Crypto is voor Nederlandse rechters geen mistbank meer. Wallets, recovery phrases, hardware wallets, PGP-telefoons en blockchainsporen belanden steeds vaker midden in witwasdossiers.
Recente uitspraken op Rechtspraak.nl laten een duidelijke lijn zien.
Bitcoin,
Ethereum en
stablecoins zijn gewoon vermogen. Ze kunnen worden getraceerd, verkocht, verbeurdverklaard en gebruikt als bewijs.
Maar er is ook een grens. Een walletlabel of blockchainanalyse is geen automatische veroordeling. De herkomst van digitale tegoeden moet nog steeds zorgvuldig worden onderbouwd.
Recovery phrases worden hard bewijs
De rechtbank Gelderland veroordeelde op 27 juli een verdachte voor de verkoop van bijna een gram cocaïne en gewoontewitwassen.
De zaak draaide onder meer om twee papieren met woordenreeksen. Die recovery phrases gaven toegang tot twee bitcoinwallets en een ethereumwallet.
Volgens de
uitspraak van de rechtbank Gelderland leverde de verkoop van de in beslag genomen crypto €204.375,69 op. Daarnaast ging het om ruim €17.000 aan contant geld.
De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 240 uur op. De crypto en het contante geld werden verbeurdverklaard.
Die zaak laat zien hoe praktisch cryptobewijs is geworden. Niet alleen het saldo telt, maar ook de toegang tot de wallets en het transactiepatroon.
Darknetlinks wegen zwaar
De rechtbank keek in de Gelderse zaak naar meer dan bezit alleen.
Op één bitcoinadres waren 47 stortingen gedaan in een periode van enkele maanden. Op andere adressen kwamen in korte tijd meerdere stortingen binnen.
Ook stelde de rechtbank vast dat bitcoin direct of indirect afkomstig was van darknetmarkten, waaronder ASAP Market, Hydra Marketplace, OMG1OMG!, Mega Darknet Market en Blacksprut Market.
Dat hoeft niet te betekenen dat ieder muntje aan één precies misdrijf wordt gekoppeld.
In witwaszaken mag de rechter ook zonder direct bewijs van een specifiek gronddelict oordelen dat vermogen uit misdrijf komt. Dan moet het op basis van de feiten en omstandigheden niet anders kunnen.
Hier telden grote bedragen, contant geld op ongebruikelijke plekken, cocaïneverkoop, contacten met harddrugsgebruikers en darknetsporen samen op.
De verklaring van de verdachte over handel in textiel, groente en fruit vond de rechtbank onvoldoende concreet en niet controleerbaar.
Crypto is niet strafbaar omdat het crypto is. Het wordt belastend wanneer het verhaal eromheen niet klopt.
Bitcoin en cash lopen door elkaar
De rechtbank Midden-Nederland kwam op 22 juli tot een andere veroordeling voor gewoontewitwassen.
In die zaak ging het om een periode van ruim 4,5 jaar. De verdachte kreeg 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk.
Volgens de
uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland speelde bitcoin een centrale rol naast contant geld, ondergronds bankieren, versleutelde communicatie en PGP-telefoons.
De tenlastelegging ging onder meer over €465.102 uit de verkoop van PGP-telefoons en abonnementen. Ook ging het om negen wallets met 263,51 bitcoin, destijds ruim €3,8 miljoen waard.
Verder werd €968.925 genoemd in verband met ondergronds bankieren en €78.220 aan aangetroffen contant geld.
Volgens de rechtbank bleek uit chatberichten dat bitcoin werd omgezet in contant geld. Andersom werd contant geld ook gebruikt om aan bitcoin te komen.
De rechter kijkt naar het patroon
De lijn uit deze zaken is helder.
De aanwezigheid van crypto is niet genoeg. De combinatie van signalen maakt het dossier.
Grote bedragen zonder sluitende administratie. Contante transacties. Versleutelde communicatie. Handel buiten banken om. Contacten met criminele netwerken. Geen controleerbare verklaring over de bron van het vermogen.
In de Midden-Nederlandse zaak had de verdachte volgens de rechtbank consequent gezwegen.
Zwijgen is op zichzelf geen bewijs van
witwassen. Maar bij een sterk witwasvermoeden kan het uitblijven van een concrete verklaring wel meewegen.
Dat is belangrijk voor cryptogebruikers. Wie grote bedragen verplaatst, moet later kunnen uitleggen waar het geld vandaan kwam.
Een algemeen verhaal is vaak te dun. Rechters kijken naar administratie, handelsdata, walletgeschiedenis en economische logica.
Beleggingsfraude valt er ook onder
Crypto-witwassen speelt niet alleen rond drugs, cash en darknetmarkten.
Het gerechtshof Amsterdam veroordeelde op 20 april een verdachte voor oplichting en gewoontewitwassen rond daghandel in cryptovaluta.
Volgens het
arrest van het gerechtshof Amsterdam ging het om ongeveer 140 slachtoffers en €5,6 miljoen.
Investeerders legden geld en cryptocurrency in bij een partij die zich presenteerde als ervaren daytrader.
Het hof legde een gevangenisstraf van 15 maanden op. Ook kwam er een beroepsverbod van vijf jaar voor functies als bestuurder, beleggingsadviseur, vermogensbeheerder en handelaar in financiële producten, waaronder cryptovaluta.
Die zaak toont een tweede route. Crypto kan tegelijk onderdeel zijn van de oplichting én van het witwassen daarna.
Slachtoffers sturen geld of digitale valuta. De verdachte sluist opbrengsten weg. Daarna wordt de herkomst verhuld of door nieuwe constructies gehaald.
Blockchainanalyse moet toetsbaar blijven
Toch tekenen rechters geen blanco cheque voor cryptoanalyse.
Het gerechtshof Den Haag bepaalde in een beslissing over deskundigenonderzoek dat bij analyse van bitcointransacties en cryptotransacties in het algemeen niet of onvoldoende sprake is van een vaste voorgeschreven methode.
In die
Haagse beslissing ging het om een waarschijnlijkheidsoordeel over de herkomst van bitcoin uit darkwebmarkten.
Juist omdat zulke bevindingen belastend kunnen zijn, vond het hof deskundigenonderzoek nodig.
Dat maakt de lijn volwassen. Rechters accepteren walletgegevens, recovery phrases, transactiesporen en labels als relevante puzzelstukken.
Maar blockchainonderzoek moet uitlegbaar zijn. De verdediging moet conclusies kunnen toetsen.
Dat geldt zeker bij clustering, labelling en herkomstanalyses. Een label van een analysetool is geen toverspreuk.
Crypto wordt normaal vermogen
Voor Nederlandse en Belgische cryptogebruikers is de boodschap simpel.
Digitale activa worden juridisch steeds normaler behandeld. Ze kunnen worden gevonden, bevroren, verkocht en verbeurdverklaard.
Een
wallet is daarbij geen zwarte doos. Recovery phrases, hardwareapparaten, transactielijsten en exchangegegevens kunnen toegang geven tot bewijs.
Ook
stablecoins passen in die lijn. Voor het strafrecht gaat het niet om de naam van de munt, maar om waarde, herkomst en gebruik.
Het bezit van crypto is niet strafbaar. Het verwerven, voorhanden hebben, omzetten of gebruiken van vermogen uit misdrijf kan dat wel zijn.
Dat klassieke witwaskader blijft leidend. Alleen het object is veranderd.
Anti-anonimiteit, geen anti-crypto
De recente rechtspraak laat geen anti-cryptolijn zien. Zij laat een anti-anonimiteitslijn zien.
Verdachten kunnen crypto gebruiken om waarde buiten banken te verplaatsen. Dezelfde blockchainsporen kunnen daarna juist tegen hen worden gebruikt.
Dat is de paradox.
Crypto voelt voor sommige gebruikers buiten beeld. In de rechtszaal wordt het steeds vaker gewoon een vermogensbestanddeel met een spoor.
Voor bonafide gebruikers betekent dat vooral één ding: documenteer herkomst, transacties en zakelijke reden.
Voor verdachten betekent het iets anders. Een seed phrase op papier kan genoeg zijn om een verborgen vermogen open te leggen.
Nederlandse rechters behandelen crypto niet als juridisch niemandsland. Ze behandelen het als geld met metadata.