De
Bundesbank draait technologie van ZKsync-ontwikkelaar Matter Labs binnen de eigen technische omgeving. Tegelijk bouwt de ECB aan Pontes, waarmee tokenized financiële transacties straks aan TARGET moeten worden gekoppeld.
De Duitse centrale bank test volgens Matter Labs als eerste de opensource permissioning engine van Prividium. Dat is geen keuze voor de ZK-token en ook geen aankondiging van een Duitse publieke
blockchain.
Het laat wel zien hoe snel de grens tussen traditionele financiële systemen en
blockchain begint te verschuiven.
Bundesbank draait Prividium zelf
Matter Labs maakte op 8 september de kern van zijn Prividium-permissioningsoftware openbaar. De code kan daardoor door instellingen zelf worden bekeken, aangepast en uitgevoerd.
Volgens Matter Labs is de Deutsche Bundesbank de eerste instelling die deze versie zelf binnen de eigen omgeving draait en test.
Daar zit een belangrijk technisch verschil.
Een bank hoeft voor de basislaag van het toegangsbeheer niet volledig afhankelijk te blijven van één commerciële leverancier. De instelling kan de code zelf controleren en beheren.
De permissioning engine bepaalt onder meer welke gebruikers welke rollen hebben en welke handelingen zij binnen een Prividium-chain mogen uitvoeren.
Voor een centrale bank telt die controle zwaar. Financiële systemen moeten jarenlang beheersbaar blijven, ook wanneer leveranciers, contracten of technische keuzes veranderen.
Wat doet Prividium precies?
Prividium is bedoeld voor banken en andere gereguleerde financiële partijen die blockchaintechnologie willen gebruiken zonder hun gevoelige transactiedata openbaar te maken.
Een instelling draait daarvoor een private en permissioned chain.
Transacties, tegenpartijen en posities blijven volgens Matter Labs binnen de eigen omgeving. Zero-knowledge proofs leveren vervolgens cryptografisch bewijs dat berekeningen correct zijn uitgevoerd, zonder alle onderliggende gegevens prijs te geven.
Die proofs worden aan Ethereum gekoppeld voor verificatie en finaliteit.
Dat geeft Prividium een andere opzet dan een volledig private database. De gegevens blijven afgeschermd, terwijl een openbaar netwerk een deel van de cryptografische controle levert.
Privé data, maar bewijs dat buiten de eigen systemen kan worden gecontroleerd.
Juist die combinatie trekt de aandacht van banken.
Publieke chains bieden transparantie en gedeelde verificatie. Financiële instellingen kunnen alleen niet zomaar klantgegevens, handelsposities of interne transactiedata openbaar maken.
Opensource haalt een afhankelijkheid weg
Een deel van de technologie achter Prividium was al openbaar.
Daaronder vallen componenten van de ZK Stack waarop zowel Prividium als het publieke ZKsync-netwerk wordt gebouwd. Met de nieuwe release wordt ook de permissioning engine openbaar beschikbaar.
Instellingen kunnen daarmee een groter deel van hun eigen chain zelfstandig beheren.
Matter Labs houdt wel commerciële onderdelen.
Beheertools en koppelingen met bestaande banksoftware kunnen buiten de opensourcekern blijven. De stap betekent dus niet dat het volledige Prividium-product gratis of volledig openbaar is.
Het gaat specifiek om de kern die rollen, toegang en toestemming afhandelt.
Geen officiële Bundesbank-keuze voor ZKsync
Hier moet een harde grens worden getrokken.
De informatie over deze specifieke test komt van Matter Labs en ZKsync. Op de website van de Bundesbank stond bij publicatie geen afzonderlijke bekendmaking waarin de centrale bank Prividium als eigen project presenteert.
Dat maakt de test niet onbelangrijk.
Maar testen is iets anders dan invoeren.
Er is geen aanwijzing dat de Bundesbank het publieke ZKsync-netwerk gaat gebruiken voor Duits betalingsverkeer. Er is ook geen aankondiging dat de ZK-token een rol krijgt.
Prividium en het publieke ZKsync-netwerk delen technologie, maar zijn niet hetzelfde product. Matter Labs omschrijft Prividium als de private institutionele variant, terwijl ZKsync het publieke netwerk vormt.
Wie uit de Bundesbank-test direct vraag naar ZK afleidt, maakt daarom een sprong die de technische aankondiging zelf niet ondersteunt.
Bundesbank experimenteert al jaren met DLT
De Duitse centrale bank komt bovendien niet uit het niets bij deze technologie terecht.
De Bundesbank testte al in 2021 hoe effecten op DLT konden worden afgewikkeld in centralebankgeld. Daarbij werd een technische brug gebouwd tussen een DLT-systeem en TARGET2.
In 2024 ging dat werk verder tijdens experimenten van het Eurosysteem.
De Bundesbank stelde daarbij zijn Trigger Solution beschikbaar. Die koppelde door marktpartijen gebruikte DLT-platforms aan TARGET, zodat transacties konden worden afgerekend via bestaande centralebankrekeningen.
Aan die proeven deden banken en marktpartijen mee met onder meer digitale obligaties, repo-transacties en tokenized deposits.
De Prividium-test past daardoor in een langere technische zoektocht.
Niet: moet Europa blockchain gebruiken?
Steeds vaker is de vraag: welke vorm kan banken genoeg privacy en controle geven zonder nieuwe afgesloten silo's te bouwen?
Pontes brengt DLT dichter bij TARGET
Ook de ECB schuift die kant op.
Het Eurosysteem werkt aan Pontes, een systeem dat DLT-platforms uit de markt verbindt met TARGET Services. Daarmee moeten wholesale transacties met tokenized activa kunnen worden afgerekend in centralebankgeld.
De eerste lancering staat gepland voor het derde kwartaal van 2026.
Pontes vervangt bestaande TARGET-systemen niet. Het legt er een brug naartoe.
Dat verschil telt.
Een bank kan bijvoorbeeld een tokenized effect op een apart DLT-platform verhandelen, terwijl de geldkant uiteindelijk in euro's via centralebankgeld wordt afgerekend.
Daarmee probeert het Eurosysteem één probleem voor te blijven: een financiële markt waarin tientallen losse blockchains ontstaan die financieel en technisch moeilijk met elkaar praten.
Appia kijkt verder dan één technische oplossing
Naast Pontes loopt Appia.
Dat traject heeft een langere horizon. De ECB wil samen met publieke en private partijen onderzoeken hoe een Europese markt voor tokenized financiële activa eruit kan zien.
Daarvoor moet in 2028 een blauwdruk liggen.
De discussie gaat daarbij breder dan alleen effecten.
Ook tokenized bankdeposito's en gereguleerde
stablecoins kunnen volgens ECB-documenten naast centralebankgeld een rol krijgen. De inzet is dat verschillende vormen van geld onderling uitwisselbaar blijven.
Daar ligt de grotere machtsvraag.
Banken bouwen hun eigen systemen. Technologiebedrijven leveren software. De ECB wil tegelijk voorkomen dat de euro-afwikkeling afhankelijk wordt van één private partij of één afgesloten netwerk.
Nederland en België zitten aan dezelfde tafel
Voor Nederland en België is de test daarom directer relevant dan een willekeurige buitenlandse blockchainpilot.
De Bundesbank werkt binnen hetzelfde Eurosysteem als De Nederlandsche Bank en de Nationale Bank van België.
Pontes en Appia worden op dat niveau ontwikkeld. Technische lessen die nationale centrale banken nu opdoen met private DLT, toegangsbeheer en zero-knowledge proofs kunnen daardoor terugkomen in bredere Europese keuzes.
Dat betekent niet dat DNB of de Belgische centrale bank Prividium gaan gebruiken.
Wel groeit binnen het Eurosysteem de ervaring met financiële systemen waarin tokenisatie, private gegevens en publiek verifieerbaar bewijs naast elkaar moeten werken.
De Bundesbank-test is daardoor kleiner dan een officiële invoering, maar groter dan een gewone demo.
Een centrale bank draait volgens de ontwikkelaar nu zelf de code. En Europa bouwt tegelijkertijd de rails waarmee dergelijke systemen straks aan centralebankgeld kunnen worden gekoppeld.