Meer dan 1.082 BTC werd in 41 minuten uit 1.196 adressen weggehaald. Toch kan de beslissende fout van de aanvaller uiteindelijk buiten
Bitcoin liggen: tijdens de diefstal werd een betaald account bij een blockchaindatadienst gebruikt.
Dat account creëert een tweede spoor naast de publieke
blockchain. Block-ingenieur Clay Garrett zegt dat de interne logs van de betreffende dienst opmerkelijk nauw aansloten op de timing en volgorde van de aanvallen.
De mogelijke zwakke plek van de dief is daarmee niet de cryptografie.
Het is een abonnement.
1.082,65 BTC verdween uit 1.196 adressen
De eerste grote aanvalsgolf begon op 30 juli.
Galaxy Research reconstrueerde later 1.196 volledig leeggehaalde adressen, waaruit gezamenlijk 1.082,65 BTC verdween. De transacties vonden binnen ongeveer 41 minuten plaats. De munten werden vervolgens naar vier adressen verderop verplaatst.
Deze eerste golf is slechts een deel van het volledige Coldcard-incident. Galaxy rapporteerde daarna meerdere aanvalsgolven en heeft zijn verliesramingen verder verhoogd.
Voor het nieuwe identiteitsspoor is juist die eerste golf belangrijk.
Block onderzocht het patroon waarmee de wallets werden leeggehaald en vond iets dat niet uitsluitend uit normale Bitcoin-transacties bestond.
Aanvaller gebruikte betaalde datadienst
Clay Garrett schreef op 31 juli dat zijn team een ongewoon patroon in de sweeps had gevonden.
Daaruit ontstond het vermoeden dat de aanvaller tijdens de operatie een betaald account gebruikte bij een bekende aanbieder van blockchaindata. Dat account zou zijn ingezet om bronadressen op te vragen en andere gerelateerde handelingen uit te voeren.
Block nam vervolgens contact op met de betreffende dienst.
De interne logs kwamen volgens Garrett zeer nauw overeen met het verwachte proces. Niet alleen de hoeveelheid verzoeken, maar ook hun timing en volgorde pasten bij wat onderzoekers op Bitcoin zagen.
De naam van de dienst is niet publiek gemaakt.
Block zegt bovendien geen bewijs te hebben gevonden dat het bedrijf wist waarvoor zijn dienst werd gebruikt of bewust aan de diefstal meewerkte.
De blockchain kent adressen, een account kan een persoon kennen
Daar verandert het onderzoek van karakter.
Een
Bitcoin-adres bevat geen naam of paspoortnummer. Onderzoekers kunnen wel volgen wanneer BTC beweegt en welke adressen met elkaar handelen.
Een commercieel account kan andere informatie produceren.
Afhankelijk van de dienst en haar bewaarbeleid kunnen bijvoorbeeld accountregistratie, betalingsgegevens, IP-informatie of toegangslogboeken bestaan. Publiek is niet bevestigd welke gegevens in deze zaak werkelijk beschikbaar zijn. Ook staat niet vast of ze rechtstreeks naar één persoon leiden.
De blockchain kan reconstrueren wat de aanvaller deed. Het betaalde account kan mogelijk helpen beantwoorden wie achter het toetsenbord zat.
Dat tweede deel moet nog bewezen worden.
Opsporingsdiensten hebben de informatie gekregen
Garrett zegt dat relevante gegevens aan de bevoegde autoriteiten zijn doorgegeven.
Galaxy-onderzoeker Alex Thorn, die de Coldcard-diefstallen volgt, heeft daarnaast publiek gezegd dat de identiteit van de aanvaller uit de eerste golf mogelijk al bij opsporingsdiensten bekend is. Zijn formulering bleef bewust voorzichtig.
“mogelijk bekend” is hier iets anders dan “geïdentificeerd en aangeklaagd”.
Er is publiek geen bevestigde arrestatie, aanklacht of inbeslagname bekendgemaakt die de dader achter de eerste 1.082,65 BTC formeel aanwijst.
De zaak is dus niet opgelost.
Er lijkt wel een spoor te bestaan dat veel verder gaat dan alleen clustering van Bitcoin-adressen.
De fout zat eerst in Coldcard zelf
De diefstal kon plaatsvinden door een fout in de generatie van wallet-seeds.
Coinkite, de fabrikant van Coldcard, heeft bevestigd dat bepaalde firmwareversies onvoldoende willekeur gebruikten bij het maken van nieuwe seeds. Daardoor werd het aantal mogelijke geheime sleutels veel kleiner dan bedoeld.
Voor Mk2- en Mk3-apparaten gaat het onder meer om seeds die met firmware 4.0.1 tot en met 4.1.9 werden gegenereerd. Ook bepaalde oudere firmware van Mk4, Mk5 en Q is getroffen.
Een aanvaller hoefde de fysieke hardware daardoor niet noodzakelijk te stelen.
Met voldoende informatie konden mogelijke seeds offline worden doorgerekend en bijbehorende adressen tegen de publieke blockchain worden gecontroleerd. Galaxy beschreef effectieve willekeur van ongeveer 40 bits voor getroffen Mk2- en Mk3-configuraties en circa 72 bits bij nieuwere modellen.
Dat maakte een normaal vrijwel onmogelijke zoekopdracht opeens technisch uitvoerbaar.
Firmware-update repareert oude seed niet
Voor gebruikers zit daar nog steeds een veiligheidsprobleem.
Coinkite heeft gecorrigeerde firmware uitgebracht, maar een update maakt een eerder gegenereerde kwetsbare seed niet alsnog veilig. Getroffen gebruikers moeten een nieuwe seed genereren met gecorrigeerde firmware en hun resterende BTC daarna naar nieuwe adressen verplaatsen.
De officiële
Coldcard-waarschuwing noemt daarvoor per apparaat de veilige firmwareversies en migratiestappen.
Wie alleen zijn apparaat bijwerkt en dezelfde oude
wallet blijft gebruiken, heeft het probleem dus niet opgelost.
De zwakke seed bestaat immers al.
Pseudoniem is niet hetzelfde als anoniem
De zaak laat ook zien waarom grote cryptodiefstallen vaak op een onverwachte plek vastlopen.
Een aanvaller kan tientallen adressen gebruiken. BTC kan door meerdere transacties bewegen. Er kunnen nieuwe wallets worden aangemaakt zonder naam of e-mailadres.
Maar één interactie met een externe partij kan een nieuw gegevensspoor produceren.
Dat kan een exchange zijn.
Een serverprovider.
Een betaald softwareaccount.
Of, zoals onderzoekers hier vermoeden, een commerciële dienst waarmee blockchainadressen tijdens de aanval werden opgezocht.
Juist daardoor wordt operationele discipline uiteindelijk even belangrijk als het verplaatsen van de gestolen munten.
Eén account is nog geen veroordeling
Ook hier moet de bewijsgrens scherp blijven.
Zelfs wanneer de betaalde accountgegevens naar een persoon wijzen, moet nog worden bewezen dat diezelfde persoon het account tijdens de aanval beheerde én de gestolen bitcoins controleerde.
Een account kan gedeeld zijn.
Gegevens kunnen met gestolen betaalmiddelen zijn aangemaakt.
Een verbinding kan via andere systemen zijn geleid.
En onderzoekers moeten het digitale spoor uiteindelijk juridisch aan de daadwerkelijke diefstal kunnen koppelen.
Dat maakt het betaalde account geen automatische ontmaskering.
Het maakt het wel een veel ongemakkelijker fout voor de aanvaller dan een gewone Bitcoin-transactie.
De grootste fout kan buiten Bitcoin zijn gemaakt
Coldcard-gebruikers werden getroffen doordat zwakke seeds konden worden doorgerekend. Daarna was de publieke blockchain voldoende om gevonden wallets leeg te halen.
Maar dezelfde aanvaller lijkt bij het zoeken naar die adressen een commerciële dienst te hebben gebruikt die zelf logs bijhield.
Daar botst pseudonieme crypto op de gewone digitale wereld.
De gestolen 1.082,65 BTC konden zonder naam over Bitcoin bewegen.
Het account waarmee de aanvaller mogelijk naar slachtoffers zocht, had die luxe misschien niet.