Vanaf 2 augustus moeten bedrijven duidelijker maken wanneer een gebruiker met
AI praat of synthetische content ziet. Voor
MiCA-exchanges, cryptomedia en walletbedrijven raakt dat direct aan support, marktinformatie en fraudepreventie.
De Europese Commissie publiceerde op 20 juli de definitieve
richtlijnen voor artikel 50 van de AI Act. Die leggen uit wie een melding moet tonen, welke content machineleesbaar gemarkeerd moet worden en wanneer menselijke eindredactie een uitzondering oplevert.
Een chatbot moet zich meteen bekendmaken
Aanbieders moeten AI-systemen zo ontwerpen dat mensen vanaf het begin weten dat zij met een machine communiceren.
Dat geldt bijvoorbeeld voor chatbots, AI-agents en digitale avatars die rechtstreeks een gesprek voeren. De melding moet bij de eerste interactie helder en herkenbaar verschijnen.
Alleen wanneer voor een normaal oplettende gebruiker overduidelijk is dat hij met AI praat, kan een aparte melding achterwege blijven. De Commissie wil dat die uitzondering terughoudend wordt gebruikt.
Voor een exchange kan dit spelen bij geautomatiseerde klantenservice, een handelsassistent of een agent die vragen over stortingen en opnames beantwoordt.
Een neutrale naam en menselijk profielbeeld kunnen gebruikers laten denken dat zij een medewerker spreken. Dan is een klein AI-label onderaan de voorwaarden niet genoeg.
De gebruiker moet weten dat hij met AI praat voordat hij gevoelige informatie of vertrouwen afgeeft.
Systemen die alleen data verzamelen of vaste automatische antwoorden tonen, vallen niet altijd onder deze specifieke gespreksregel. Er moet sprake zijn van een echte, directe uitwisseling met een persoon.
Provider en gebruiker dragen verschillende plichten
De AI Act maakt onderscheid tussen providers en deployers.
Een provider ontwikkelt een AI-systeem of brengt het onder zijn eigen naam op de Europese markt. Een deployer gebruikt dat systeem beroepsmatig binnen zijn eigen dienstverlening.
Een modelbedrijf kan dus provider zijn. Een cryptobeurs die het model inzet voor support, marktberichten of onboarding is meestal deployer.
Buitenlandse aanbieders ontsnappen niet automatisch aan de regels. Ook een bedrijf buiten de EU kan onder de AI Act vallen wanneer de output van zijn systeem binnen Europa wordt gebruikt.
Dat is relevant voor crypto, waar exchanges, softwareleveranciers en tokenprojecten vaak vanuit verschillende landen opereren.
Machineleesbaar is iets anders dan zichtbaar
Providers van generatieve AI moeten synthetische tekst, afbeeldingen, video en audio voorzien van een machineleesbare markering.
Zo’n markering is bedoeld voor software die moet kunnen herkennen dat content door AI is gemaakt of aangepast. Het kan gaan om metadata, herkomstinformatie of een andere technische detectielaag.
Een mens hoeft die markering niet rechtstreeks te zien. Daarom geldt voor deployers in bepaalde gevallen een tweede eis: een duidelijk zichtbaar of hoorbaar label.
Bij een deepfake mag een bedrijf dus niet alleen vertrouwen op verborgen metadata. De kijker moet uiterlijk bij de eerste blootstelling begrijpen dat het materiaal synthetisch of gemanipuleerd is.
De Commissie sluit enkele soorten output uit van de machineleesbare markeringsplicht. Voorbeelden zijn broncode, korte reeksen cijfers of symbolen en zuiver machine-naar-machinecommunicatie.
Ook normale redactionele hulp kan buiten de plicht vallen. Een spellingscorrectie, lichte beeldbewerking of andere standaardbewerking is iets anders dan een inhoudelijk nieuw AI-product.
Crypto-deepfakes krijgen zichtbaar label
Deepfakes zijn AI-beelden, video’s of audio die een bestaand of aannemelijk persoon, object of voorval nabootsen en echt kunnen lijken.
Voor crypto is die regel direct bruikbaar. Denk aan een nagebootste bestuurder die in een video een token aanbeveelt, een vals interview met een beursdirecteur of een synthetische stem die zich voordoet als supportmedewerker.
Professionele gebruikers van zulke content moeten duidelijk melden dat sprake is van een deepfake. Dat label moet begrijpelijk zijn zonder aparte software of technische handelingen.
De regel voorkomt niet dat fraudeurs buiten de wet handelen. Hij maakt het voor gereguleerde bedrijven wel moeilijker om synthetische promotie als gewone communicatie te presenteren.
Een platform dat deepfakes ontdekt, krijgt daarmee ook een sterker signaal voor moderatie. Een niet-gemarkeerde video kan wijzen op nalatigheid, maar ook op bewuste misleiding.
Financiële AI-teksten vallen binnen publiek belang
Artikel 50 raakt ook geschreven marktinformatie. Deployers moeten AI-gegenereerde of gemanipuleerde teksten labelen wanneer deze zijn gepubliceerd om het publiek over zaken van publiek belang te informeren.
De Commissie noemt economische en financiële ontwikkelingen expliciet. Daar kunnen koersupdates, regelgeving, beursproblemen en analyses over
Bitcoin of
Ethereum onder vallen.
Dat betekent niet dat ieder artikel waarin AI is gebruikt automatisch een zichtbaar label nodig heeft.
De plicht geldt voor teksten zonder echte menselijke beoordeling of redactionele controle. Een volledig automatisch marktbericht dat direct wordt gepubliceerd, ligt dus anders dan een artikel dat inhoudelijk door een redacteur wordt gecontroleerd.
Eindredactie moet meer zijn dan spelling
De Commissie stelt duidelijke eisen aan menselijke beoordeling.
Een deskundige moet de inhoud bewust controleren en professioneel kunnen beoordelen. Bij redactionele controle moet iemand de bevoegdheid hebben om feiten te controleren en de tekst inhoudelijk te wijzigen, af te wijzen of goed te keuren.
Alleen spelling verbeteren of de opmaak bekijken is onvoldoende. Ook een automatische kwaliteitscontrole telt niet als menselijke eindredactie.
Daarnaast moet een persoon of redactionele organisatie uiteindelijk juridisch verantwoordelijk zijn voor de publicatie.
Voor cryptomedia is dat een belangrijke scheidslijn. AI kan helpen bij analyse of formulering, maar een echte redacteur moet bronnen controleren, cijfers beoordelen en de uiteindelijke tekst dragen.
Wanneer dat proces aantoonbaar plaatsvindt, hoeft de gepubliceerde tekst op grond van deze uitzondering niet zichtbaar als AI-tekst te worden gelabeld.
De machineleesbare markeringsplicht van de provider staat daar los van. De maker van het gebruikte AI-systeem kan nog steeds technische markeringen aan de output moeten toevoegen.
Exchanges moeten AI-content kunnen volgen
Voor exchanges en brokers ontstaat een praktisch probleem wanneer meerdere teams AI gebruiken.
Marketing kan synthetische afbeeldingen publiceren. Support kan chatbots inzetten. Analisten kunnen automatisch marktberichten laten maken en het fraudeteam kan AI gebruiken om verdachte patronen te beoordelen.
Zonder centraal overzicht is onduidelijk welke verplichting bij welk systeem hoort.
Bedrijven moeten daarom vastleggen wie provider of deployer is, welke output publiek wordt en waar menselijke beoordeling plaatsvindt. Ook moet herkenbaar zijn wie een AI-bericht uiteindelijk heeft goedgekeurd.
Dat raakt aan
MiCA, maar de regimes doen ander werk. MiCA stelt regels aan crypto-assets en dienstverleners; de AI Act kijkt naar het ontwerp en gebruik van AI-systemen.
Een MiCA-vergunning stelt een bedrijf dus niet vrij van de transparantieplichten uit de AI Act.
Niet iedere KYC-check krijgt een AI-label
Bij KYC is nuance nodig. Een geautomatiseerde identiteitscontrole valt niet alleen door het gebruik van AI automatisch onder artikel 50.
De specifieke informatieplicht geldt wel wanneer een bedrijf emotieherkenning of biometrische categorisatie gebruikt.
Emotieherkenning probeert bijvoorbeeld uit een gezicht, stem of gedrag af te leiden hoe iemand zich voelt. Biometrische categorisatie deelt personen op basis van biometrische kenmerken in categorieën in.
Een eenvoudige vergelijking tussen een identiteitsfoto en een selfie is niet vanzelf hetzelfde. Andere delen van de AI Act, privacyregels en regels voor identiteitscontrole kunnen alsnog van toepassing zijn.
Cryptobedrijven moeten daarom precies vaststellen wat hun software doet. Controleert het systeem alleen of twee gezichten overeenkomen, of trekt het ook conclusies over gedrag, leeftijdscategorieën of andere kenmerken?
Wanneer emotieherkenning of biometrische categorisatie wordt gebruikt, moet de betrokken persoon daarover worden geïnformeerd. Die plicht geldt zowel bij directe analyse als bij beoordeling achteraf.
Risicoscores vragen andere toets
Veel exchanges gebruiken AI om accounts en transacties een risicoscore te geven. Zo kunnen zij fraude, witwassen of gestolen identiteiten proberen te vinden.
Artikel 50 verplicht niet automatisch tot openbaarmaking van iedere interne detectieregel. AI die volledig op de achtergrond tussen machines werkt, valt buiten de meldplicht voor directe interactie.
Dat betekent niet dat zulke systemen vrij van regels zijn. Privacy, discriminatie, gegevenskwaliteit en menselijk toezicht kunnen via andere bepalingen relevant blijven.
Een platform moet vooral voorkomen dat een risicoscore ongemerkt verandert in een oordeel dat niemand kan controleren.
Bij geblokkeerde opnames of afgewezen klanten moet duidelijk zijn wie verantwoordelijkheid draagt. “Het algoritme besloot” is geen bruikbare eindpositie.
Fraudeurs krijgen labels niet vanzelf
De regels zijn ontworpen om misleiding en verkeerde verwachtingen tegen te gaan. Ze stoppen kwaadwillende partijen niet automatisch.
Een scammer die een nepvideo van een bekende blockchain-oprichter maakt, zal waarschijnlijk geen eerlijk deepfakelabel toevoegen.
De waarde zit daarom ook in detectie. Machineleesbare markeringen kunnen platforms, onderzoekers en gebruikers helpen echte herkomstinformatie te controleren.
Het ontbreken van zo’n markering bewijst niet dat iets echt is. Metadata kan verloren gaan, worden verwijderd of nooit zijn toegevoegd.
Platforms moeten technische detectie daarom combineren met controles op accounts, links,
wallets en betaalverzoeken.
Bij crypto-oplichting blijft de handeling belangrijker dan het gezicht. Wie vraagt om seed phrases, directe tokenoverboekingen of een storting naar een “veilige wallet”, moet als risico worden behandeld.
Menselijke imitatie wordt goedkoper
AI verlaagt de kosten van social engineering. Criminelen kunnen in meerdere talen geloofwaardige stemmen, videoberichten en supportgesprekken maken.
Daarmee verdwijnt een oude veiligheidsregel: slechte grammatica of een vreemd accent is niet langer een betrouwbare waarschuwing.
Ook livecontact biedt minder zekerheid. Stemklonen en avatars kunnen tijdens een gesprek reageren, waardoor een vooraf opgenomen nepvideo niet meer nodig is.
Voor cryptobedrijven wordt merkbewaking daardoor belangrijker. Zij moeten zoeken naar valse advertenties, nagemaakte supportaccounts en synthetische verklaringen van bestuurders.
Een zichtbaar AI-label helpt bij legitieme communicatie. Sterke verificatiekanalen blijven nodig om illegale kopieën te bestrijden.
Brussel koppelt AI aan cyberveiligheid
De transparantierichtlijnen staan niet op zichzelf. De Commissie presenteerde op 7 juli ook een Europees actieplan voor AI en cyberveiligheid.
De Commissie en ENISA willen onder meer een veilige testomgeving bouwen voor sectoren als finance, energie, zorg en transport. Organisaties moeten daar geavanceerde AI-systemen kunnen testen voordat zij breed worden ingezet.
Voor cryptobedrijven kan dat relevant worden bij fraudedetectie, klantcontrole en beveiligingsonderzoek. Finance wordt expliciet genoemd als sector voor de testomgeving.
Het actieplan schept geen nieuw cryptotoezicht. Het toont wel dat Brussel AI steeds meer behandelt als beveiligingsvraagstuk, naast de economische mogelijkheden.
Boetes lopen op tot 3 procent
De handhaving ligt hoofdzakelijk bij nationale markttoezichthouders. De AI Office krijgt een beperktere rol bij bepaalde systemen die aan algemene AI-modellen zijn gekoppeld.
Voor AI-systemen van EU-instellingen treedt de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming op.
Boetes kunnen oplopen tot €15 miljoen of 3% van de wereldwijde jaaromzet van een onderneming. Voor kleinere bedrijven moet rekening worden gehouden met proportionaliteit.
Die bedragen gelden als bovengrens. Niet iedere ontbrekende melding leidt direct tot de maximale sanctie.
Toch verandert het risico vanaf 2 augustus. AI-transparantie wordt dan geen vrijwillige ontwerpkeuze meer, maar een verplicht onderdeel van het product.
Overgangsperiode is beperkt
De meeste transparantieregels gelden vanaf 2 augustus 2026.
Alleen generatieve AI-systemen die vóór die datum op de markt zijn gebracht, krijgen voor de technische markeringsplicht een beperkte overgang tot 2 december 2026.
Die extra tijd geldt niet automatisch voor chatbots, deepfakelabels of alle andere verplichtingen. Ook hoeft content van vóór 2 augustus niet met terugwerkende kracht te worden gelabeld.
Bedrijven die spreken over een algemene overgangsperiode tot december lezen de uitzondering dus te ruim.
Vertrouwen wordt zichtbaar onderdeel van het product
Voor Nederlandse en Belgische cryptobedrijven begint het werk niet bij een nieuw icoontje. Zij moeten weten waar AI actief is, welk bedrijf verantwoordelijk is en wie inhoudelijk controleert.
Een chatbot moet zich bekendmaken. Een deepfake moet zichtbaar worden gelabeld. Automatisch gepubliceerde financiële teksten kunnen eveneens een melding nodig hebben.
Bij KYC moet precies worden vastgesteld of biometrie alleen identiteit controleert of mensen verder indeelt. Bij fraudebestrijding moet menselijk ingrijpen mogelijk blijven wanneer een model een account blokkeert.
Crypto draait op snelheid, code en transacties die vaak niet kunnen worden teruggedraaid. Daardoor kan misleiding sneller financiële schade veroorzaken dan in veel andere sectoren.
Vanaf 2 augustus moet een platform niet alleen uitleggen wat zijn AI doet. Het moet ook zichtbaar maken waar de machine stopt en menselijke verantwoordelijkheid begint.