Een cryptobelegger kan onder het voorgestelde
Box 3-stelsel
belasting betalen over winst die een jaar later volledig is verdwenen.
In een rekenmodel van CryptoBenelux stijgt €100.000 aan direct aangehouden
crypto in 2028 naar €140.000. Eind 2029 wordt dezelfde positie weer voor €100.000 verkocht.
Economisch staat de belegger dan terug bij af.
Fiscaal blijft in het model wel €14.040 belasting over 2028 staan.
Directe crypto krijgt voorlopig jaarlijkse heffing
De verklaring zit in de manier waarop het kabinet verschillende beleggingen vanaf 2028 wil behandelen.
De
novelle die sinds begin oktober bij de Raad van State ligt breidt de vermogenswinstbelasting uit naar financiële instrumenten.
Daarbij wordt waardestijging in beginsel pas belast wanneer die wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop.
Direct aangehouden crypto valt voorlopig buiten die uitbreiding.
De
toelichting op het ontwerp noemt directe cryptobeleggingen expliciet als categorie die vanaf 2028 tijdelijk onder de vermogensaanwasbelasting blijft.
Daar telt de jaarlijkse waardeontwikkeling dus mee, ook zonder verkoop.
€40.000 koerswinst levert €14.040 belasting op
Het rekenmodel gebruikt één belastingplichtige zonder fiscale partner.
Er zijn geen andere Box 3-inkomsten, kosten, stakingopbrengsten of eerdere verliezen.
De cryptopositie begint 2028 op €100.000 en eindigt dat jaar op €140.000.
De jaarlijkse koerswinst bedraagt daardoor €40.000.
Het oktoberontwerp verlaagt het voorgestelde heffingsvrije resultaat vanaf 2028 naar €1.000 per belastingplichtige.
Van €40.000 blijft daarmee €39.000 belastbaar over.
Bij het voorgestelde tarief van 36% ontstaat:
€39.000 × 36% = €14.040 belasting.
De belegger heeft de crypto in dit voorbeeld nog niet verkocht.
Een jaar later verdampt de volledige winst
In 2029 gebeurt het tegenovergestelde.
De positie daalt van €140.000 naar €100.000 en wordt vervolgens voor dat bedrag verkocht.
Over de twee jaren samen bedraagt het koersresultaat daarmee nul.
| Onderdeel | 2028 | 2029 |
| Waarde einde jaar of bij verkoop | €140.000 | €100.000 |
| Jaarlijks koersresultaat | +€40.000 | −€40.000 |
| Belasting in model | €14.040 | €0 |
| Nieuw verrekenbaar verlies | €0 | €39.500 |
De belasting uit het goede jaar wordt niet automatisch teruggedraaid door het verliesjaar.
Dat is het timingrisico van jaarlijkse belasting over waardestijging.
Van €40.000 verlies blijft €39.500 verrekenbaar
Een negatief Box 3-inkomen wordt alleen voor het deel boven die grens als verlies vastgesteld.
Bij €40.000 verlies resulteert dat in:
€40.000 − €500 = €39.500 verrekenbaar verlies.
Dat verlies verdwijnt niet.
Het kan volgens het voorstel worden meegenomen naar volgende kalenderjaren.
Maar daar zit precies de pijn van het voorbeeld.
Het verlies gaat vooruit, niet terug naar 2028
Artikel 5.67 van het huidige wetsvoorstel bepaalt dat Box 3-verliezen worden verrekend met inkomsten uit volgende kalenderjaren.
Er zit geen algemene terugwaartse verrekening in de aangenomen Tweede Kamertekst.
Een amendement om één jaar carry-back mogelijk te maken werd op 12 februari verworpen.
Daardoor kan het verlies uit 2029 in dit model niet direct worden gebruikt om de belasting over de winst van 2028 terug te halen.
De €14.040 blijft dus staan totdat eventueel latere positieve Box 3-inkomsten ruimte geven voor verrekening.
Een verrekenbaar verlies is geen terugbetaling
Dat verschil is belangrijk.
€39.500 aan vastgesteld verlies heeft fiscale waarde, maar is geen tegoed van €39.500 bij de
Belastingdienst.
Het verlaagt mogelijk toekomstig belastbaar Box 3-inkomen.
Heeft de belegger later genoeg positief inkomen, dan kan het verlies alsnog belasting besparen.
Komt dat positieve inkomen niet, dan kan het fiscale voordeel lang ongebruikt blijven.
In het rekenmodel is daarom niet gezegd dat de €14.040 definitief verloren is.
Wel dat de koersdaling van 2029 geen onmiddellijke teruggaaf veroorzaakt.
Een financieel instrument kan heel anders uitpakken
Daar ontstaat een tweede opvallend verschil.
Stel dat exact dezelfde bruto waardeontwikkeling plaatsvindt via een belegging die onder de voorgestelde vermogenswinstbelasting valt.
De belegging begint op €100.000, stijgt naar €140.000 en wordt pas in 2029 voor €100.000 verkocht.
Omdat in 2028 niet wordt verkocht, ontstaat daar geen belaste vermogenswinst.
Bij verkoop in 2029 is de opbrengst gelijk aan de verkrijgingsprijs van €100.000.
De koersontwikkeling levert in dit vereenvoudigde model dan over beide jaren nul belasting op.
Dat maakt de juridische vorm van crypto relevant
Dat betekent niet dat iedere crypto-ETN, ETF of ander beursproduct automatisch zo wordt behandeld.
De fiscale kwalificatie hangt af van het product en de uiteindelijke wetstekst.
Ook kosten, uitkeringen en andere opbrengsten kunnen de uitkomst veranderen.
De vergelijking laat alleen zien wat het verschil tussen beide voorgestelde heffingsmomenten kan doen.
Bij directe crypto wordt de tussentijdse stijging jaarlijks zichtbaar voor de fiscus.
Bij een financieel instrument onder vermogenswinstbelasting wordt de waardestijging pas relevant bij realisatie.
Jaarlijkse heffing is niet altijd duurder
Het effect kan ook de andere kant op werken.
Stel dat de crypto na €140.000 verder stijgt naar €160.000.
Bij jaarlijkse vermogensaanwas ontstaat in het model in 2028 €14.040 belasting.
In 2029 is de nieuwe winst €20.000. Na opnieuw €1.000 heffingsvrij resultaat blijft €19.000 belastbaar.
Daarover is €6.840 verschuldigd.
Totaal: €20.880.
Bij één vermogenswinst van €60.000 in 2029 blijft na €1.000 vrijstelling €59.000 over.
36% daarvan is €21.240.
De jaarlijkse variant is in dat scenario €360 goedkoper doordat het heffingsvrije resultaat tweemaal wordt gebruikt.
De €1.000 staat zelf ook nog niet vast
Ook die parameter is nog politiek beweeglijk.
Het basisvoorstel ging uit van een heffingsvrij resultaat van €1.800.
De novelle verlaagt dat voorlopig naar €1.000.
Het kabinet schrijft in de toelichting tegelijk dat delen van het dekkingspakket politiek nog niet rond zijn.
Met €1.800 in plaats van €1.000 zou de belasting over de €40.000 winst in het eerste scenario dalen naar:
€38.200 × 36% = €13.752.
Het mechanisme blijft hetzelfde.
Het bedrag verandert.
De wet is nog niet af
Dat is de belangrijkste grens rond iedere Box 3-berekening voor 2028.
De novelle bevindt zich op 19 oktober nog bij de Raad van State. De
Raad van State vermeldt het voorstel als aanhangig.
Daarna volgt verdere parlementaire behandeling.
Ook het oorspronkelijke wetsvoorstel ligt nog bij de Eerste Kamer.
Dit artikel berekent daarom geen toekomstige belastingaanslag.
Het test wat de regels zoals ze nu zijn voorgesteld kunnen betekenen.
Het probleem zit niet bij winst, maar bij timing
Aan het einde van het voorbeeld bezit de belegger weer dezelfde €100.000 waarmee hij begon.
Er is over twee jaar geen koerswinst over.
Toch is in 2028 al €14.040 belasting ontstaan.
Het verlies van een jaar later kan volgens het huidige voorstel alleen naar toekomstige positieve jaren worden meegenomen.
Daarmee is het belangrijkste risico van de tijdelijke behandeling van directe crypto zichtbaar.
Niet dat verliezen fiscaal verdwijnen.
Maar dat de belasting op een papieren winst jaren eerder kan komen dan het fiscale voordeel van de daling die erop volgt.