Webwinkels kunnen zich vanaf nu aanmelden om in 2027 betalingen met een bètaversie van de
digitale euro te verwerken.
Nederland en
België behoren tot de 19 eurolanden waar de
ECB de betaalproef uitvoert.
Dat brengt de digitale euro voor het eerst dicht bij een echte online kassa.
Maar de test is gesloten voor het brede publiek. En de ECB heeft nog altijd niet besloten dat de digitale euro er daadwerkelijk komt.
Webwinkels krijgen digitale euro in hun checkout
De ECB opende de inschrijving op 15 september voor bedrijven in e-commerce en mobiele handel.
Geselecteerde winkels moeten een aparte betaalomgeving bouwen waarin testgebruikers met een bèta-digitale euro kunnen afrekenen. Die versie moet technisch en functioneel dicht liggen bij het betaalmiddel dat in de Europese ontwerpregels wordt beschreven.
De winkel kan daarmee testen hoe een digitale-euroknop in zijn bestaande checkout werkt.
Ook mislukte transacties, verwerkingstijden, annuleringen en technische problemen worden gevolgd. De bedrijven moeten daar tijdens de pilot regelmatig over rapporteren.
Voor de ECB gaat het dus niet meer alleen om ontwerpen op papier.
De vraag wordt praktisch: werkt dit betaalmiddel aan een echte online kassa?
Gewone klanten kunnen nog niet meedoen
Hier zit een belangrijke grens.
De mensen die tijdens de pilot met de digitale euro betalen, zijn medewerkers van de ECB en deelnemende nationale centrale banken. Zij kunnen onder meer betalingen aan elkaar doen en bij geselecteerde winkels afrekenen.
Een deelnemende webwinkel moet zijn digitale-eurocheckout daarom afschermen van gewone klanten.
De ECB zegt expliciet dat alleen deelnemers aan de proef toegang mogen krijgen tot die betaaloptie.
De bètaversie is bovendien geen wettig betaalmiddel.
Een winkelier accepteert tijdens deze proef dus geen volwaardige digitale euro die al officieel in omloop is.
Nederland en België zitten in de testgroep
De pilot loopt bij de ECB en 19 nationale centrale banken.
Nederland en België staan beide op de officiële lijst. Daarmee vallen De Nederlandsche Bank en de Nationale Bank van België binnen het bereik van de proef.
Dat maakt de Benelux-haak direct.
Nederlandse en Belgische webwinkels kunnen in aanmerking komen wanneer zij aan de voorwaarden voldoen. De ECB zoekt daarbij bedrijven die goederen of diensten kunnen aanbieden aan Eurosysteemmedewerkers in minimaal twee pilotlocaties.
Ook bedrijven buiten het eurogebied kunnen onder voorwaarden meedoen, zolang zij juridisch in de EU gevestigd zijn en voldoende geografisch bereik hebben.
Adyen zit al aan de betaalzijde
De winkels vormen maar één kant van de proef.
De ECB selecteerde eerder al 36 betaaldienstverleners. Die moeten gebruikers toegang geven tot testdiensten of winkels technisch in staat stellen betalingen te ontvangen.
Het Nederlandse Adyen staat op die officiële lijst.
Ook namen als Deutsche Bank, Revolut Bank, Stripe, SumUp en Worldline zijn geselecteerd.
Dat betekent nog niet dat iedere partij in ieder deelnemend land actief wordt.
De ECB stelt de definitieve verdeling van pilotdiensten per locatie later vast.
Deelname kost webwinkels zelf geld
Voor bedrijven zit er geen subsidiepot achter deze test.
Deelname is vrijwillig en de ECB betaalt geen vergoeding voor de gemaakte kosten. De winkel ontvangt alleen de normale betaling voor goederen of diensten die testgebruikers daadwerkelijk kopen.
Een geselecteerd bedrijf sluit wel een overeenkomst met de ECB.
Daarnaast moet het samenwerken met een betaaldienstverlener uit de pilot die digitale-eurobetalingen voor bedrijven kan verwerken.
De ECB kijkt bij de selectie onder meer naar marktbereik, technische voorbereiding en geschiktheid voor de test.
Aanmelden kan tot 27 oktober
Webwinkels hebben ruim een maand om te beslissen.
De deadline ligt op 27 oktober 2026 om 17.00 uur CET. Op 6 oktober organiseert de ECB om 15.00 uur een informatiesessie voor geïnteresseerde bedrijven en andere marktpartijen.
De uiteindelijke pilot begint volgens de huidige planning in de tweede helft van 2027.
Hij duurt twaalf maanden.
Daarmee krijgt de ECB een jaar om te zien hoe het systeem zich gedraagt buiten interne technische tests.
Dit is geen stablecoin op een blockchain
Voor cryptogebruikers is ook het technische verschil belangrijk.
Een digitale euro wordt centralebankgeld. De vordering ligt rechtstreeks bij het Eurosysteem, vergelijkbaar met de rol die contant geld nu vervult.
Dat verschilt van
stablecoins, die door private partijen worden uitgegeven.
De ECB zegt bovendien dat de digitale euro niet op een distributed ledger zoals een
blockchain zal draaien.
Settlement verloopt via een centraal platform van het Eurosysteem. Wel gebruikt het ontwerp enkele technische principes die ook bij distributed ledgers voorkomen.
Het is dus geen Europese cryptomunt van de ECB.
2029 blijft een mogelijke datum, geen belofte
De praktische test betekent evenmin dat uitgifte al vaststaat.
De ECB zegt pas definitief te beslissen nadat de Europese regels voor de digitale euro zijn aangenomen.
Onder de huidige planning wil het Eurosysteem in 2029 klaar zijn voor een mogelijke eerste uitgifte.
Die planning gaat ervan uit dat de noodzakelijke EU-verordening in 2026 wordt aangenomen. Vertraging bij de Europese besluitvorming kan ook de planning verschuiven.
Daarmee krijgt 2027 een duidelijke functie.
Niet bewijzen dat Europa de digitale euro gaat invoeren, maar uitzoeken of hij technisch en operationeel werkt zodra politici uiteindelijk groen licht geven.
Voor Nederlandse en Belgische webwinkels wordt dat straks heel tastbaar: kan een nieuwe vorm van centralebankgeld zonder gedoe naast de bestaande betaalmethoden in hun checkout worden gezet?