Crypto wacht op de oude
altseason, maar de belangrijkste rotatie van 2026 speelt zich ergens anders af. Niet memecoins of midcaps winnen institutioneel terrein, maar stablecoins, tokenised deposits en gereguleerde settlement rails. Dat is commercieel goed nieuws voor crypto. Maar voor de oude crypto-romantiek is het een harde draai.
De markt kijkt naar coins, staten kijken naar rails
Het klassieke script is bekend. Bitcoin loopt voorop, daarna volgt ether, vervolgens grote
altcoins en uiteindelijk alles met een ticker en een Telegram-groep.
Alleen mist dat script de beweging die nu echt telt. De sterkste institutionele aandacht gaat niet naar de meest rebelse munt, maar naar de meest bruikbare digitale dollars en euro’s.
Christine Lagarde
zei op 8 mei dat weinig ontwikkelingen zo snel van de periferie naar het centrum van het beleidsdebat zijn gegaan als stablecoins. Volgens de ECB-president is de markt gegroeid tot meer dan 300 miljard dollar, is die vooral in dollars genoteerd en wordt bijna 90 procent gecontroleerd door Tether en Circle.
Dat is geen detail voor beleidsmakers. Het raakt aan de vraag welke munt straks de digitale afwikkellaag van financiële markten wordt.
Europa wil crypto niet buiten houden, maar binnenhalen
De ECB zegt inmiddels niet alleen wat ze níét wil. Ze zegt ook steeds duidelijker wat ze wél wil: tokenisatie benutten, maar settlement verankeren in centraalbankgeld.
Piero Cipollone zei in maart dat Europese tokenised capital markets zijn verschoven van “exploration” naar “production”. In dezelfde lijn waarschuwt de ECB dat private settlement assets zonder centraalbankgeld kunnen leiden tot meer fragmentatie en minder efficiëntie.
Met andere woorden: Europa wil crypto niet per se buiten de deur houden. Het wil crypto binnen de muren krijgen, maar wel op Europese voorwaarden.
Dat maakt stablecoins politiek interessant. Niet omdat ze rebellie beloven, maar omdat ze een brug kunnen worden tussen blockchains, banken, kapitaalmarkten en toezicht.
Euro-stablecoins zijn klein, maar strategisch belangrijk
De euro-stablecoinmarkt is nog klein. De ECB schreef eind april dat euro-denominated stablecoins veel kleiner zijn dan hun dollarvarianten, maar dat hun groei gevolgen kan hebben voor staatsobligatiemarkten als reserves in veilige euro-assets worden aangehouden.
Daar zit de echte verschuiving. Stablecoins zijn niet langer alleen een handelsmiddel op cryptobeurzen. Ze worden een mogelijke interface tussen crypto, banken, staatsobligaties en financiële stabiliteit.
Ook tokenised money market funds groeien door. De ECB meldde dat deze markt in 2025 verdubbelde naar ongeveer 6,3 miljard euro. Dat is klein naast traditionele kapitaalmarkten, maar groot genoeg om serieus te worden voor infrastructuur, toezicht en settlement.
Dit is precies waar de architectuurstrijd begint. Niet bij de vraag welke altcoin de meeste hype heeft, maar bij de vraag wie de digitale rails mag beheren.
MiCAR beloont organisatie, niet rebellie
Ook politiek verschuift de toon. De Franse minister van Financiën Roland Lescure zei in april dat Europa meer euro-stablecoins nodig heeft en riep banken op tokenised deposits verder te onderzoeken. Zijn doel was duidelijk: minder afhankelijkheid van Amerikaanse spelers in digitale betalingen.
Dat is geen libertaire crypto-retoriek. Dat is monetair industriebeleid.
Het past bijna naadloos bij Qivalis, het Amsterdamse stablecoinbedrijf dat door een consortium van Europese banken is opgezet. Onder meer ING, KBC, UniCredit en BNP Paribas zijn betrokken bij het initiatief, dat een euro-stablecoin in de tweede helft van 2026 wil lanceren en een vergunning bij DNB nastreeft.
In Nederland is de toezichtslijn inmiddels helder. De AFM zegt dat MiCAR-toezicht wordt verdeeld tussen AFM en DNB, waarbij DNB de leidende rol heeft bij stablecoins zoals asset-referenced tokens en e-money tokens.
DNB schrijft zelf dat uitgevers van ART’s en EMT’s een vergunning nodig hebben. Voor EMT’s loopt dat via een vergunning als elektronischgeldinstelling of kredietinstelling.
In België is dezelfde beweging zichtbaar. De FSMA verwijst naar de wet van 11 december 2025, die de bevoegdheden onder MiCA verdeelt tussen de FSMA en de Nationale Bank van België.
De Benelux zit dus niet aan de zijlijn. Nederland en België zitten midden in de overgang naar gereguleerde crypto-infrastructuur.
Slecht nieuws voor crypto-romantiek
Voor veel cryptobeleggers voelt deze fase ongemakkelijk. Ooit was het verhaal dat banken overbodig zouden worden. Nu bouwen banken euro-stablecoins, stellen toezichthouders de randvoorwaarden en bepalen centrale banken waar settlement veilig genoeg is.
Dat is geen revolutie tegen het systeem. Het is een software-upgrade van het systeem.
De oude crypto-fantasie was dat programmeerbaar geld tussenlagen zou slopen. De nieuwe werkelijkheid is dat programmeerbaar geld nieuwe tussenlagen creëert: gereguleerde uitgevers, custodians, identity-lagen, reservebeheerders, tokenised-deposit-aanbieders en interoperabiliteitsstandaarden.
Juist daarom zijn stablecoins commercieel zo krachtig. Ze passen beter bij wat staten, banken en grote bedrijven nodig hebben dan een volledig permissionless droom waarin niemand de poort bewaakt.
Dat betekent niet dat open blockchains geen rol spelen. Ethereum, sommige layer-2-netwerken en andere settlement-infrastructuur kunnen juist profiteren als gereguleerde assets meer on-chain gaan.
Maar hun winst ligt dan minder in het verslaan van het systeem. Hun winst ligt in het bruikbaar maken van dat systeem voor digitale markten.
De tegenwerping klopt, maar mist het moment
De logische tegenwerping is dat stablecoins nog steeds vooral voor crypto trading worden gebruikt. Reuters meldde in april dat stablecoins nog beperkt worden gebruikt voor betalingen en dat 67 procent van de door RBC bevraagde Europese banken de vraag naar stablecoins beperkt noemt.
Dit klopt. Maar juist daarom is dit moment belangrijk. De massale betaaldoorbraak is er nog niet. Toch worden nu al vergunningen, reserve-eisen, toezichtslijnen en machtshiërarchieën vastgelegd. Wie die rails bouwt, kan later veel meer bepalen dan alleen de prijs van één token.
Wat dit betekent voor Nederland en België
Voor Nederland is Qivalis meer dan een losse stablecoinstart-up. De vestiging in Amsterdam, de betrokkenheid van ING en het beoogde toezicht van DNB maken het project tot een concreet voorbeeld van gereguleerde euro-rails.
Voor België is de link net zo duidelijk. KBC zit in het consortium en de Belgische MiCA-implementatie is inmiddels juridisch verankerd via de wet van 11 december 2025. Wie in de Benelux nog over crypto schrijft alsof het alleen draait om koers, community en de volgende rotatie, mist daardoor een grotere machtsverschuiving.
De controversiële conclusie is simpel: de volgende grote crypto-winnaar hoeft geen nieuwe coin te zijn. Het kan ook de normalisering van stablecoins zijn. Juist omdat die beter passen in het wereldbeeld van toezichthouders, banken en centrale banken.
De echte altseason wordt dan niet wild, maar gereguleerd. Niet anti-systeem, maar systeemcompatibel. Dat is minder romantisch. Maar waarschijnlijk veel belangrijker voor de toekomst van crypto.