De G7 wil dat overheden en bedrijven nu beginnen met de overstap naar quantumveilige cryptografie. Niet omdat een quantumcomputer vandaag
Bitcoin-wallets kan kraken, maar omdat de vervanging van cryptografie jaren kan kosten.
Voor
Bitcoin en
Ethereum raakt dat een gevoelig punt. Beide netwerken gebruiken digitale handtekeningen die tegen huidige computers sterk zijn, maar op termijn kwetsbaar kunnen worden voor een voldoende krachtige quantumcomputer.
De dreiging is dus niet acuut.
De migratievraag wel.
G7 zegt: wacht niet tot de aanval mogelijk is
De G7 Cybersecurity Working Group publiceerde op 3 september een nieuwe oproep rond post-quantum cryptografie.
De groep erkent dat niemand precies weet wanneer quantumcomputers krachtig genoeg worden om veelgebruikte public-keycryptografie aan te vallen. Recente vooruitgang geeft volgens de G7 toch voldoende reden om nu te handelen.
In de
officiële oproep van de G7 worden overheden en bedrijven aangespoord hun overgang zo snel mogelijk te beginnen.
Post-quantum cryptografie, meestal afgekort tot PQC, gebruikt wiskundige methoden die bestand moeten zijn tegen aanvallen met zowel klassieke als quantumcomputers.
Dat vraagt veel meer dan een software-update.
Organisaties moeten eerst weten waar oude cryptografie wordt gebruikt, welke systemen daarvan afhankelijk zijn en welke onderdelen als eerste moeten worden vervangen.
Bitcoin gebruikt precies het type cryptografie waar de zorg zit
Bitcoin beveiligt het uitgeven van munten met digitale handtekeningen.
Traditionele transacties gebruiken ECDSA op de elliptische curve secp256k1. Met Taproot kwamen Schnorr-handtekeningen erbij, maar ook die gebruiken secp256k1. Dat staat vastgelegd in
Bitcoin Improvement Proposal 340.
Voor huidige computers is het achterliggende wiskundige probleem praktisch onhaalbaar om op te lossen.
Een voldoende grote, foutgecorrigeerde quantumcomputer verandert dat model.
NIST stelt dat elliptische-curvecryptografie tot de systemen behoort die door een grote quantumcomputer kunnen worden gebroken. Het probleem komt voort uit Shor's algoritme, waarmee bepaalde wiskundige problemen veel sneller kunnen worden opgelost dan met klassieke computers.
Dat betekent niet dat iemand vandaag uit een Bitcoin-adres zomaar een privésleutel kan berekenen.
De benodigde machine bestaat niet.
Niet iedere Bitcoin is op dezelfde manier blootgesteld
Hier wordt het technisch interessanter.
Een quantumaanval op digitale handtekeningen draait om de publieke sleutel waaruit een aanvaller uiteindelijk de privésleutel probeert af te leiden.
Bij verschillende oudere Bitcoin-outputtypes staat die publieke sleutel niet direct zichtbaar zolang de munt niet wordt uitgegeven. Na een uitgave kan die sleutel wel openbaar worden.
Andere constructies stellen publieke sleutelgegevens eerder beschikbaar.
Vooral oude adressen waarvan sleutels al openbaar zijn geworden, hergebruikte adressen en bepaalde moderne outputtypes verdienen daarom extra aandacht bij toekomstige migratieplannen.
Dat maakt een overgang ingewikkelder dan simpelweg “Bitcoin krijgt een nieuw algoritme”.
Er bestaan munten die jarenlang niet bewegen.
Sommige eigenaren zijn hun sleutels kwijt. Andere gebruikers volgen toekomstige software-updates mogelijk niet.
Een nieuwe quantumveilige standaard lost dat probleem niet automatisch op.
Het lastigste Bitcoin-probleem kan achtergelaten BTC worden
Stel dat Bitcoin op tijd een quantumveilige manier van ondertekenen toevoegt.
Actieve gebruikers kunnen hun munten dan naar nieuwe adressen verplaatsen.
Maar wat gebeurt er met
BTC die tien of vijftien jaar onaangeroerd blijft op een uiteindelijk kwetsbaar type adres?
Dat wordt een veel lastigere discussie.
Ontwikkelaars zouden kunnen besluiten oude munten onbeperkt verplaatsbaar te houden. Als quantumcomputers later krachtig genoeg worden, kunnen kwetsbare coins dan mogelijk doelwit worden.
Een andere mogelijkheid is dat het netwerk ooit beperkingen oplegt aan oude cryptografie.
Dat raakt direct aan eigendomsrechten en consensus.
Daarom is voorbereiding op Bitcoin niet alleen een cryptografisch vraagstuk. Het is ook een sociaal probleem waarvoor nodes, ontwikkelaars, bedrijven en gebruikers overeenstemming moeten vinden.
Ethereum is al veel zichtbaarder bezig met de overstap
Ethereum behandelt
quantumveiligheid inmiddels expliciet in zijn langetermijnplanning.
Het netwerk gebruikt onder meer ECDSA voor accounts en BLS-handtekeningen voor validators. Ook KZG-constructies en bepaalde zero-knowledge-systemen vereisen aandacht.
De Ethereum Foundation richtte in januari 2026 een speciaal Post-Quantum Security-team op.
Op de
officiële Ethereum-roadmap voor quantumveiligheid staan onder meer hash-gebaseerde handtekeningen, nieuwe verificatiemethoden en tests met verschillende clients.
Er draaien inmiddels wekelijkse testnetwerken met meer dan tien clientteams.
Dat is nog onderzoek. Geen afgeronde bescherming.
Ethereum mikt rond 2029 op belangrijke onderdelen
Ethereum koppelt zijn quantumwerk aan de bredere Lean Ethereum-plannen.
Daarbinnen wordt onder meer gewerkt aan leanXMSS, een hash-gebaseerd handtekeningsysteem voor validators. Een andere component, leanVM, moet helpen om grotere quantumveilige handtekeningen efficiënt te verwerken.
Voor de kernonderdelen van de post-quantumaanpak wordt rond 2029 gemikt.
Ethereum waarschuwt zelf dat dit planningsdoelen zijn en kunnen verschuiven. De volledige overgang van accounts en toepassingen kan bovendien langer duren.
Voor gebruikers verandert vandaag niets. Voor protocolontwikkelaars is jarenlang wachten juist het risico.
Ethereum stelt expliciet dat bestaande quantumcomputers momenteel geen directe bedreiging vormen voor
ETH-wallets.
NIST heeft de eerste vervangers al klaar
De cryptowereld hoeft bovendien niet vanaf nul nieuwe wiskunde te verzinnen.
Het Amerikaanse National Institute of Standards and Technology stelde in 2024 drie belangrijke
post-quantumstandaarden vast.
ML-KEM is bedoeld voor veilige sleuteluitwisseling.
ML-DSA en SLH-DSA zijn standaarden voor digitale handtekeningen.
NIST zegt tegenwoordig expliciet dat organisaties deze technieken nu al kunnen en moeten gaan gebruiken waar dat passend is.
Dat betekent niet dat Bitcoin simpelweg ECDSA door ML-DSA kan vervangen.
Blockchains hebben andere beperkingen.
Quantumveilige handtekeningen zijn niet gratis
Een blockchain moet iedere transactie door grote aantallen computers laten controleren en langdurig bewaren.
Grotere sleutels of handtekeningen hebben daardoor direct gevolgen.
Meer bytes per transactie betekent meer data.
Zwaardere verificatie kan meer rekenwerk vragen.
Nieuwe cryptografie moet daarnaast passen bij hardwarewallets, multisigsystemen, exchanges en bestaande software.
Voor Ethereum speelt nog een extra probleem: validators produceren voortdurend handtekeningen die efficiënt gecombineerd moeten kunnen worden.
Daarom onderzoekt het netwerk niet alleen welke quantumveilige technieken bestaan, maar ook hoe zulke technieken bruikbaar blijven op grote schaal.
Europa heeft al een harde tijdlijn
Voor Nederlandse en Belgische bedrijven is de G7-oproep niet vrijblijvend toekomstdenken.
De Europese Unie heeft al een eigen overgangsplan.
Volgens de
Europese Commissie moeten alle lidstaten uiterlijk eind 2026 zijn begonnen met de overgang naar post-quantum cryptografie.
Hoogrisicosystemen binnen kritieke organisaties moeten zo snel mogelijk volgen en uiterlijk eind 2030 zijn aangepast.
Dat raakt cryptobedrijven ook buiten hun blockchainprotocol.
Exchanges en custodians gebruiken cryptografie bijvoorbeeld voor serververbindingen, authenticatie, databases en sleutelbeheer.
Een blockchain kan zelf nog veilig zijn terwijl een systeem eromheen verouderde beveiliging gebruikt.
De G7 maakt quantum daarmee een bestuursprobleem
De oproep van 3 september richt zich daarom sterk op voorbereiding.
De G7 vraagt organisaties hun cryptografische systemen in kaart te brengen, risico's te rangschikken en overgangsplannen te maken.
Frankrijk leidt in 2026 de G7 Cybersecurity Working Group via cybersecurityautoriteit ANSSI. De Europese Commissie en ENISA doen als gastdeelnemers mee aan het werk.
De boodschap bouwt voort op eerder G7-werk uit 2025 en juni 2026.
De toon wordt alleen dringender.
Niet omdat de aanval vannacht komt.
Omdat niemand een wereldwijde cryptografische omschakeling in de week vóór zo'n aanval kan uitvoeren.
Voor cryptohouders is paniek nu de verkeerde reactie
Een Bitcoin- of Ethereumgebruiker hoeft vanwege deze G7-verklaring geen munten te verplaatsen.
Er is geen publiek bekende quantumcomputer die vandaag de gebruikte elliptische-curvehandtekeningen op relevante schaal kan breken.
Dat onderscheid moet hard blijven staan.
Quantumrisico verkopen als onmiddellijke bedreiging voor wallets is misleidend.
Maar het tegenovergestelde — het probleem wegzetten omdat de benodigde computer nog niet bestaat — mist precies waarom de G7 nu alarm slaat.
Cryptografie wordt vervangen vóórdat ze faalt.
Niet erna.
Bitcoin krijgt uiteindelijk de moeilijkste politieke vraag
Ethereum laat zien dat technische voorbereiding jaren voor een mogelijke dreiging kan beginnen.
Voor Bitcoin kan de lastigste fase later komen.
Niet alleen: welk quantumveilig handtekeningsysteem werkt?
Maar vooral: wat doet het netwerk met oude bitcoins die nooit naar zo'n nieuw systeem worden verplaatst?
Daar botsen techniek, eigendom en consensus.
Zolang quantumcomputers de huidige cryptografie niet kunnen breken, blijft dat een toekomstige discussie.
De G7 maakt alleen duidelijk dat “toekomstig” geen excuus meer is om de voorbereiding uit te stellen.