Crypto duikt op in Nederlandse dossiers over terrorismefinanciering, maar niet als vervanger van oude geldroutes. FIU-Nederland ziet juist een mix van cash, ondergronds bankieren, derdebetalingen en virtuele valuta.
Dat blijkt uit het
Jaaroverzicht 2025 van FIU-Nederland. De dienst laat daarmee zien dat terrorismefinanciers niet massaal overstappen op crypto, maar digitale assets toevoegen aan bestaande netwerken.
272 dossiers met terreurfinanciering
FIU-Nederland deelde in 2025 272 dossiers met opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten waarin aanwijzingen voor terrorismefinanciering voorkwamen.
De dienst noemt jihadisme, extreemrechts en anti-institutioneel geweld als dreigingsbeelden. In die dossiers kwamen meerdere betaalmethoden terug.
Het ging onder meer om non-profitstructuren, handelsconstructies, derdebetalingen,
contant geld en betalingen met virtuele valuta.
Daar zit de kern. Crypto staat niet los van het oude financiële circuit, maar haakt er juist op in.
Crypto wordt toegevoegd aan bestaande routes
FIU-Nederland schrijft dat terrorismefinanciers niet volledig overstappen op nieuwe methoden. Zij verwerken virtuele valuta in routes die al langer worden gebruikt.
De dienst noemt drie patronen. Geld dat onder valse voorwendselen wordt ingezameld en daarna naar een crypto-exchange gaat. Personen met aanwijzingen voor ondergronds bankieren die exchanges gebruiken. En virtuele valuta die naar
wallets gaan die onder controle van terroristische organisaties lijken te staan.
Dat laatste woord telt. FIU-data is financial intelligence, geen rechterlijk oordeel.
Wel laat het zien waar opsporing naar kijkt. Niet alleen naar de coin zelf, maar naar de combinatie van afzender, route, platform en eindbestemming.
Ondergronds bankieren blijft de spil
Ondergronds bankieren blijft volgens FIU-Nederland een terugkerend punt. Daarbij verplaatsen centrale figuren geld buiten het normale bankcircuit.
Crypto kan daar een extra laag in worden. Niet omdat elke transactie anoniem is, maar omdat waarde snel over grenzen kan bewegen.
Tegelijk werkt die snelheid twee kanten op. Zodra een gereguleerde partij een ongebruikelijke transactie meldt, kan een walletadres juist een spoor worden.
Daarom blijft de rol van exchanges belangrijk. Zij zitten vaak op de overgang tussen bankgeld en crypto.
FIOD-zaak begon bij exchange-melding
Die poortwachtersrol kwam in maart 2025 terug in een FIOD-zaak. De opsporingsdienst hield toen een 32-jarige man uit Noord-Holland aan op verdenking van terrorismefinanciering en overtreding van de Sanctiewet.
Volgens de
FIOD begon het onderzoek met een melding van ongebruikelijke transacties door een crypto-exchange bij FIU-Nederland.
Uit die melding kwam naar voren dat de verdachte in 2020
Bitcoin had verstuurd naar walletadressen die vermoedelijk gelinkt waren aan terroristische organisaties.
Met crypto-analyse stelde de FIOD later dat de verdachte in 2020 en 2022 op meerdere momenten bitcoins verstuurde die vermoedelijk bij terroristische organisaties terechtkwamen.
Ook cybercrime en fraude raken crypto
FIU-Nederland koppelt crypto niet alleen aan terrorismefinanciering. In 2025 speelde cryptovaluta een rol in 29 cybercriminaliteitsdossiers met 524 transacties.
De totale waarde van die crypto-onderzoeken kwam uit op €22 miljoen. Eén dossier vertegenwoordigde daarvan €11 miljoen.
De onderzoeken gingen onder meer over darkwebmarkten, illegale cryptodienstverleners en transacties voor strafbaar beeldmateriaal.
Ook helpdeskfraude kwam terug. Criminelen deden zich daarbij voor als medewerkers van een Nederlandse crypto-exchange en lieten slachtoffers geld overboeken naar zogenoemde veilige wallets.
Minder cryptomeldingen door MiCA
Opvallend is dat het aantal meldingen uit de cryptosector daalde. Cryptodienstverleners meldden in 2024 nog 578.312 ongebruikelijke transacties. In 2025 waren dat er 327.826.
FIU-Nederland koppelt die daling aan nieuwe regels onder MiCA. Sinds 30 december 2024 geldt het Europese cryptokader in
Nederland.
Veel aanbieders die wel in Nederland actief zijn, maar hier geen hoofdkantoor hebben, melden daardoor niet langer rechtstreeks bij FIU-Nederland.
Ook verdween de eerdere objectieve indicator waarbij crypto-gerelateerde transacties vanaf €15.000 moesten worden gemeld.
FIU-Nederland stelt dat de informatiepositie daardoor niet is verslechterd, omdat Europese FIU’s relevante transacties onderling blijven uitwisselen.
Verdachte transacties blijven zichtbaar
Bij de verdachte transacties blijft crypto wel duidelijk zichtbaar. In 2025 verklaarde FIU-Nederland 8.549 transacties van wisseldiensten voor virtuele valuta verdacht.
Daarnaast ging het om 919 verdachte transacties van aanbieders van bewaarportemonnees en 90 van crypto-asset service providers.
Over alle sectoren samen werden in 2025 92.043 transacties verdacht verklaard, verdeeld over 15.068 dossiers.
Dat plaatst crypto in verhouding. Het is niet het hele verhaal, maar wel een herkenbaar onderdeel van het dossier.
Geen massaal cryptobeeld
Het FIU-beeld is genuanceerd. Crypto is niet het dominante kanaal voor terrorismefinanciering.
De dienst ziet juist mengvormen. Contant geld, bedrijven, non-profitstructuren, ondergronds bankieren en digitale assets lopen door elkaar.
Voor cryptobedrijven betekent dat dat klantonderzoek en transactiemonitoring geen bijzaak zijn. Meldingen kunnen het begin zijn van een groter onderzoek.
Voor gebruikers is de les net zo scherp. Een betaling naar een wallet kan snel voelen, maar wordt niet automatisch onzichtbaar.
De blockchain maakt geld niet schoon. Ze maakt het spoor alleen anders.