Jarenlang was de reflex in de XRP-markt simpel: alles draait om de SEC. Dat frame was logisch. De SEC klaagde
Ripple op 22 december 2020 aan wegens een vermeend niet-geregistreerd effectenaanbod van ruim 1,3 miljard dollar.
Op 7 augustus 2025 werden de cross-appeals vervolgens ingetrokken, terwijl het definitieve vonnis met een civiele boete van ruim 125 miljoen dollar en een injunction overeind bleef. Maar precies nu dat juridische script zijn greep verliest, komt een ander risico naar voren: Ripple kan zélf de partij zijn die XRP economisch minder onmisbaar maakt.
Dat klinkt hard. Maar het is verdedigbaar als je kijkt naar wat Ripple zelf bouwt en vooral hoe het dat bouwt.
Ripple verkoopt geen rebellie meer, maar nette geldsoftware
Op zijn homepage presenteert Ripple zich in 2026 niet primair als het bedrijf van één token. Het verkoopt payments, custody en stablecoin-oplossingen voor financiële instellingen, met nadruk op eenvoud, veiligheid en compliance. Op de bedrijfspagina zegt Ripple bovendien expliciet dat het werkt binnen bestaande financiële systemen om die te verbeteren, niet om ze te ontwrichten.
En precies daar gaat het mentale model van veel XRP-bulls nog vaak mis.
Zij lezen Ripple nog in de taal van 2017: anti-SWIFT, brugvaluta, oude rails eruit. Maar Ripple praat in 2026 veel meer als een gereguleerde enterprise-fintech die instellingen een bruikbare toolkit wil geven voor digitaal geldverkeer. Dat is geen cosmetische verschuiving. Dat is de strategie. Die laatste zin is een redactionele duiding op basis van Ripple’s eigen bedrijfs- en productpositionering.
RLUSD is niet zomaar een extra product
De echte spanning zit bij RLUSD.
Ripple positioneert RLUSD als een institutionele stablecoin, native op XRP Ledger en Ethereum, volledig gedekt door cash en cash-equivalenten en bedoeld voor near real-time settlement, wereldwijde betalingen en compliance-gedreven use-cases. Dat betekent dat Ripple niet alleen bouwt aan vraag naar XRP, maar ook aan vraag naar een asset die voor instellingen vaak makkelijker uit te leggen is dan een volatiele brugtoken.
Belangrijker nog: Ripple zegt zelf inmiddels openlijk dat zijn payments-infrastructuur meerdere stablecoins ondersteunt.
In recente productcommunicatie schrijft het bedrijf dat het platform settlement ondersteunt over USDC, USDT en RLUSD, naast fiat rails. Op de cross-border payments-pagina legt Ripple bovendien uit dat een klant fiat kan tokenizen naar een stablecoin of kan omzetten naar een crypto-asset zoals XRP om waarde in seconden te versturen.
Dat is goed productdesign. Maar voor de pure XRP-beleggingscase is het ook een waarschuwing. Zodra een institutionele klant kan kiezen tussen XRP en een gereguleerde stablecoin, wordt XRP minder een verplichte tussenlaag en meer een optie binnen een bredere stack. En optionaliteit is voor instellingen aantrekkelijk, maar voor tokenhouders lang niet altijd. Die slotsom is een redactionele gevolgtrekking op basis van Ripple’s eigen beschrijving van keuzevrijheid tussen assets.
Ripple kan groeien zonder dat XRP even hard meegroeit
Daar zit de blinde vlek van een deel van de community.
Veel houders verwarren ecosysteemgroei met tokenwaarde-captatie. Maar een bedrijf kan licenties binnenhalen, klanten winnen en infrastructuur leveren, terwijl de token die ooit centraal stond een minder exclusieve economische rol krijgt. Ripple’s eigen architectuur wijst in elk geval duidelijk naar een model waarin meerdere rails naast elkaar bestaan.
Dat zie je ook in Europa terug.
Ripple Payments Europe S.A. is in Luxemburg geautoriseerd als Electronic Money Institution onder toezicht van de CSSF. Dat is zakelijk slim: Ripple schuift daarmee dieper de gereguleerde Europese perimeter in. Maar ook hier geldt dat een sterkere positie van Ripple als infrastructuurpartij niet automatisch betekent dat XRP de enige of belangrijkste waardedrager in dat model blijft. Het tweede deel van die redenering is een redactionele interpretatie op basis van Ripple’s licentiepositie en productstack.
Europa vergroot deze spanning juist
Voor lezers in Nederland en België is dat extra relevant omdat Europa in 2026 zichtbaar van experiment naar uitvoering schuift.
ECB-bestuurder Piero Cipollone zei op 23 maart 2026 letterlijk dat Europese getokeniseerde kapitaalmarkten “from exploration to production” zijn gegaan.
Een week later zette het Eurosysteem in zijn bredere betalingsstrategie uiteen dat centralebankgeld de ankerlaag moet blijven, aangevuld met private settlement assets zoals tokenised deposits en stablecoins die EU-governed, euro-denominated and properly designed and regulated zijn. Dat is de kern.
Europa bouwt geen speelveld dat vanzelf schreeuwt om een volatiele brugtoken als standaard tussenlaag. Europa bouwt een speelveld dat vraagt om juridisch nette, bestuurbare en institutioneel uitlegbare settlement-assets. Dat helpt Ripple als gereguleerde infrastructuurspeler mogelijk enorm.
Het helpt alleen niet automatisch XRP als schaarse winnaar van dat eindspel. Die gevolgtrekking is analytisch, maar sluit direct aan op de ECB-taal over tokenised deposits en gereguleerde stablecoins. Nederland sluit daar opvallend strak op aan.
DNB schreef in zijn nieuwe betalingsstrategie dat het de keuzemogelijkheden in het betaalverkeer wil verbreden om de weerbaarheid te vergroten en de afhankelijkheid van een beperkt aantal partijen of systemen te verlagen. Daarbij noemt DNB expliciet Europese digitale betaalinstrumenten zoals de digitale euro en DLT-oplossingen voor de financiële sector.
Ook de toezichtskaders lopen nu hard dicht. ESMA waarschuwde op 17 april 2026 dat na 1 juli 2026 niet alle aanbieders nog onder overgangsregimes vallen, terwijl de Belgische FSMA benadrukt dat alleen CASP’s deze diensten mogen aanbieden en dat sommige niet-CASP-entiteiten nog tot 30 juni 2026 doorlopen onder het transitieregime. Met andere woorden: Europa beloont steeds zichtbaarder partijen die netjes in de bestuurlijke machine passen.
Het tegenargument is reëel, maar niet sterk genoeg
Natuurlijk is er een eerlijk tegenargument. XRP blijft de native token van de XRPL. Ripple gebruikt XRP nog steeds in zijn productuitleg, en op de payments-pagina staat expliciet dat waarde ook via XRP over de blockchain kan worden verstuurd. Je kunt dus best verdedigen dat een groter Ripple-ecosysteem uiteindelijk ook extra vraag naar XRP kan genereren.
Dat argument is niet onzin. Het is alleen zwakker dan veel beleggers doen alsof. Want er zit een enorm verschil tussen “XRP blijft onderdeel van het systeem” en “XRP is de onmisbare bottleneck van het systeem.”
Het eerste kan waar zijn, terwijl het tweede steeds minder vanzelfsprekend oogt nu Ripple openlijk meerdere stablecoins ondersteunt en klanten keuzevrijheid geeft tussen rails. Die laatste conclusie is redactionele duiding op basis van Ripple’s productbeschrijvingen.
Waarom dit juist nu telt
De markt zit psychologisch nog deels vast in het oude script. Elke Ripple-overwinning wordt nog vaak gelezen als automatische XRP-overwinning. Een licentie, een nieuwe institutionele productlijn, een stablecoin-deal, een Europese uitbreiding: alles belandt in hetzelfde bullish mandje. Maar dat is precies de denkfout.
Niet elke winst van Ripple vergroot ook de schaarste, noodzaak of prijsmacht van XRP. Sommige overwinningen maken Ripple juist sterker als gereguleerde dienstverlener, terwijl ze de token economisch vervangbaarder maken. Dat is een redactionele conclusie op basis van Ripple’s multi-asset productrichting en Europese licentie- en beleidscontext. En precies daarom is de oude SEC-fixatie niet meer genoeg.
De rechtszaak heeft het XRP-verhaal jarenlang vervormd. Maar nu de juridische mist grotendeels is opgetrokken, wordt zichtbaarder wat het volgende echte debat is: niet of Ripple mag meedoen, maar op welke manier het meedoet — en of XRP daarin nog de hoofdrol speelt of vooral een nuttig hulpmiddel wordt.
Conclusie
De klassieke XRP-bull case was lang eenvoudig. Wacht tot de SEC uit beeld verdwijnt, en dan kan XRP eindelijk zijn nut bewijzen. Maar in 2026 is de ongemakkelijkere vraag een andere: wat als Ripple zijn nut allang bewijst, alleen niet meer op een manier die XRP-holders het meeste voordeel geeft?
Mijn oordeel is daarom scherp maar helder. De grootste dreiging voor XRP is niet meer alleen dat Ripple verliest van de toezichthouder. Het is dat Ripple wint als infrastructuurbedrijf in een wereld van stablecoins, custody en gereguleerde payment rails — en dat XRP daarbij van held naar hulpmiddel schuift. Dat is geen anti-XRP-frame. Het is de richting die Ripple zelf inmiddels, soms tussen de regels en soms gewoon letterlijk, laat zien.