Meer cryptotransacties die worden gekoppeld aan online seksueel kindermisbruik komen in beeld bij Nederlandse autoriteiten. Maar de stijging vertelt niet alleen iets over criminelen. Ook de opsporing ziet simpelweg meer dan enkele jaren geleden.
Minister David van Weel van Justitie en Veiligheid antwoordde op 25 september op Kamervragen van CDA-Kamerleden Inge van Dijk en Tijs van den Brink. Het
kabinet wijst daarbij op betere blockchainanalyse, internationale geldstromen en gaten die ontstaan wanneer aanbieders buiten de Europese Unie zitten.
FIU krijgt aanzienlijk meer cryptomeldingen binnen
De aanleiding ligt in het jaaroverzicht 2025 van FIU-Nederland.
Daarin schrijft de organisatie dat het aantal meldingen over aankopen van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik via cryptovaluta aanzienlijk is gestegen ten opzichte van 2024.
Dat vraagt wel om nuance.
De stijging komt volgens FIU-Nederland mede doordat aanbieders van blockchain-analysetools dit onderwerp meer prioriteit geven.
Samen met de Internet Watch Foundation worden
crypto-adressen geïdentificeerd die aan dergelijk materiaal zijn gekoppeld. Wanneer een klant vervolgens crypto naar zo'n adres stuurt, kan de cryptodienstverlener daar een signaal over krijgen.
Dat signaal kan daarna bij FIU-Nederland terechtkomen.
Meer meldingen betekenen daardoor niet automatisch dat de daadwerkelijke omvang van het onderliggende misbruik in hetzelfde tempo is gegroeid.
Een deel van de stijging komt doordat de financiële sporen beter worden herkend.
Tien politieonderzoeken kwamen uit cryptosignalen
De meldingen blijven niet alleen in een database staan.
Het kabinet meldt dat in 2025 tien onderzoeken bij de Teams Bestrijding Kinderpornografie en Kindersekstoerisme voortkwamen uit signalen over cryptobetalingen.
Ook het aantal meldingen van FIU-Nederland richting deze teams en rechtstreekse verstrekkingen vanuit cryptobedrijven nam de afgelopen jaren toe.
Een exacte reeks over vijf jaar geeft het kabinet niet.
Dat komt onder meer doordat één melding meerdere transacties kan bevatten en die niet altijd bij hetzelfde account horen.
Daardoor is een simpele telling van melding naar onderzoek naar veroordeling moeilijk te maken.
Blockchain maakt betalingen niet automatisch anoniem
Daarmee raakt de zaak aan een hardnekkig misverstand over crypto.
Een openbare
blockchain bewaart transacties permanent.
Ook bij
Bitcoin is de transactiegeschiedenis publiek zichtbaar.
Wat meestal ontbreekt, is de naam achter een adres.
Daar komen handelsplatforms en andere financiële partijen in beeld.
Wanneer een gereguleerde
crypto-exchange weet welke klant bij een bepaald account hoort, kan een blockchainadres uiteindelijk aan een identiteit worden gekoppeld.
Dat maakt crypto niet anoniem in dezelfde betekenis als contant geld zonder administratie.
Het probleem verschuift naar de vraag wie de benodigde klantgegevens bezit en of Nederlandse autoriteiten die informatie snel kunnen krijgen.
MiCA veranderde waar meldingen terechtkomen
Daar ontstaat binnen Europa een nieuwe complicatie.
Onder MiCA hoeft een aanbieder van cryptodiensten niet langer in iedere lidstaat een aparte vergunning te hebben.
Een vergunning in één EU-land kan via het Europese paspoort toegang geven tot andere lidstaten.
Ook de meldstructuur verandert daardoor.
Een cryptobedrijf meldt ongebruikelijke transacties in beginsel bij de FIU van het land waar het zijn vergunning heeft gekregen, niet automatisch bij iedere lidstaat waar klanten zitten.
Nederland kan die informatie nog steeds via buitenlandse FIU's ontvangen.
Maar wanneer gegevens niet rechtstreeks hier beschikbaar zijn, kost het volgens het kabinet meer tijd om ze op te vragen.
Dat is iets anders dan zeggen dat de informatie volledig verdwijnt.
Ze zit alleen vaker bij een buitenlandse schakel.
Buiten de EU wordt de kloof groter
Nog lastiger wordt het bij aanbieders buiten de Europese Unie.
Europese cryptodienstverleners vallen onder regels voor klantenonderzoek, transactiemonitoring en het melden van ongebruikelijke transacties.
Ook de zogenoemde travel rule verplicht gereguleerde partijen om bepaalde informatie over verzender en ontvanger mee te sturen bij cryptotransacties.
Maar niet iedere transactie loopt via zo'n gereguleerd bedrijf.
Crypto kan ook rechtstreeks tussen wallets bewegen of via buitenlandse aanbieders gaan.
Het kabinet noemt juist transacties zonder gereguleerde tussenpersoon en dienstverlening vanuit derde landen als zwakke plekken bij het bestrijden van witwassen en ander crimineel gebruik.
Daar botsen openbare blockchaindata op nationale opsporingsbevoegdheden.
Het spoor kan zichtbaar zijn.
De identiteit erachter kan alsnog in een ander rechtsgebied zitten.
Nederland blijft afhankelijk van andere landen
Van Weel erkent die beperking expliciet.
Bij strafrechtelijke samenwerking buiten de EU is Nederland afhankelijk van de medewerking van het andere land.
Hoe snel en volledig gegevens worden verstrekt, verschilt per rechtsgebied en zaak.
Nederland probeert die verschillen onder meer via de Financial Action Task Force kleiner te maken.
De FATF stelt internationale standaarden vast voor de aanpak van witwassen en financiële
criminaliteit. Nederland dringt erop aan dat ook landen buiten de EU de regels voor cryptoactiva en cryptodienstverleners toepassen.
Dat lost een concrete zaak niet direct op.
Het moet vooral voorkomen dat criminelen eenvoudig uitwijken naar landen met veel zwakkere controles.
Nieuwe Europese autoriteit krijgt crypto nadrukkelijk in beeld
Binnen Europa krijgt AMLA een steeds grotere rol.
Deze nieuwe Europese antiwitwasautoriteit moet FIU's nauwer laten samenwerken en gezamenlijke analyses organiseren.
Cryptodienstverleners krijgen daarin volgens het kabinet nadrukkelijk aandacht.
Het bredere Europese antiwitwaspakket wordt vanaf juli 2027 verder van kracht.
Dat moet regels tussen lidstaten meer gelijk trekken en informatie-uitwisseling makkelijker maken.
Ook ontstaan nieuwe mogelijkheden voor gezamenlijke analyses van grensoverschrijdende geldstromen.
Voor cryptobedrijven betekent dat dat vergunningverlening maar één deel van het toezicht is.
De volgende slag draait steeds meer om transactiedata en samenwerking tussen nationale diensten.
Politieteams kampen nog altijd met personeelstekort
Techniek alleen lost het probleem niet op.
De gespecialiseerde politieteams zijn de afgelopen jaren uitgebreid met 26 fte. Daarmee kwam de formatie medio 2026 uit op 186 fte.
Toch is volgens het kabinet sprake van ongeveer 20% structurele onderbezetting.
Het werk vraagt zware selectie, veel technische kennis en heeft een hoge mentale belasting.
Daar komt een breder personeelstekort bij de politie bovenop.
Het kabinet verwacht daarom dat de hoeveelheid materiaal de beschikbare capaciteit blijft overstijgen.
Opsporingsdiensten moeten dus blijven kiezen welke zaken prioriteit krijgen.
FIU en politie willen databases beter koppelen
Er komt wel een nieuwe technische stap.
FIU-Nederland en de gespecialiseerde politieteams starten een verkenning naar manieren om informatie uit hun afzonderlijke databases beter aan elkaar te koppelen.
Het idee is dat financiële signalen sneller kunnen worden verbonden met informatie die al binnen politieonderzoeken beschikbaar is.
Dat kan belangrijk zijn bij crypto.
Een los walletadres zegt vaak weinig.
Een adres dat tegelijk voorkomt in financiële analyses én een lopend onderzoek kan veel relevanter worden.
Het kabinet zegt niet dat beide databases simpelweg volledig aan elkaar worden toegevoegd.
Het gaat voorlopig om een verkenning van technische mogelijkheden binnen de geldende regels.
Cryptobedrijven worden steeds belangrijkere poortwachters
Daarmee verandert ook de rol van handelsplatforms.
Een cryptobedrijf verwerkt niet alleen orders of bewaart tegoeden.
Het kan ook de partij zijn die een blockchainadres aan een echte klant kan koppelen.
Dat maakt klantonderzoek en transactiemonitoring belangrijk voor strafrechtelijk onderzoek.
FIU-Nederland ontving in 2025 in totaal meer dan 3 miljoen meldingen van ongebruikelijke transacties. Ruim 92.000 transacties werden uiteindelijk verdacht verklaard.
Meer dan de helft van alle ongebruikelijke transacties had volgens de FIU geen directe Nederlandse link.
Dat komt onder meer doordat internationale financiële partijen met een Nederlandse vestiging hier meldingsplichtig kunnen zijn.
De financiële keten is dus al lang internationaler dan de opsporingsbevoegdheden van één land.
De echte zwakke plek ligt buiten de blockchain
De antwoorden van het kabinet geven daarmee een ander beeld dan het idee dat crypto vooral moeilijk te volgen zou zijn.
Bij openbare netwerken kan juist veel zichtbaar blijven.
Het lastige deel begint wanneer onderzoekers van een adres naar een persoon moeten.
Daarvoor zijn klantgegevens, samenwerking met bedrijven en soms buitenlandse rechtshulp nodig.
Binnen Europa moet AMLA die samenwerking verder stroomlijnen.
Buiten Europa blijft Nederland afhankelijk van hoe andere landen hun regels toepassen en hoeveel medewerking zij geven.
De blockchain stopt niet bij de grens. De bevoegdheid om de persoon achter een wallet te identificeren vaak wel.