Crypto-exchanges en andere aanbieders krijgen op 7 oktober rechtstreeks uitleg van de
Belastingdienst over
DAC8 en CARF. Tijdens een bijeenkomst in Amsterdam kunnen bedrijven vragen stellen over de nieuwe rapportage van klant- en transactiedata.
De timing telt.
Cryptodiensten verzamelen sinds 1 januari 2026 al gegevens. De eerste volledige rapportage over dit jaar moet uiterlijk 31 januari 2027 bij de fiscus liggen.
Belastingdienst organiseert bijeenkomst op 7 oktober
De bijeenkomst vindt plaats op 7 oktober 2026 in Amsterdam.
De exacte locatie wordt na aanmelding verstrekt.
De sessie richt zich op cryptodienstverleners en exploitanten die onder DAC8/CARF vallen of mogelijk rapportageplichtig zijn.
Bedrijven kunnen vooraf vragen insturen.
De Belastingdienst wil die gebruiken om de inhoud af te stemmen op problemen die bij aanbieders daadwerkelijk spelen.
DAC8 maakt cryptodata onderdeel van fiscale rapportage
DAC8 staat voor de achtste Europese richtlijn rond administratieve samenwerking tussen belastingdiensten.
CARF is het Crypto-Asset Reporting Framework van de OESO.
Beide systemen moeten belastingdiensten meer zicht geven op cryptobezit en transacties.
DAC8 regelt vooral de Europese gegevensuitwisseling.
CARF maakt vergelijkbare uitwisseling met deelnemende landen buiten de EU mogelijk wanneer daar de juiste internationale afspraken voor bestaan.
Niet iedere cryptopartij valt automatisch onder regeling
Aan de ene kant staan aanbieders van cryptoactivadiensten met een
MiCA-vergunning.
Daarnaast kunnen exploitanten zonder zo'n vergunning rapportageplichtig zijn wanneer zij beroepsmatig diensten leveren die leiden tot bepaalde cryptotransacties.
Denk aan een
exchange, broker of andere tussenpartij die voor klanten crypto omwisselt.
De exacte positie hangt af van de aangeboden dienst en juridische status.
Klantgegevens worden sinds januari verzameld
Voor rapporterende aanbieders begon het werk al op 1 januari 2026.
Zij moeten identificerende gegevens van relevante klanten vastleggen en controleren.
Daaronder vallen onder meer:
naam, adres, fiscale woonplaats en fiscaal identificatienummer.
Ook moeten aanbieders bepalen in welk land een klant fiscaal woont.
Daarvoor wordt onder meer gebruikgemaakt van een eigen verklaring van de klant.
Bestaande identificatiegegevens uit anti-witwascontroles kunnen daarbij eveneens worden gebruikt.
Ook crypto-naar-crypto valt onder rapportage
DAC8 draait niet alleen om het moment waarop iemand Bitcoin voor euro's verkoopt.
Ook omwisselingen tussen verschillende cryptoactiva kunnen worden gerapporteerd.
Bij zo'n transactie kan de aanbieder onder meer het type crypto, aantal eenheden, brutobedrag en de reële marktwaarde moeten vastleggen.
Een belegger die bijvoorbeeld Bitcoin omzet naar Ethereum kan daardoor eveneens in de rapportagedata terechtkomen.
Dat is een veel bredere dataset dan alleen stortingen en opnames in euro's.
Externe wallet kan eveneens zichtbaar worden
Ook transfers naar een eigen
wallet vallen niet automatisch buiten beeld.
De Belastingdienst schrijft dat bepaalde overboekingen moeten worden gerapporteerd wanneer de aanbieder niet kan vaststellen dat de ontvangende wallet bij een andere cryptodienstverlener wordt aangehouden.
Daarbij worden onder meer het soort crypto, de waarde en het aantal transfers vastgelegd.
Dat betekent niet dat de fiscus daarna automatisch iedere volgende transactie vanuit die wallet aan één persoon kan koppelen.
Wel ontstaat er een extra datapunt tussen een geïdentificeerd account en een extern blockchainadres.
Retailbetalingen boven $50.000 krijgen aparte behandeling
CARF bevat daarnaast regels voor bepaalde grote retailbetalingen.
Bij transacties boven $50.000, of het equivalent daarvan in een andere valuta, kunnen aanvullende rapportageverplichtingen gelden.
Daarmee kijkt het systeem dus breder dan handel op cryptobeurzen.
Ook het gebruik van crypto als betaalmiddel kan binnen bepaalde grenzen onderdeel van de rapportage worden.
Eerste deadline valt op 31 januari 2027
Alle gegevens over rapportagejaar 2026 moeten voor Nederlandse rapporterende aanbieders uiterlijk 31 januari 2027 bij de Belastingdienst liggen.
Klanten moeten uiterlijk diezelfde datum worden geïnformeerd over de gegevens die zijn doorgegeven.
Daarna kunnen belastingdiensten informatie internationaal uitwisselen.
Voor cryptobedrijven betekent dat dat systemen, klantcontroles en rapportageprocessen ruim vóór januari moeten werken.
Het Amsterdamse vraaguur komt dus midden in de laatste voorbereidingsfase.
Aanlevertechniek wordt al getest
De technische kant is eveneens ver gevorderd.
De Belastingdienst heeft handleidingen gepubliceerd voor het gegevensbestand en de antwoordberichten.
Sinds juli is ook een Validation Test Service beschikbaar waarmee softwarebouwers hun rapportagebestanden kunnen testen.
Vanaf 2027 moet de daadwerkelijke gegevensstroom operationeel worden.
De bijeenkomst op 7 oktober kan daardoor veel concreter worden dan een algemene uitleg over de wet.
Bedrijven zitten nu op het punt waarop juridische regels moeten worden vertaald naar werkende systemen.
Voor gebruikers komt geen nieuwe cryptobelasting
Dat onderscheid blijft belangrijk.
DAC8 voert zelf geen nieuwe
belasting op crypto in.
De Belastingdienst zegt expliciet dat de fiscale behandeling voor cryptogebruikers door deze gegevensuitwisseling niet verandert.
Voor particuliere houders behoren cryptobezittingen in beginsel tot box 3.
De uiteindelijke belasting hangt af van de persoonlijke situatie en het totale vermogen.
Wat DAC8 verandert, is vooral hoeveel gegevens de fiscus heeft om de aangifte te controleren.
Fiscus kan aangifte straks makkelijker naast platformdata leggen
Daar zit de grootste verandering voor Nederlandse gebruikers.
Tot nu toe was de Belastingdienst bij cryptobezit sterker afhankelijk van wat belastingplichtigen zelf aangaven, onderzoeken en afzonderlijke informatieverzoeken.
DAC8 bouwt een terugkerende gegevensstroom.
Een aanbieder rapporteert klantinformatie.
Daar komen transactiegegevens bij.
Vervolgens kan de fiscus die informatie naast een belastingaangifte leggen.
Een verschil wordt daardoor makkelijker zichtbaar.
Buitenlandse exchange biedt minder vanzelfsprekende blinde vlek
Ook het gebruik van een buitenlands platform biedt daardoor niet automatisch afstand tot de Nederlandse fiscus.
EU-landen wisselen de relevante DAC8-data met elkaar uit.
CARF moet hetzelfde principe uitbreiden naar deelnemende landen buiten de EU.
Een Nederlandse gebruiker kan dus bij een aanbieder buiten
Nederland zitten terwijl relevante gegevens uiteindelijk toch hier terechtkomen.
Precies dat grensoverschrijdende karakter is een van de redenen waarom de nieuwe regels zijn ingevoerd.
Self-custody blijft een andere categorie
Een eigen wallet rapporteert zelf niets.
Er zit geen compliance-afdeling achter een adres op een openbare
blockchain.
Maar de overgang tussen een gereguleerd platform en die wallet kan wel worden vastgelegd.
Voor belastingtoezicht ontstaat daardoor geen volledig zicht op iedere on-chain beweging.
Wel komen er veel meer aanknopingspunten om accounts, transacties en externe adressen met elkaar te verbinden.
Vraaguur laat zien waar de echte invoeringsproblemen zitten
Voor cryptobedrijven zit de uitdaging nu daarom minder in de vraag óf DAC8 eraan komt.
Die fase is voorbij.
De vragen gaan over uitvoering.
Welke klanten moeten worden gerapporteerd?
Hoe wordt fiscale woonplaats vastgesteld?
Welke transacties vallen binnen welke categorie?
Hoe moeten gegevens technisch worden aangeleverd?
En hoe corrigeert een aanbieder fouten?
Dat de Belastingdienst bedrijven naar Amsterdam haalt om juist die vragen te bespreken, laat zien dat 2026 het jaar van uitvoering is geworden.
Vanaf januari moet de eerste dataset klaarstaan
Voor gebruikers wordt het effect pas in 2027 goed zichtbaar.
Voor aanbieders loopt de klok nu al.
Iedere relevante transactie uit 2026 kan onderdeel worden van de eerste jaarlijkse rapportage.
Het vraaguur op 7 oktober is daardoor geen vooraankondiging van DAC8. De regels draaien al. Amsterdam moet cryptobedrijven vooral helpen om ervoor te zorgen dat hun eerste grote datalevering in januari ook daadwerkelijk klopt.