Sinds 21 september kan Pontes transacties in getokeniseerde activa afwikkelen met centralebankgeld. Voor Nederlandse effecten blijft echter een fundament ontbreken: een tokenboeking maakt de koper niet vanzelf juridisch rechthebbende.
Daarmee ontstaat een merkwaardige situatie. Europa heeft een nieuwe betaalroute gebouwd voor tokenmarkten, terwijl het Nederlandse vermogensrecht de andere helft van de transactie nog niet volledig volgt.
De ECB bevestigt dat Pontes DLT-platformen met TARGET-diensten verbindt en dat de geldkant definitief kan worden afgewikkeld via T2.
Pontes lost de geldkant op
Pontes is bedoeld voor grote financiële transacties met getokeniseerde activa.
Marktpartijen kunnen de betaling afwikkelen met centralebankgeld. Bij de route via T2 ontstaat de definitieve afwikkeling zodra de bijbehorende geldbeweging daar is voltooid.
Pontes kan daarnaast levering en betaling met elkaar synchroniseren. Via delivery versus payment wordt geprobeerd te voorkomen dat de ene partij betaalt terwijl de andere kant van de transactie niet wordt geleverd.
Technisch kan daarmee een belangrijk probleem worden aangepakt.
Een koper kan betalen. Een verkoper kan het digitale activum leveren. Beide stappen kunnen aan elkaar worden gekoppeld.
Maar Pontes bepaalt niet wat Nederlands vermogensrecht als een geldige eigendomsoverdracht erkent.
De token kan bewegen zonder dat het recht automatisch meebeweegt
Daar zit volgens AFM en De Nederlandsche Bank het Nederlandse probleem.
De toezichthouders
concludeerden in oktober dat het huidige recht geen basis biedt voor effecten die uitsluitend als token ontstaan, worden aangehouden en vervolgens via zo'n registratie worden overgedragen.
Dat wordt directe of native
tokenisatie genoemd.
Neem een digitale obligatie die alleen in een DLT-register bestaat. In het meest vergaande model zou het toevoegen van de token de uitgifte vormen. Een latere registerwijziging zou vervolgens ook de juridische levering aan een nieuwe eigenaar regelen.
Precies dat volledige model past volgens AFM en DNB nog niet in het Nederlandse systeem.
Europa staat meer toe dan de Nederlandse Wge
Op Europees niveau bestaat wel ruimte voor rechtstreeks gedematerialiseerde effecten.
De Central Securities Depositories Regulation laat toe dat effecten rechtstreeks in girale vorm bij een centrale effectenbewaarinstelling, een CSD, worden uitgegeven.
Een CSD is simpel gezegd de centrale partij waar effecten administratief worden vastgelegd en waar overdrachten tussen marktpartijen worden verwerkt.
De Nederlandse Wet giraal effectenverkeer, de Wge, sluit daar
volgens AFM en DNB nog niet goed op aan.
De Wge gaat bij opname in het girodepot uit van effecten die juridisch al bestaan en vervolgens aan de CSD worden geleverd. Een effect uitsluitend laten ontstaan door een nieuwe boeking bij de CSD is niet voorzien.
Daar wringt de techniek met het recht.
Ook het Burgerlijk Wetboek stelt eigen eisen
Het tweede obstakel zit in het Burgerlijk Wetboek.
Voor overdracht van vermogensrechten vraagt artikel 3:84 BW onder meer om een geldige titel, beschikkingsbevoegdheid en een juridisch geldige levering.
Hoe die levering plaatsvindt, hangt af van het soort recht.
Voor sommige vorderingen kan bijvoorbeeld een akte nodig zijn. Bij aandelen op naam kunnen buiten het girale systeem notariële eisen gelden.
Een wijziging in een blockchain- of DLT-register vervangt zulke handelingen niet automatisch. AFM en DNB schrijven dat het Nederlandse recht nog niet expliciet bepaalt wanneer zo'n mutatie zelfstandig goederenrechtelijke gevolgen krijgt.
Dat is meer dan juridisch detailwerk.
Wie een token ontvangt, wil zeker weten dat niet alleen een digitaal record is veranderd, maar ook het onderliggende recht geldig is overgegaan.
Nederland komt daardoor bij twee registraties uit
Directe tokenisatie lukt hierdoor nog niet, maar indirecte tokenisatie kan wel.
Dan wordt het effect eerst volgens de bestaande juridische regels gecreëerd en opgenomen bij een CSD of tussenpersoon.
Daarnaast kan een DLT-register worden gebruikt.
De token kan dan een positie weergeven of deel uitmaken van de administratie, terwijl de juridische werking blijft steunen op de bestaande effectenregistratie en vereiste boekingen.
Het resultaat is een dubbel systeem.
Een partij kan een tokenlaag gebruiken voor automatisering, maar moet daarnaast zorgen dat de juridisch bepalende administratie klopt.
Daarmee verdwijnt een deel van het voordeel dat tokenisatie juist zou moeten opleveren.
Eén digitaal register zou meer kunnen automatiseren
De aantrekkingskracht van directe tokenisatie zit juist in het samenbrengen van meerdere stappen.
Uitgifte, bezit en overdracht zouden in één gedeeld register kunnen worden vastgelegd. Smart contracts kunnen daar aanvullende handelingen aan koppelen.
Bij een dubbele administratie moeten partijen blijven controleren of beide registraties overeenkomen.
Dat kost meer werk en creëert een fundamentelere vraag: wat gebeurt er wanneer de tokenregistratie iets anders zegt dan de juridisch bepalende administratie?
AFM en DNB waarschuwen precies voor die onduidelijkheid over de juridische betekenis van tokens.
Ook de Europese DLT-proefregeling lost dit niet op
Europa heeft met het DLT Pilot Regime ruimte gemaakt voor experimenten met handel en afwikkeling via DLT.
Die regeling kan onder voorwaarden uitzonderingen bieden op bepaalde Europese marktregels.
Maar zij herschrijft het Nederlandse Burgerlijk Wetboek of de Wge niet.
AFM en DNB stellen daarom dat nationale regels bepalend blijven voor onder meer uitgifte, levering en de positie van rechthebbenden. Voor directe uitgifte kan een Nederlandse marktpartij daardoor aangewezen zijn op het recht van een andere
EU-lidstaat via een Europese CSD-route.
Een Europees technologisch experiment kan dus niet simpelweg een ontbrekende Nederlandse eigendomsregel vervangen.
Pontes maakt die achterstand juist zichtbaarder
Daarmee krijgt de lancering van Pontes een opvallend Nederlands gevolg.
De
ECB heeft aan de geldkant al een werkende route geopend.
Pontes ging op 21 september live en deelnemers kunnen tokentransacties koppelen aan afwikkeling in centralebankgeld.
Het Nederlandse probleem verschuift daardoor.
De vraag is minder of een token technisch kan bewegen of met echt centralebankgeld kan worden betaald. De vraag is steeds vaker welke juridische betekenis Nederland aan die beweging geeft.
Een supersnelle tokenoverdracht helpt weinig wanneer partijen daarnaast nog moeten vaststellen of de koper juridisch dezelfde positie heeft gekregen.
AFM en DNB willen aanpassing van BW en Wge onderzoeken
De toezichthouders pleiten daarom voor een vervolg waarbij concrete toepassingen worden uitgewerkt.
Daaruit moet blijken of verduidelijking van bestaande regels voldoende is of dat delen van het Burgerlijk Wetboek en de Wge moeten worden aangepast.
In hun analyse gaan AFM en DNB duidelijk verder: beide wetten vragen volgens hen modernisering om rechtstreekse digitale uitgifte bij een CSD goed mogelijk te maken.
Daarbij draait het niet alleen om wie als eigenaar wordt gezien.
Ook verpanding, bescherming tegen derden, afgescheiden vermogen en de positie van beleggers moeten juridisch blijven werken wanneer traditionele boekingen worden vervangen door DLT-mutaties.
De betaalbrug ligt er, de juridische brug nog niet
Pontes lost dus een serieus Europees probleem op.
Getokeniseerde effecten kunnen worden gekoppeld aan definitieve betaling in centralebankgeld. De geldkant hoeft daardoor niet afhankelijk te zijn van een private stablecoin of commercieel banktegoed.
Voor een Nederlandse effectentoken blijft alleen nog een fundamentelere vraag liggen.
Wanneer is een token niet slechts een digitaal bewijs van een positie, maar de positie zelf?
AFM en DNB zeggen dat het huidige Nederlandse recht daar nog geen volledige route voor biedt.
Europa kan de betaling inmiddels over de brug sturen. Nederland moet nog bepalen wanneer het eigendomsrecht mee mag.