Het officiële
Box 3-tarief is 36%, maar voor sommige beleggers kost €1.000 extra belastbaar rendement bijna €424. De oorzaak zit niet in een verborgen hoger tarief, maar in het gelijktijdige verlies van de algemene heffingskorting.
Vermogensplanners Tjarko Denekamp en Peter Beets van
ABN AMRO MeesPierson wijzen op dat effect in een
bijdrage van 14 oktober.
Voor particuliere cryptobezitters kan dezelfde rekensom spelen. Alleen betekent 42,4% nadrukkelijk niet dat de fiscus 42,4% van een Bitcoin- of XRP-portefeuille opeist.
De 36% blijft gewoon staan
Voor 2026 bedraagt het wettelijke tarief in Box 3 36%.
Dat percentage wordt geheven over het vastgestelde inkomen uit sparen en beleggen. Het wordt dus niet rechtstreeks toegepast op de volledige waarde van iemands vermogen.
Daar komt sinds 2025 een tweede mechanisme bij.
De algemene heffingskorting wordt bepaald aan de hand van het verzamelinkomen. Daarvoor tellen het inkomen uit Box 1, Box 2 en Box 3 samen mee.
Wie meer belastbaar Box 3-inkomen krijgt, kan daardoor tegelijkertijd een deel van die korting verliezen.
En precies daar ontstaat het percentage van ongeveer 42,4%.
Zo wordt €360 belasting ineens bijna €424
Voor iemand die in 2026 nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt, bedraagt de maximale algemene heffingskorting €3.115.
Boven een verzamelinkomen van €29.736 wordt die korting afgebouwd met 6,398% van het extra inkomen. Vanaf €78.426 is de algemene heffingskorting volgens de
Belastingdienst volledig verdwenen.
Neem iemand bij wie €1.000 extra Box 3-inkomen volledig binnen dat afbouwgebied valt.
Dan ziet de vereenvoudigde rekensom er zo uit:
| Effect van €1.000 extra Box 3-inkomen | Bedrag |
| 36% Box 3-belasting | €360,00 |
| Verlies algemene heffingskorting: 6,398% | €63,98 |
| Totale extra druk | €423,98 |
Van die extra €1.000 verdwijnt dus afgerond 42,4% via
belasting en minder heffingskorting.
Het wettelijke Box 3-tarief is daarmee niet veranderd.
De marginale druk is hoger doordat twee regels tegelijk aangrijpen.
42,4% geldt niet over de waarde van je crypto
Dat onderscheid is voor cryptobezitters belangrijk.
Wie €100.000 aan Bitcoin bezit, betaalt niet simpelweg 42,4% over die €100.000.
Particuliere cryptobezittingen horen volgens de
Belastingdienst doorgaans in Box 3. Voor de vermogensopgave wordt gekeken naar de waarde op 1 januari op basis van de koers van het gebruikte omwisselplatform.
Daarna volgt de berekening van het Box 3-inkomen.
Pas wanneer een extra bedrag daadwerkelijk als belastbaar Box 3-inkomen meetelt, komt de analyse van Denekamp en Beets in beeld.
De 42,4% gaat dus over de extra fiscale last op extra inkomen.
Niet over het walletsaldо zelf.
Ook €1.000 koerswinst is niet automatisch €1.000 Box 3-inkomen
Daar zit nog een tweede misverstand.
Stijgt een cryptoportefeuille met €1.000, dan betekent dat niet automatisch dat de Belastingdienst precies €1.000 extra Box 3-inkomen vaststelt.
Voor Box 3 gelden eigen berekeningsregels. Ook heffingsvrij vermogen, schulden en de toepasselijke methode spelen mee.
Bij de mogelijkheid om werkelijk rendement door te geven, kunnen bovendien waarden aan het begin en einde van het jaar en transacties gedurende het jaar relevant worden.
De analyse van ABN AMRO begint pas nadat het belastbare inkomen is vastgesteld.
De vraag is dan: wat kost de volgende belastbare euro?
Niet iedereen komt op 42,4% uit
Ook het percentage zelf is geen universeel tarief.
Wie met zijn verzamelinkomen onder €29.736 blijft, zit niet in deze afbouw van de algemene heffingskorting.
Wie al boven €78.426 zit, heeft de algemene heffingskorting al volledig verloren. Extra Box 3-inkomen kan die korting dan niet nog verder verlagen.
De 42,4% ontstaat dus alleen voor het deel van het extra inkomen dat binnen het afbouwtraject valt.
Ook voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden andere percentages.
Een rekenvoorbeeld kan daarom het mechanisme tonen, maar vervangt geen volledige belastingberekening.
Box 3 kan zo doorwerken buiten Box 3 zelf
De opvallendste les zit eigenlijk buiten crypto.
Wie alleen naar het Box 3-tarief van 36% kijkt, mist dat verschillende onderdelen van de inkomstenbelasting aan hetzelfde verzamelinkomen zijn gekoppeld.
Een stijging in één box kan daardoor gevolgen hebben voor een korting die over de totale belastingrekening wordt berekend.
Dat maakt de marginale druk hoger dan het tarief dat bovenaan de Box 3-tabel staat.
Voor beleggers is dat vooral relevant bij het vergelijken van scenario's. Twee situaties met hetzelfde vermogen kunnen door verschillen in ander inkomen uiteindelijk een andere effectieve extra belastingdruk opleveren.
Voor crypto telt de volledige aangifte
De rekensom van ABN AMRO laat daarmee geen nieuw cryptotarief zien.
Ze legt bloot hoe een bestaand Box 3-tarief samenwerkt met de algemene heffingskorting.
Voor sommige belastingplichtigen kost €1.000 extra belastbaar Box 3-inkomen daardoor €360 aan directe heffing én bijna €64 aan verloren korting.
Dat brengt de marginale druk op ongeveer 42,4%.
Voor cryptobezitters is daarom niet alleen de waarde van hun wallet relevant. Ook ander inkomen bepaalt wat een extra euro belastbaar rendement uiteindelijk kost.
36% blijft het tarief.
De belastingrekening kan harder stijgen.