FIU-Nederland crypto-toezicht

FIU vroeg 2.849 keer extra informatie: cryptobedrijven moeten dossier op orde

Europa08 sep , 13:37
2.849 keer vroeg FIU-Nederland vorig jaar aanvullende gegevens op bij meldingsplichtige instellingen. Dat cijfer gaat over alle sectoren samen, niet alleen crypto. Voor Nederlandse cryptobedrijven is de boodschap toch duidelijk: een melding kan het begin zijn van veel meer vragen.
Aanbieders van cryptoactivadiensten vallen onder de Wwft en staan voor dit toezicht onder de AFM. Ze moeten ongebruikelijke transacties melden en voldoende gegevens bewaren om geldstromen en klantrelaties te kunnen duiden.

FIU vroeg duizenden keren door na een melding

FIU-Nederland maakte op 4 september bekend dat analisten in 2025 in totaal 2.849 zogenoemde artikel 17-bevragingen deden. Het nieuwe FIU-bericht gaat over alle meldingsplichtige instellingen.
Dat laatste onderscheid is belangrijk. Uit het gepubliceerde cijfer valt niet af te leiden hoeveel van die 2.849 verzoeken specifiek naar cryptobedrijven gingen.
Een artikel 17-bevraging is geen aparte wettelijke procedure met die naam. FIU gebruikt de term voor informatieverzoeken op basis van artikel 17 van de Wwft.

Eén melding kan een veel groter dossier openen

Een ongebruikelijke transactie bevat meestal al gegevens over de klant en geldstroom. Soms heeft FIU meer nodig om te bepalen wat er werkelijk speelt.
Analisten kunnen dan rekeningafschriften, transactiedetails, klantgegevens en correspondentie opvragen. Ook facturen, contracten en andere relevante stukken kunnen in beeld komen.
Opvallend is dat FIU niet alleen hoeft aan te kloppen bij de oorspronkelijke melder.
Wanneer een bank een transactie meldt, kan de eenheid bijvoorbeeld ook informatie vragen aan een betrokken accountant, notaris of andere meldingsplichtige instelling. Zo kunnen losse financiële gegevens aan elkaar worden gekoppeld.

Cryptobedrijven zitten midden in dit systeem

Voor aanbieders van cryptoactivadiensten is dit geen theoretisch risico.
FIU-Nederland vermeldt op zijn pagina voor cryptoactivadiensten expliciet dat deze partijen ongebruikelijke transacties moeten melden. Dat geldt voor uitgevoerde én voorgenomen transacties.
Daaronder vallen onder meer het bewaren van crypto voor klanten, handelsplatformen en het wisselen tussen crypto en geld. Ook crypto-naar-crypto-wisseldiensten, orderuitvoering en overdrachtsdiensten vallen onder de MiCA-definitie die FIU gebruikt.
De AFM houdt in Nederland toezicht op naleving van de Wwft door deze aanbieders. Het cryptoregister van de toezichthouder bevat CASP's met een vergunning of geldige notificatie van de AFM of een andere Europese toezichthouder.

Een ongebruikelijke transactie is nog niet verdacht

Daar zit een belangrijk juridisch verschil.
Een melding bij FIU betekent niet automatisch dat een klant van witwassen wordt verdacht. De meldingsplicht draait eerst om transacties die aan wettelijke indicatoren voldoen of waarbij een aanbieder aanleiding ziet om een verband met witwassen of terrorismefinanciering te vermoeden.
FIU analyseert de informatie daarna zelf.
Extra gegevens kunnen aantonen dat een betaling verklaarbaar is. Ze kunnen ook nieuwe verbindingen of geldstromen blootleggen die aanleiding geven voor verder onderzoek.
Pas wanneer FIU daar voldoende grond voor ziet, wordt een transactie verdacht verklaard. De gegevens kunnen daarna beschikbaar worden voor opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Een walletadres alleen vertelt FIU niet genoeg

Voor cryptobedrijven ontstaat hier een specifiek probleem.
Een transactie op een [blockchain] kan zichtbaar zijn, maar een adres vertelt niet automatisch wie erachter zit. De aanbieder moet daarom on-chain gegevens kunnen verbinden aan informatie over de klant en de transactie.
Wie stuurde de crypto?
Wie was de ontvanger?
Past het bedrag bij het gebruikelijke gedrag van de klant?
En waarom werd een transactie intern wel of niet als afwijkend aangemerkt?
Juist zulke vragen kunnen relevant worden wanneer FIU na een eerste melding verder graaft.

Travel Rule voegt nog een gegevenslaag toe

Daar komt de Europese Transfer of Funds Regulation bovenop.
De AFM schrijft dat CASP's bij iedere afzonderlijke crypto-overdracht bepaalde informatie over de initiator en begunstigde moeten meesturen. Deze verplichting staat bekend als de Travel Rule. De AFM legt die regels hier uit
Voor transacties met self-hosted wallets komt daar nog iets bij.
Bij bedragen boven €1.000 moeten CASP's in beginsel maatregelen nemen om eigendom of zeggenschap over het self-hosted adres vast te stellen en te verifiëren. Afhankelijk van het witwasrisico kan die verplichting volgens de AFM ook onder €1.000 gelden.
Een walletadres is daardoor voor een gereguleerd platform steeds minder een los technisch gegeven. Het kan onderdeel worden van een klantdossier waar later opnieuw vragen over komen.

Voor gebruikers betekent dit vaker vragen over geldstromen

Dat merken klanten ook.
Een gereguleerde crypto-exchange kan vragen stellen over de herkomst van crypto, de ontvanger van een transactie of een externe wallet.
Zo'n verzoek betekent niet automatisch dat FIU naar die specifieke klant kijkt. Platforms voeren zelf klantonderzoek en transactiemonitoring uit en moeten aan hun eigen verplichtingen voldoen.
Maar zodra een melding bij FIU belandt, kan het dossier later opnieuw worden geopend voor aanvullende informatie.
Dan telt niet alleen wat een compliance-systeem ooit heeft gesignaleerd. Het bedrijf moet de onderliggende gegevens ook daadwerkelijk kunnen terugvinden.

Niet melden kan gevolgen hebben

De meldplicht is niet vrijblijvend.
FIU-Nederland schrijft dat het niet melden van een verplichte ongebruikelijke transactie een overtreding van de Wwft oplevert en een economisch delict kan vormen. Bij mogelijk meldverzuim kan FIU de zaak doorgeven aan de betreffende toezichthouder.
Die toezichthouder kan vervolgens maatregelen nemen. Ook het Openbaar Ministerie kan volgens FIU vervolgen voor het niet naleven van de meldplicht.
Voor cryptoaanbieders is dat de harde kant van het poortwachtersmodel.
De 2.849 informatieverzoeken zeggen niet hoeveel cryptobedrijven in 2025 extra vragen kregen. Ze laten wel zien dat een melding bij FIU geen eindstation is.
Voor een CASP telt daarom niet alleen of een alarm afgaat. De echte test komt wanneer FIU maanden later vraagt wie achter de wallet zat, waar het geld vandaan kwam en waarom het bedrijf handelde zoals het deed.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading