Meer dan de helft van de werknemers in elf eurolanden gebruikt inmiddels
AI op het werk. In 2024 was dat nog 26%. Twee jaar later staat de teller op 52%.
De tijdwinst loopt volgens een nieuwe
ECB-analyse op tot een mediaan van drie uur per week.
Maar daar zit meteen de belangrijkste waarschuwing: bespaarde tijd is nog geen gemeten economische groei.
AI-gebruik stijgt van 26% naar 52%
Daaruit blijkt dat 26% van de werkende respondenten in 2024 AI gebruikte voor het werk.
In 2025 steeg dat naar 41%.
In 2026 kwam het aandeel uit op 52%.
Het gebruik is daarmee in twee jaar verdubbeld.
Gebruikers zetten AI gemiddeld drie dagen per week in
Wie eenmaal AI gebruikt, doet dat niet incidenteel.
Respondenten melden gemiddeld ongeveer drie gebruiksdagen per week.
De verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen zijn bij die frequentie relatief klein.
Het grote verschil zit vooral bij de vraag wie überhaupt begint.
Jongere en hoger opgeleide werknemers stappen veel vaker in.
Hoogopgeleiden lopen flink voor
Onder werknemers met een hogere opleiding gebruikt 61% AI.
Bij werknemers met een lager opleidingsniveau ligt dat op 37%.
Ook leeftijd telt zwaar.
Jongere werknemers gebruiken AI ongeveer twintig procentpunt vaker dan oudere collega's.
Mannen rapporteren iets vaker gebruik dan vrouwen, maar opleiding en leeftijd wegen volgens de onderzoekers zwaarder.
Mediane gebruiker bespaart drie uur
De meest opvallende uitkomst gaat over tijd.
De mediane gebruiker zegt door AI ongeveer drie uur per week te besparen.
Dat komt neer op circa 7,7% van de mediane werktijd.
Maar die verdeling is scheef.
De meeste gebruikers melden beperkte tot gematigde besparingen.
Een kleinere groep rapporteert juist zeer grote tijdwinsten.
Die 7,7% is nog geen productiviteitsgroei
Hier wordt de interpretatie belangrijk.
Slechts 48,8% van alle werknemers gebruikt AI én zegt daardoor tijd te besparen.
Wanneer de onderzoekers dat meenemen, komt de ruwe besparing voor de totale economie uit rond 3,8% van de gewerkte uren.
Dat cijfer is geen officiële stijging van de arbeidsproductiviteit.
Het beschrijft hoeveel werktijd volgens de antwoorden mogelijk wordt vrijgespeeld.
Vrije tijd moet wel extra output opleveren
Een werknemer kan drie uur besparen zonder dat een bedrijf drie uur extra productie krijgt.
Die tijd kan bijvoorbeeld verdwijnen in extra vergaderingen, administratief werk of minder intensief werk.
Daarom schrijven de auteurs dat productiviteit pas stijgt wanneer werkgevers de vrijgekomen capaciteit daadwerkelijk omzetten in meer output.
Dat maakt de organisatie rond AI minstens zo belangrijk als de technologie zelf.
ECB-onderzoek noemt veel kleinere macro-effecten
Andere studies komen daardoor op lagere langetermijnschattingen uit.
De auteurs verwijzen naar onderzoek waarin extra jaarlijkse productiviteitsgroei door AI over tien jaar ergens tussen 0,1% en 3,4% ligt.
Eerder ECB-werk komt voor de eurozone uit rond 0,35 procentpunt extra productiviteitsgroei per jaar.
Dat ligt ver onder een simpele interpretatie van 7,7% of 3,8%.
De tijdwinst op een werkdag kan dus veel groter zijn dan het uiteindelijke effect op het bbp.
Codegebruikers melden de grootste besparing
Technische gebruikers springen eruit.
Werknemers die AI inzetten voor het genereren of debuggen van code melden bijna acht uur totale tijdwinst per week.
Slechts ongeveer 8% van de werknemers gebruikt AI voor dat doel.
Ook data-analyse, automatisering van routinetaken en het maken van audio- of visueel materiaal gaan samen met relatief hoge besparingen.
Maar ook hier zit een meetprobleem.
Acht uur komt niet alleen door code
De ECB schrijft niet dat AI-codeertools op zichzelf acht uur per week besparen.
Respondenten konden meerdere toepassingen tegelijk aangeven.
Iemand die AI gebruikt voor code, data-analyse én schrijven kan dus zijn volledige wekelijkse tijdwinst rapporteren.
Daarnaast kiezen mensen met grote besparingen vaker meerdere AI-taken.
Daardoor kunnen de cijfers per afzonderlijke taak hoger lijken dan de directe besparing van die taak alleen.
Dat maakt “acht uur tijdwinst door coderen” te stellig.
Schrijven wordt vaker gebruikt, maar levert minder tijd op
De breedste toepassingen zijn veel gewoner.
Onderzoek doen.
Informatie verzamelen.
Schrijven.
Tekst aanpassen.
Veel meer werknemers gebruiken AI hiervoor.
De gemelde tijdwinst ligt alleen lager dan bij technische toepassingen.
Brede adoptie en hoge efficiëntiewinst zijn dus niet hetzelfde.
Bijna helft gebruikt nog helemaal geen AI
De snelle groei heeft ook een duidelijke grens.
Ongeveer de helft van de werknemers gebruikt AI nog niet voor het werk.
Een derde van die niet-gebruikers zegt dat AI voor de eigen taken simpelweg niet relevant is.
Andere redenen zijn twijfel over betrouwbaarheid, voorkeur voor bestaande werkwijzen en gebrek aan ondersteuning vanuit de werkgever.
Daar zit niet alleen een technisch probleem.
Er is ook weerstand.
41% zegt geen interesse te hebben
Van alle werknemers zegt 41% geen belangstelling te hebben voor AI.
Onder managers ligt dat aandeel met 34% lager.
De houding tegenover AI is bovendien iets verslechterd.
Het aandeel werknemers met een positieve kijk op AI daalde volgens de analyse van 43% naar 41%.
De auteurs koppelen dat mogelijk deels aan bredere economische onzekerheid.
Training wordt volgende knelpunt
Ongeveer de helft van de werknemers noemt betere training en een duidelijker beeld van het nut als redenen om alsnog AI te gebruiken.
Bedrijven lijken daar gedeeltelijk op te reageren.
Uit een aparte ECB-enquête onder ondernemingen blijkt dat ongeveer de helft de komende twaalf maanden wil investeren in AI-training.
Anders gezegd: ongeveer de helft is dat nog niet van plan.
Daar kan een nieuwe kloof ontstaan tussen bedrijven die AI actief invoeren en bedrijven die vooral afwachten.
Voor crypto telt vooral de tweede orde
Voor de cryptosector is deze ECB-analyse geen koopsignaal voor een AI-token.
De verbinding loopt indirect.
Meer AI-gebruik kan de vraag vergroten naar rekenkracht, automatisering, digitale betalingen en cyberbeveiliging.
Tegelijk krijgen fraudeurs dezelfde hulpmiddelen.
AI kan phishing persoonlijker maken, grote hoeveelheden gegevens sneller verwerken en aanvallen goedkoper opschalen.
Voor bezitters van een
wallet wordt het daardoor belangrijker om niet alleen de private key te beschermen, maar ook te controleren wat precies wordt ondertekend.
AI-adoptie loopt sneller dan het economische bewijs
Dat is uiteindelijk de interessantste spanning in de ECB-cijfers.
Het gebruik groeit razendsnel.
De gemelde tijdwinst is fors.
Maar hoeveel daarvan werkelijk terechtkomt in hogere productie, lonen of economische groei is nog veel minder duidelijk.
De auteurs zelf zijn daar voorzichtig over.
Hun blog vertegenwoordigt bovendien niet automatisch het formele standpunt van de
ECB.
AI heeft de Europese werkvloer al bereikt. Nu moet nog blijken of die drie bespaarde uren per week ook werkelijk drie productievere uren worden.