Bitcoin oogt broos. De koers noteert zondag rond $66.486 en blijft daarmee dicht bij de onderkant van de recente range hangen. Tegelijk kregen de Amerikaanse spot-Bitcoin-ETF’s vrijdag opnieuw een tik: op 27 maart 2026 stroomde er netto $225,5 miljoen uit de fondsen, waarvan $201,5 miljoen uit BlackRock’s IBIT kwam. Dat is goed voor ruim 89,3% van de totale uitstroom die dag.
En precies daar kijkt de markt nu nerveus naar. Een rode ETF-dag is op zichzelf niet uniek, maar als juist IBIT zo’n klap krijgt, weegt dat zwaarder. BlackRock geldt nog altijd als de grote institutionele magneet binnen het segment. Volgens Farside staat IBIT bovendien nog steeds op afstand bovenaan in cumulatieve instroom, met ongeveer $63,098 miljard, tegenover $10,996 miljard voor Fidelity’s FBTC.
Het gaat ook niet om één losse uitschieter. Een dag eerder, op 26 maart 2026, noteerden de Amerikaanse spot-Bitcoin-ETF’s al een netto uitstroom van $171,3 miljoen. Ook toen was IBIT negatief, met $41,9 miljoen. Dat maakt het verhaal voor traders net wat ongemakkelijker: dit is geen incident meer, maar een korte reeks waarin de ETF-vraag duidelijk minder overtuigend oogt.
Voor Bitcoin is dat relevant omdat ETF-flows inmiddels meer zijn dan een datapunt. Ze gelden als graadmeter voor institutioneel sentiment. Zolang de koers rond deze zone blijft zwabberen en de instroom niet terugkeert, wordt elke nieuwe rode sessie sneller gelezen als een signaal dat Wall Street voorzichtiger wordt. Dat is nog geen bevestigde trendbreuk, maar wel waarom deze uitstroom harder aankomt dan een gewone zwakke vrijdag.
De markt let nu op twee dingen: of de ETF-data snel herstellen, en of Bitcoin boven dit prijsgebied kan stabiliseren. Lukt dat niet, dan blijft vooral BlackRock het fonds waar iedereen als eerste naar kijkt. Niet omdat IBIT zijn dominante positie kwijt is, maar juist omdat een forse uitstroom bij de marktleider het sentiment disproportioneel hard raakt.