Een beroep op
Dubai hield een Nederlandse
bitcoin claim niet buiten de rechtbank. Rechtbank Gelderland mag door met een zaak over €230.000 en 7,8
Bitcoin.
Dat blijkt uit het
vonnis in het bevoegdheidsincident, uitgesproken op 1 juli 2026 en gepubliceerd op 20 juli. De rechter keek nog niet naar de vraag wie gelijk heeft, maar alleen naar de vraag wie deze zaak mag behandelen.
Deck Holding wil uitleg over 7,8 bitcoin
De zaak draait om Deck Holding B.V. uit Oisterwijk. Het bedrijf stelt dat het begin 2023 in totaal €230.000 overmaakte naar een man die voor haar bitcoin zou kopen, beleggen en beheren.
Deck Holding eist in de hoofdzaak betaling van een bedrag gelijk aan de waarde van 7,8 bitcoin. Ook wil het bedrijf rekening en verantwoording over wat er met de crypto is gebeurd.
Dat betekent simpel gezegd: laat zien wat er is gekocht, waar het staat en welke transacties zijn gedaan.
Volgens Deck Holding werkte de man eerder voor DS Equipment, een inmiddels failliete dochtervennootschap. In die periode zou hij ook al in crypto hebben gehandeld voor DS Equipment.
Daarna zou Deck Holding zelf geld aan hem hebben verstrekt. De rechtbank noemt betalingen tussen 31 januari en 6 februari 2023.
Overzichten zouden zijn vervalst
Het conflict werd groter toen Deck Holding de bitcoin wilde laten overdragen aan een gelieerde onderneming. De gedaagde zou daaraan geen gehoor hebben gegeven.
Daarbovenop stelt Deck Holding dat financiële overzichten achteraf vervalst bleken. Het bedrijf wil daarom weten of de bitcoin echt is gekocht, is verkocht, is verduisterd of nooit is aangekocht.
De rechtbank heeft daar nog geen inhoudelijk oordeel over gegeven. Dat is belangrijk.
Dit vonnis gaat alleen over bevoegdheid. De echte behandeling van de claim komt later.
De rechter zegt nu niet: de bitcoin is weg door deze man. De rechter zegt: deze zaak mag hier worden behandeld.
Dubai-clausule helpt gedaagde niet
De gedaagde probeerde de zaak eerst buiten
Nederland te houden. Hij stelde dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft, omdat hij niet meer in Nederland woont.
Ook wees hij op een forumkeuze voor Dubai in een arbeidsovereenkomst met een onderneming uit Dubai. Mogelijk zou volgens hem ook Zwitserland in beeld zijn.
De rechtbank gaat daar niet in mee. De afspraak over Dubai hoort bij een andere rechtsverhouding, namelijk de arbeidsovereenkomst met die Dubai-onderneming.
Die afspraak bindt Deck Holding niet in deze bitcoinzaak. De claim van Deck Holding draait om de gestelde opdracht om bitcoin te kopen en te beheren.
Nederlandse aanknopingspunten wegen zwaar
De rechter ziet genoeg aanknopingspunten met Nederland. De gedaagde woonde volgens de rechtbank nog in Nederland toen de gestelde opdracht werd gesloten.
Ook werd het geld ontvangen op een Nederlandse bankrekening. Verder sluit de rechtbank niet uit dat mogelijk schadeveroorzakend handelen in Nederland plaatsvond.
Dat geeft de Nederlandse rechter ruimte om de zaak te behandelen.
Rechtsmacht klinkt technisch. Het betekent hier vooral: is deze rechter de juiste plek voor een conflict met buitenlandse elementen?
In dit geval zegt Rechtbank Gelderland: ja.
Beslagen blijven liggen
De gedaagde vroeg ook om gelegde beslagen op te heffen. Dat verzoek haalt het niet.
De reden is kort. Volgens de rechtbank is het verzoek niet toegelicht.
Daarmee blijven de proceslijnen helder. Het incident over bevoegdheid is verloren door de gedaagde. De hoofdzaak gaat verder.
De gedaagde mag nu nog inhoudelijk reageren op de vorderingen van Deck Holding.
Les voor crypto via tussenpersonen
Deze zaak raakt een bekend risico bij crypto-investeringen via anderen. Wie geld overmaakt aan een tussenpersoon, moet kunnen controleren wat daarna gebeurt.
Dat vraagt meer dan vertrouwen. Er zijn duidelijke afspraken nodig, controleerbare wallet-adressen en bewijs van transacties op de blockchain.
Zonder dat bewijs verandert een investering snel in een bewijsgevecht. Zeker als bedrijven, bankrekeningen, woonplaatsen en mogelijke forumkeuzes over meerdere landen lopen.
De uitspraak zegt nog niets over schuld of schade. Maar één punt staat vast: een Dubai-verweer is niet genoeg om deze Nederlandse bitcoinzaak weg te duwen.