€2,2 miljoen aan crypto is verkocht na het faillissement van
Knaken. Daartegenover staat inmiddels €8,45 miljoen aan ingediende claims van 691 schuldeisers.
Voor klanten is daarmee één ding duidelijker geworden: er is geld beschikbaar.
Hoeveel daarvan uiteindelijk bij hen terechtkomt, weet zelfs de curator nog niet.
OM liet in beslag genomen crypto verkopen
Het Openbaar Ministerie had tijdens het strafrechtelijke onderzoek beslag gelegd op cryptovaluta van Knaken Cryptohandel en/of Stichting Knaken Payments.
Die
crypto is vervolgens op last van het OM verkocht en omgezet in euro’s.
Volgens het
officiële faillissementsverslag van 17 augustus bedraagt de opbrengst ongeveer €2,2 miljoen. Het bedrag valt in het faillissement.
Curator Carl Hamm overlegt nog met het OM over de verdere afwikkeling.
Dat betekent dus niet dat €2,2 miljoen nu direct onder voormalige klanten wordt verdeeld.
691 schuldeisers claimen al €8,45 miljoen
Aan de andere kant van de balans lopen de vorderingen snel op.
Per 14 augustus hadden 691 schuldeisers een claim ingediend voor gezamenlijk €8.448.726,78.
Dat bedrag is nog geen definitief erkende schuld.
De curator schrijft expliciet dat de claims nog inhoudelijk moeten worden gecontroleerd aan de hand van de administratie van Knaken en bewijsstukken van schuldeisers.
Ook het aantal van 691 is slechts een momentopname.
Nieuwe vorderingen kunnen het totaal verder verhogen.
Curator waarschuwt al voor beperkte terugbetaling
Voor gedupeerden staat in hetzelfde verslag een harde waarschuwing.
De curator ziet voorlopig een groot tekort tussen beschikbare bezittingen en de vorderingen van schuldeisers.
Schuldeisers moeten er volgens de curator rekening mee houden dat slechts een beperkt deel van hun vordering kan worden voldaan.
Hoe groot dat deel wordt, kan hij nog niet berekenen. Ook staat nog niet vast hoe Knaken Cryptohandel en Stichting Knaken Payments precies naast elkaar worden afgewikkeld.
Dat verschil is belangrijk.
€2,2 miljoen aan verkochte crypto tegenover €8,45 miljoen aan claims betekent niet automatisch dat klanten ongeveer een kwart terugkrijgen.
Er kunnen andere bezittingen bijkomen. Er zijn boedelkosten en mogelijk verschillende juridische posities. Ook kunnen claims worden afgewezen of aangepast.
Rechtbank stelde eerder veel groter tekort vast
Het faillissement kwam niet uit de lucht vallen.
Het OM vroeg eind juni om het faillissement nadat de AFM signalen had gegeven over de financiële situatie bij Knaken. De rechtbank Rotterdam verklaarde Knaken Cryptohandel B.V. en Stichting Knaken Payments op 16 juli failliet.
Het volledige vonnis staat bij Rechtspraak.
Het OM ging aanvankelijk uit van ongeveer €14 miljoen aan klanttegoeden, waarvan €7 miljoen zou ontbreken.
Knaken betwistte die cijfers.
Tijdens de procedure stelde het bedrijf dat er 3.661 actieve klanten met een positief saldo waren. Die hadden op 30 juni gezamenlijk ongeveer €8,64 miljoen tegoed.
Volgens Knaken zelf was daarvan tussen €5 miljoen en €5,5 miljoen niet meer beschikbaar.
De rechtbank stelde daarmee niet vast waar dat geld is gebleven.
Wel stond volgens de rechter vast dat onvoldoende vermogen aanwezig was om klanten volledig te betalen.
MiCAR-vergunning werd niet verkregen
Daar kwam het vergunningprobleem bovenop.
Knaken bood klanten diensten aan waarmee zij onder meer euro’s konden omzetten in
Bitcoin,
Ethereum en andere cryptomunten.
Voor voortzetting daarvan was onder MiCAR een CASP-vergunning nodig.
De AFM liet Knaken op 7 mei weten dat die vergunning niet zou worden verleend. Op 29 mei stopte het platform met zijn activiteiten, schrijft de curator.
Het
OM meldde later dat klanten niet meer werden uitbetaald en vroeg het faillissement in het openbaar belang aan.
€2,32 miljoen bij gelieerde onderneming wordt onderzocht
Naast de verkochte crypto zit nog een tweede groot bedrag in het dossier.
Uit de administratie van Knaken blijkt volgens de curator een vordering van €2.316.982,64 op Meier Media B.V.
Hamm heeft betaling daarvan geëist.
Meier Media betwist de vordering en heeft volgens het faillissementsverslag ook aangegeven onvoldoende middelen te hebben om het bedrag te betalen. De curator onderzoekt nu zowel de grondslag als de mogelijkheden om het geld te innen.
Dat bedrag kan voor schuldeisers veel verschil maken als het daadwerkelijk verhaalbaar blijkt.
Maar daar kan nu nog niet op worden gerekend.
Rechtbank zag belangenverstrengeling rond dezelfde geldstroom
De €2,3 miljoen speelde ook al tijdens de faillissementsprocedure.
Volgens het vonnis was het bedrag als lening of rekening-courant verstrekt aan een onderneming waarvan Knakens bestuurder de uiteindelijk belanghebbende was.
De rechtbank oordeelde dat dit “op zijn minst duidt op een belangenverstrengeling” en vond onafhankelijk onderzoek nodig naar het ontstaan van het tekort.
Dat is geen vaststelling van verduistering of fraude.
Het onderzoek naar de financiële gang van zaken loopt nog.
FIOD onderzoekt mogelijke strafbare feiten
Naast de curator loopt een strafrechtelijk traject.
De FIOD deed eind juni meerdere doorzoekingen. Digitale gegevensdragers werden meegenomen en op vermogen van de onderneming werd beslag gelegd.
Er waren op dat moment geen aanhoudingen.
Het OM meldde dat het onderzoek ziet op mogelijke strafbare feiten. De curator onderzoekt afzonderlijk de administratie, geld- en cryptostromen, transacties met gelieerde partijen en mogelijke aansprakelijkheid van bestuurders of derden.
Die onderzoeken kunnen uiteindelijk bepalen of meer geld naar de boedel terugkomt.
Klanten hadden geen aparte pot met hun naam erop
Voor klanten maakt de constructie rond bezit de afwikkeling lastiger.
Wie in de app bijvoorbeeld één
Bitcoin zag staan, kan niet simpelweg eisen dat precies die ene munt uit een aparte
wallet wordt teruggegeven.
Uit het vonnis blijkt dat de structuur met Stichting Knaken Payments was bedoeld om klantmiddelen apart te beheren. Tegelijk hadden klanten juridisch een vordering op Knaken, waarbij de stichting op instructie van Knaken uitbetalingen verzorgde.
Juist nu onvoldoende vermogen aanwezig is, moet de curator reconstrueren welke aanspraken geldig zijn en hoe de twee faillissementen zich tot elkaar verhouden.
Dat proces kost tijd.
MiCAR voorkomt een faillissement niet
De zaak heeft ook een bredere les voor gebruikers van een
cryptocurrency exchange.
Een Europese vergunning stelt eisen aan bestuur, bedrijfsvoering en bescherming van klantactiva.
Maar toezicht kan financiële problemen niet met terugwerkende kracht oplossen.
Bij Knaken stelde de rechtbank vast dat het dekkingstekort al jaren eerder was ontstaan. Volgens de bestuurder begon het probleem in 2020 en verslechterde de financiële positie daarna verder.
Voor gebruikers telt daarom niet alleen welke munten een platform aanbiedt.
Ook de manier waarop klantbezit wordt bewaard, gescheiden en administratief vastgelegd bepaalt wat er gebeurt wanneer een handelsplatform omvalt.
€2,2 miljoen is pas het begin van de rekensom
Voorlopig ligt er dus ongeveer €2,2 miljoen uit verkochte crypto.
Daar staat al €8,45 miljoen aan ingediende, nog niet gecontroleerde vorderingen tegenover.
Daarnaast probeert de curator onder meer de €2,32 miljoen bij Meier Media te onderzoeken en mogelijk te innen.
Niemand kan daarom vandaag betrouwbaar zeggen welk percentage gedupeerden terugkrijgen.
De curator waarschuwt zelf al dat het waarschijnlijk om een beperkt deel gaat.
Voor Knaken-klanten is de crypto nu verkocht. De moeilijkste vraag blijft wie uiteindelijk recht heeft op welke euro.