Bitcoin-onderzoek nieuws

BIS-onderzoek fileert on-chain cijfers: Bitcoin-volume kan zes keer verschillen

Bitcoin Nieuws18 sep , 7:49
Iedere Bitcoin-transactie staat openbaar op de blockchain. Toch kan het gemeten transferwaarde tot zes keer verschillen, afhankelijk van hoe onderzoekers dezelfde transacties interpreteren.
Dat blijkt uit nieuw onderzoek gepubliceerd door de Bank for International Settlements. De auteurs laten zien dat transparante blockchaindata nog geen kant-en-klaar economisch cijfer oplevert. Vooral Bitcoin, Ethereum en stablecoins leggen opvallende meetproblemen bloot.

Eén Bitcoin-transactie kan twee verhalen vertellen

Het probleem begint bij de manier waarop Bitcoin waarde registreert.
Bitcoin werkt met zogenoemde UTXO's: afzonderlijke stukken BTC die volledig moeten worden uitgegeven zodra ze in een transactie worden gebruikt.
Stel dat iemand een UTXO van 4 BTC bezit en 1,5 BTC wil versturen.
De transactie kan dan 1,5 BTC naar de ontvanger sturen en ongeveer 2,5 BTC als wisselgeld teruggeven aan de verzender.
Technisch bewegen bijna vier bitcoins door de transactie. Economisch ging mogelijk slechts 1,5 BTC naar een andere eigenaar.
Precies dat verschil maakt simpele volumetellingen gevaarlijk.

Wisselgeld kan Bitcoin-volume fors opblazen

Op de blockchain staat niet altijd expliciet welk outputadres de daadwerkelijke ontvanger is en welk adres het wisselgeld ontvangt.
Onderzoekers moeten dat afleiden.
De auteurs vergelijken daarom drie manieren om transferwaarde te meten.
De ruimste berekening telt alle outputs. Een tweede methode haalt herkenbare self-transfers eruit. Een conservatievere ondergrens probeert daarnaast vermoedelijk wisselgeld verder weg te filteren.
De verschillen zijn enorm.
Het uitsluiten van self-transfers verlaagt de gemeten Bitcoin-stromen in bepaalde perioden volgens het onderzoek met maximaal een factor zes.
Juist de hoge bovengrens wordt volgens de auteurs vaak als transferwaarde gerapporteerd.
Dat betekent niet dat de blockchain verkeerde informatie bevat.
De technische registratie klopt.
De fout ontstaat wanneer iedere technische verplaatsing automatisch wordt behandeld alsof evenveel economische waarde daadwerkelijk van eigenaar wisselde.

Er bestaat dus niet één vanzelfsprekend Bitcoin-volume

Dat is misschien de belangrijkste les uit het paper.
Een website kan één groot getal voor “Bitcoin transaction volume” tonen en daarmee een indruk van absolute nauwkeurigheid wekken.
Maar achter dat cijfer zit een definitie.
Wordt wisselgeld meegerekend? Worden transacties naar eigen adressen verwijderd? Welke heuristiek wordt gebruikt om een adres aan dezelfde eigenaar te koppelen?
Andere keuzes leveren andere uitkomsten op.
De onderzoekers pleiten daarom voor bandbreedtes en expliciete aannames in plaats van één cijfer dat meer zekerheid suggereert dan de data kan leveren.

Ook Bitcoin-marktkapitalisatie bevat een aanname

Hetzelfde probleem duikt op bij een cijfer dat bijna iedereen kent: de marktkapitalisatie.
De gebruikelijke methode is simpel.
Aantal beschikbare bitcoins maal de actuele BTC-prijs.
Alleen behandelt die berekening iedere bestaande bitcoin alsof hij economisch nog bereikbaar is.
Dat is twijfelachtig wanneer private keys definitief verloren zijn.

1,8 miljoen BTC bewoog ruim vijftien jaar niet

In de dataset hadden ongeveer 1,8 miljoen BTC al meer dan vijftien jaar niet bewogen.
De auteurs behandelen deze munten in een alternatieve berekening als verloren.
Maar juist hier laten ze zien waarom voorzichtigheid nodig blijft.
Ongeveer 24.000 BTC werd eerder alsnog uitgegeven na meer dan tien jaar stilstand. Bijna 3.000 BTC bewoog zelfs pas na meer dan vijftien jaar.
Een oude wallet is dus niet automatisch een verloren wallet.
De 1,8 miljoen BTC is een methodologische aanname voor hun alternatieve berekening, geen bewezen hoeveelheid verdwenen Bitcoin.

Realised cap vertelt weer een ander verhaal

De onderzoekers bekijken daarnaast de zogenoemde realised market capitalisation.
Daarbij wordt iedere UTXO niet tegen de huidige BTC-prijs gewaardeerd, maar tegen de prijs waarop dat stukje Bitcoin voor het laatst bewoog.
Oude munten die voor een veel lagere prijs voor het laatst werden verplaatst, wegen daardoor minder zwaar.
Tijdens sterke koersstijgingen liep de gewone marktkapitalisatie in sommige perioden volgens het paper op tot ongeveer vier keer de gerealiseerde marktkapitalisatie.
Ook hier is de boodschap niet dat realised cap “de juiste” marktkapitalisatie is.
De twee cijfers beantwoorden een andere vraag.

Ethereum creëert een compleet ander meetprobleem

Bij Ethereum verdwijnt het UTXO-probleem grotendeels omdat Ethereum met accountsaldi werkt.
Daar komt iets anders voor terug: programmeerbaarheid.
Een enkel smart contract kan verschillende functies uitvoeren. Eén transactie kan meerdere contracts aanroepen en meerdere events produceren.
Daardoor kan dezelfde economische handeling op verschillende plekken in de data zichtbaar zijn.
Wie simpelweg contracts, transfers of events telt, kan dus opnieuw technische activiteit verwarren met economisch gebruik.

Onderzoekers classificeren 13 miljoen actieve contracts

De schaal daarvan is fors.
De onderzoekers konden ongeveer 13 miljoen actieve smart contracts technisch classificeren aan de hand van bekende standaarden.
Daaronder zaten ongeveer 1,4 miljoen fungible-tokencontracts. Daarnaast identificeerden ze bijna 12 miljoen proxycontracts.
Maar ruim 54 miljoen actieve contracts vielen buiten de gebruikte technische categorieën.
Dat is belangrijk.
Veel contractactiviteit bestaat dus wel zichtbaar op Ethereum, terwijl de economische functie niet eenvoudig uit een standaardlabel valt af te leiden.

‘USDT’ blijkt duizenden keren te bestaan

Tokennamen leveren nog een valkuil op.
Op Ethereum is er geen centrale instantie die bepaalt wie een ticker mag gebruiken.
Iedere ontwikkelaar kan in principe een tokencontract maken en het symbool USDT meegeven.
De onderzoekers vonden 6.867 ERC-20-contracts met de ticker USDT. Afgerond spreken zij over ongeveer 7.000.
Dat betekent uiteraard niet dat er 7.000 echte versies van Tether bestaan.
De officiële USDT-uitgifte komt van een specifiek contract.
Andere contracts kunnen experimenten, kopieën, pooltokens of misleidende tokens zijn. De auteurs waarschuwen daarbij dat alleen tickerhergebruik nog geen bewijs van fraude is.
Een dataprovider die simpelweg op naam zoekt, kan dus een bijzonder vreemd beeld krijgen.

Miljoenen tokens, maar handel blijft geconcentreerd

Het enorme aantal contracts betekent ook niet dat economische activiteit gelijkmatig over al die tokens verspreid ligt.
Integendeel.
De onderzoekers bekijken onder meer Uniswap V2 en zien dat handelsactiviteit sterk geconcentreerd blijft.
Wrapped Ether speelt een centrale rol en stablecoins behoren tot de meest gebruikte tegenpartijen. Vooral handelsparen als WETH-USDC en WETH-USDT springen eruit.
Dat is een interessante tegenstelling.
Het aantal technisch bestaande tokens kan enorm zijn.
De daadwerkelijke handel concentreert zich rond een veel kleinere groep activa.

Dezelfde USDT betekent niet hetzelfde gebruik

Misschien wordt het meetprobleem nog duidelijker bij stablecoins.
USDT bestaat zowel op Ethereum als Tron.
Op papier kun je dus alle USDT-transacties bij elkaar optellen en één wereldwijd activiteitscijfer produceren.
Alleen blijkt diezelfde stablecoin op beide netwerken heel anders te worden gebruikt.
Op Ethereum zat in delen van de onderzochte periode meer dan 20% van alle USDT in smart contracts.
Op Tron bleef dat aandeel meestal rond slechts 1%.

Ethereum-USDT zit dichter bij DeFi

De onderzoekers zien op Ethereum een sterkere verbinding met toepassingen als handel en liquiditeitsvoorziening.
Dat past bij het grotere aandeel USDT dat in smart contracts zit.
Op Tron bevindt veel meer USDT zich juist buiten dergelijke contracts.
De onderzoekers zien daar relatief kleinere transfers en patronen die beter passen bij transacties, bewaren van waarde en tegoeden bij exchanges.
Ook hier plaatsen ze zelf een waarschuwing bij.
Een balans op een gewoon adres bewijst niet dat iemand USDT als betaling of spaarmiddel gebruikt. Het adres kan bijvoorbeeld ook bij een exchange horen.
De technische categorie is opnieuw een proxy, geen volledige economische identiteit.

‘USDT-volume’ kan dus appels en peren optellen

Daarmee ontstaat een probleem voor brede stablecoinstatistieken.
Eén miljard dollar aan USDT-activiteit op Ethereum kan economisch iets anders vertegenwoordigen dan hetzelfde bedrag op Tron.
Beide simpelweg onder “USDT-volume” plaatsen wist dat verschil uit.
Dat is precies waarom het paper waarschuwt tegen cijfers die verschillende blockchains zonder verdere uitsplitsing samenvoegen.
De ticker is hetzelfde.
Het gebruik hoeft dat niet te zijn.

Nederlandse onderzoekers zitten midden in de data

Het onderzoek heeft een directe Nederlandse link.
Medeauteur Ronald Heijmans is verbonden aan De Nederlandsche Bank.
De gebruikte data komt bovendien uit Mercurius.
Dat onderzoeksplatform wordt beheerd door DNB en werd samen met de BIS Innovation Hub en Deutsche Bundesbank ontwikkeld. Het verwerkt volledige nodegegevens van Bitcoin, Ethereum en Tron.
De omvang is fors: ongeveer 100 miljard records.
Voor alleen de Bitcoin-analyse bevat de dataset circa 1,3 miljard transacties en 3,6 miljard transaction outputs.
Dat maakt het onderzoek meer dan een theoretische kritiek op bestaande cryptostatistieken.
De auteurs bouwen hun alternatieve maten rechtstreeks uit de onderliggende blockchaindata.

Transparantie maakt meten niet automatisch eenvoudig

Dat is uiteindelijk de paradox.
Openbare blockchains geven onderzoekers iets waar economen in traditionele financiële systemen vaak alleen van kunnen dromen: een enorme, permanent opgeslagen transactiedatabase.
Maar transparantie van de technische handeling is niet hetzelfde als transparantie van de economische betekenis.
Een output kan wisselgeld zijn.
Een oud BTC-adres kan verloren zijn, maar ook twintig jaar worden bewaard.
Een token met USDT als ticker hoeft geen Tether te zijn.
En dezelfde echte USDT kan op twee netwerken voor totaal verschillende activiteiten worden gebruikt.

Grote on-chain cijfers verdienen daardoor altijd een tweede vraag

Voor beleggers en analisten is dat misschien de bruikbaarste conclusie uit het onderzoek.
Wanneer iemand zegt dat een blockchain $100 miljard aan volume verwerkt, is de eerste vraag niet alleen hoeveel.
De betere vraag is: wat is precies geteld?
De BIS-auteurs noemen on-chainindicatoren daarom geen directe metingen van economische activiteit, maar ruwe benaderingen die afhankelijk blijven van methode en aannames.
Het working paper vertegenwoordigt daarbij de opvattingen van de auteurs. De BIS vermeldt expliciet dat deze niet automatisch het officiële standpunt van de BIS, aangesloten centrale banken of DNB vormen.
De blockchain liegt niet over welke bytes zijn verplaatst.
De interpretatie begint pas daarna.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading