Een nep-ID uit Palau, een VPN en een account bij een buitenlandse cryptobeurs. Voor sommige Nederlandse beleggers is dat de nieuwe route rond
MiCA.
De AFM en de Belastingdienst zien daarmee precies het risico ontstaan waar de Europese cryptoregels op mikken: handel buiten zicht, buiten bescherming en soms onder een valse identiteit.
Accountancy Vanmorgen meldt op basis van het Financieele Dagblad dat beleggers buitenlandse digitale identiteitskaarten, vervalste documenten en VPN-verbindingen gebruiken. Zo proberen zij toegang te houden tot cryptoplatforms die niet meer op de Europese markt mogen opereren.
MiCA maakt het speelveld kleiner
MiCA is de Europese cryptowet die aanbieders van cryptodiensten aan regels bindt. Denk aan handelsplatforms, bewaarpiensten en uitgevers van stablecoins.
Op EU-niveau liep het overgangsregime voor bestaande aanbieders uiterlijk tot 1 juli 2026. Dat staat in artikel 143 van de Europese MiCA-regels.
Nederland zat strakker. Volgens het
AFM-register voor cryptodienstverleners eindigde het overgangsregime voor oude DNB-registraties hier al op 30 juni 2025.
Daarna telt vooral één vraag: mag een partij in Nederland diensten aanbieden?
Als een aanbieder in het AFM-register staat, heeft die een vergunning of notificatie van de AFM of een andere Europese toezichthouder. Staat een naam er niet in, dan is het beeld minder helder.
Het kan betekenen dat geen vergunning nodig is. Het kan ook betekenen dat een aanvraag nog loopt. Of dat de partij zonder juiste toestemming actief is.
Nepdocumenten raken meer dan één regel
De omweg via Palau-ID’s, vervalste legitimatie en VPN’s lijkt voor sommige beleggers simpel. Je doet alsof je buiten de EU zit en opent alsnog een account.
Maar daarmee verschuift het risico naar de gebruiker zelf.
Een vals document gebruiken bij een financieel platform is geen handige truc. Het kan later terugkomen bij klantonderzoek, transactierapportage, blokkades of een onderzoek naar verborgen vermogen.
Ook het platform loopt risico. Onder MiCA moeten aanbieders klanten beter informeren, beschermen en controleren. De Transfer of Funds Regulation verplicht cryptobedrijven sinds 30 december 2024 bovendien extra informatie te verzamelen, bewaren en meesturen bij cryptotransacties.
Dat maakt identiteit de poortwachter van de nieuwe cryptoregels.
Belastingdienst krijgt meer crypto-informatie
De fiscale kant wordt vanaf 2026 scherper. Volgens de
Belastingdienst moeten cryptodienstverleners vanaf 1 januari 2026 gegevens doorgeven over klanten en transacties.
Via
DAC8 en CARF moeten rapporterende cryptodienstverleners klantgegevens verzamelen en bewaren. Vanaf 2027 volgt jaarlijkse rapportage aan belastingdiensten.
Het gaat onder meer om naam, adres, fiscale woonplaats, fiscaal identificatienummer, omwisseltransacties en overboekingen.
Crypto verandert daardoor fiscaal niet van aard. Bezit blijft bezit. Rendement blijft relevant voor de aangifte.
Wat verandert, is de zichtbaarheid.
Een VPN kan een locatie verbergen. Een fout spoor in KYC-data kan juist later extra opvallen.
Waarom beleggers toch de omweg zoeken
De verleiding is duidelijk. Buitenlandse platforms bieden soms munten, derivaten, leverage of handelsparen die Europese aanbieders beperken of schrappen.
Voor actieve handelaren voelt MiCA dan als een muur. Zeker wanneer favoriete tokens of producten verdwijnen.
Maar de prijs van die omweg is hoog. Wie via een nep-ID handelt, kiest voor een platform buiten Europese bescherming en laat mogelijk onjuiste klantgegevens achter.
Dat wordt gevaarlijk bij opnames, geschillen of geblokkeerde tegoeden. Een beurs kan om aanvullende verificatie vragen. Dan wordt de eerdere omweg ineens het probleem.
Ook voor
stablecoins,
Bitcoin en
Ethereum geldt dezelfde basisregel: de fiscale plicht verdwijnt niet omdat de accountlocatie verandert.
Benelux-haak: toezicht begint bij de ingang
Voor Nederlandse en Belgische gebruikers ligt de praktische les bij de toegangspoort. Controleer of een aanbieder onder Europees toezicht valt voordat geld naar een account gaat.
Dat geldt ook voor kleinere exchanges die via sociale media of Telegram worden aangeprezen. Juist daar is het verschil tussen een legale aanbieder en een risicoplatform niet altijd zichtbaar.
Wie zelf wallets gebruikt, blijft verantwoordelijk voor de eigen transacties en aangifte. Self-custody haalt een platform uit de route, maar niet de fiscale plicht.
MiCA is dus geen papieren dossier voor juristen. De regels raken de dagelijkse keuze van beleggers: welke beurs, welke identiteit en welke sporen laat je achter.
De valse ID is geen ontsnappingsroute. Het is een extra risico bovenop een toch al scherpere markt.