiCA-implementatiewet van 11 december 2025 trad op 3 januari 2026 in werking. Juridische analyses wijzen erop dat de wet de bevoegdheden verdeelt tussen de FSMA en de Nationale Bank van België.
Dat betekent dat Belgische cryptobedrijven niet alleen naar Brussel op EU-niveau moeten kijken, maar ook naar hoe FSMA en NBB de regels praktisch toepassen. Voor CASP’s, stablecoinspelers en financiële instellingen kan die dubbele toezichtslaag belangrijk worden.
De FSMA kijkt traditioneel sterk naar marktgedrag, beleggersbescherming en consumentencommunicatie. De NBB heeft meer gewicht bij prudentieel toezicht en financiële stabiliteit. Dat maakt België interessant, maar ook complex.
Nederland blijft poort naar Europese markt
In Nederland ligt het zwaartepunt bij de AFM voor aanbieders van cryptoactivadiensten. De AFM houdt een register bij van CASP’s met een vergunning of notificatie en vermeldt welke activiteiten zij op basis daarvan mogen verrichten.
Dat wordt belangrijker naarmate de overgangsperiode afloopt. Voor Nederlandse gebruikers wordt de vraag concreter: staat mijn aanbieder geregistreerd of genotificeerd? Welke diensten mag die partij aanbieden? En valt een product echt onder MiCA, of onder een ander financieel regime?
Voor aanbieders wordt de lat hoger. Een marketingwebsite in het Nederlands of grensoverschrijdende dienstverlening richting Nederlandse klanten kan sneller toezichtvragen oproepen.
De tweede MiCA-golf draait dus niet alleen om grote Brusselse beleidsvragen. Ze werkt door tot klantacceptatie, productontwerp en landingspagina’s.
De echte scheidslijn is niet pro of anti crypto
De komende maanden wordt de discussie waarschijnlijk weer gepresenteerd als pro-crypto versus anti-crypto. Dat is te simpel. De echte scheidslijn loopt tussen businessmodellen die zich laten inpassen in Europees financieel toezicht en modellen die vooral werkten zolang definities onduidelijk waren.
Een gereguleerde custodian kan winnen. Een complianceprovider kan winnen. Een stablecoinproject met duidelijke reserves en toezicht kan winnen. Een broker met sterke klantbescherming kan winnen.
Maar een lendingproduct zonder duidelijke verantwoordelijke, een stakingdienst met vage opbrengstclaims of een DeFi-frontend die feitelijk commerciële toegang verkoopt, krijgt het moeilijker.
Niet omdat Brussel innovatie per definitie wil smoren. Wel omdat Brussel steeds minder geduld heeft met financiële diensten die niet als financiële diensten behandeld willen worden.
MiCA was het begin, niet het eindpunt
De belangrijkste les is dat MiCA nooit het eindpunt was. De eerste fase ging over basisregels, vergunningen en rechtszekerheid. De tweede fase gaat over afbakening.
Wat is nog experimentele crypto? Wat is een financiële dienst? Wanneer wordt een protocol een aanbieder? Wanneer is staking technisch netwerkgebruik, en wanneer wordt het een gereguleerd rendementproduct?
Dat zijn precies de vragen die nu op tafel liggen. Voor de Benelux wordt dit een harde test. De winnaars zijn de partijen die die vragen al serieus beantwoorden. De verliezers zijn degenen die blijven hopen dat Europa structureel ruimte laat voor half-gereguleerde tussenmodellen.