FSMA fraude AI-beleggingen

AFM: één op zeven Nederlanders vermoedt beleggingsfraude, bijna niemand meldt

Europa•28 sep , 17:02
Veertien procent van de Nederlanders heeft weleens een beleggingsaanbod gezien waarvan zij vermoedden dat het fraude was. Slechts ongeveer 5% van die groep meldde het vermoeden bij de politie of een toezichthouder.
Dat blijkt uit de nieuwe Consumentenmonitor 2026 van de AFM.
De cijfers laten vooral zien hoe groot het gat is tussen fraude herkennen en officieel alarm slaan. Daardoor kan een aanzienlijk deel van verdachte beleggingspraktijken buiten beeld blijven.

E-mail en sociale media voeren de lijst aan

Voor het onderzoek werden in april ruim 3.100 Nederlanders ondervraagd via het LISS-panel.
Van de 463 respondenten die vermoedelijke beleggingsfraude waren tegengekomen, zei 46% dat dit via e-mail gebeurde.
Sociale media volgden met 45%.
Nog eens 31% zag het verdachte aanbod via een online advertentie en 28% werd telefonisch benaderd. De volledige cijfers staan in de Consumentenmonitor Beleggers voorjaar 2026.
Juist die verdeling maakt het probleem lastig te ontwijken.
Fraudeurs hoeven consumenten niet meer naar obscure websites te lokken. Het eerste contact kan gewoon tussen normale e-mails, advertenties en berichten op sociale media verschijnen.

Telefonische benadering neemt wel af

Op één punt ziet de AFM een duidelijke verandering.
In 2025 zei nog 37% van de betrokken respondenten telefonisch te zijn benaderd. Dit jaar is dat 28%.
De overige verschillen met een jaar eerder waren volgens de toezichthouder niet statistisch significant.
E-mail en sociale media blijven dus de twee grootste kanalen.
Dat past bij een bredere verschuiving naar fraudevormen waarbij professioneel ogende advertenties, berichten en nepaccounts worden gebruikt om vertrouwen op te bouwen.

Bijna de helft doet helemaal niets

Het meest opvallende cijfer komt misschien pas na het eerste contact.
Van de mensen die vermoedelijke fraude tegenkwamen, zei 47% niets te hebben gedaan.
Nog eens 43% blokkeerde of negeerde de partij die contact zocht. Negentien procent waarschuwde andere mensen.
Officiële meldingen waren veel zeldzamer.
Slechts 3% meldde de situatie bij de politie en 2% bij een toezichthouder zoals de AFM.
Door overlap tussen antwoorden komt het totale aandeel dat één van beide instanties inschakelde rond 5% uit.

Daardoor zien toezichthouders maar een klein deel

Dat lage meldingspercentage heeft een praktisch gevolg.
Wanneer consumenten een verdachte partij alleen blokkeren, verdwijnt het probleem voor die individuele gebruiker mogelijk uit beeld.
De partij zelf kan wel doorgaan met nieuwe slachtoffers zoeken.
Meldingen geven politie en toezichthouders juist informatie over namen, websites, telefoonnummers, advertenties en betaalroutes die vaker kunnen terugkomen.
De AFM waarschuwt daarom al langer dat officiële cijfers de werkelijke omvang van beleggingsfraude waarschijnlijk onderschatten.

Twee procent verloor daadwerkelijk geld

Vermoedens zijn iets anders dan daadwerkelijk slachtofferschap.
Ongeveer 2% van de Nederlanders zegt ooit geld te hebben verloren door beleggingsfraude.
Dat aandeel is vergelijkbaar met een jaar eerder.
Bij ruim de helft van deze slachtoffers bleef het gerapporteerde verlies onder €5.000.
Maar de bedragen lopen bij een deel van de groep fors hoger op.
Van de 78 respondenten die geld verloren, meldde 17% een verlies tussen €5.000 en €10.000.
Zeven procent verloor tussen €10.000 en €50.000. Negen procent kwam uit tussen €50.000 en €100.000.
Nog eens 6% zei €100.000 of meer te zijn kwijtgeraakt.

Kleine groep vraagt voorzichtigheid bij schadebedragen

Die uitsplitsing moet voorzichtig worden gelezen.
De bedragen zijn gebaseerd op slechts 78 respondenten.
De AFM waarschuwt zelf dat het aantal waarnemingen laag is.
De cijfers geven daardoor vooral aan hoe breed de mogelijke schade kan uitvallen. Ze zijn minder geschikt om exact te berekenen hoeveel Nederlandse slachtoffers gemiddeld verliezen.
Wel staat vast dat beleggingsfraude voor een deel van de slachtoffers niet eindigt bij een paar honderd euro.

Slachtoffers melden vaker dan mensen met alleen een vermoeden

Wie daadwerkelijk geld verliest, komt sneller in actie.
Van deze groep zei 73% iets te hebben gedaan nadat duidelijk werd dat sprake was van fraude.
Een kwart waarschuwde anderen.
Dertien procent meldde het bij de politie en 11% bij een toezichthouder.
Omdat een kleine groep beide deed, kwam het aandeel dat politie of toezichthouder inschakelde uit op ongeveer 23%.
Dat is veel hoger dan de circa 5% bij consumenten die alleen vermoedden dat een aanbod frauduleus was.
Toch betekent het nog steeds dat de meerderheid van de slachtoffers geen officiële melding maakte.

Fraudeprobleem wordt niet kleiner

De vergelijking met 2025 laat weinig verbetering zien.
Vorig jaar zei eveneens 14% van de ondervraagden dat zij een aanbod of tip hadden gezien waarvan zij vermoedden dat het beleggingsfraude was.
Ook het aandeel Nederlanders dat daadwerkelijk geld verloor bleef rond 2%.
De belangrijkste verschuiving zit dus niet in het totale percentage.
Vooral de manier waarop potentiële slachtoffers worden bereikt verandert.

Crypto wordt niet apart uitgesplitst

Voor cryptobeleggers zit er een belangrijke beperking aan de cijfers.
De AFM spreekt hier over beleggingsfraude in brede zin.
Het onderzoek maakt in dit onderdeel geen aparte uitsplitsing naar Bitcoin, Ethereum, stablecoins of andere cryptoproducten.
Het is daarom onjuist om te stellen dat 14% van de Nederlanders met cryptofraude in aanraking kwam.
In een afzonderlijk deel van de Consumentenmonitor zegt ongeveer één op de tien Nederlanders crypto te bezitten.
Die groep vormt dus wel een relevante doelgroep voor waarschuwingen rond nepplatformen, valse investeringsadvertenties en andere digitale fraudevormen.

De zwakke plek zit na het eerste vermoeden

De meeste mensen die iets verdachts zien, lijken voldoende wantrouwen te hebben om niet direct mee te gaan.
Maar daar stopt het vaak.
Bijna de helft doet niets en slechts een klein deel meldt de vermoedelijke fraude officieel.
Voor fraudeurs is dat gunstig: een afgewezen slachtoffer kost weinig zolang politie en toezichthouders geen nieuw signaal krijgen.
De AFM-cijfers laten daardoor niet alleen zien hoeveel Nederlanders fraude vermoeden. Ze laten vooral zien hoeveel verdachte aanbiedingen verdwijnen zonder ooit officieel geregistreerd te worden.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu ›

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading