Minstens vijf maanden wachten en maximaal €100.000 aan
AFM-behandelkosten. Dat is de rekening waar een cryptobedrijf in
Nederland bij een volledige
MiCA-vergunning mee te maken kan krijgen.
Daar kunnen kosten voor bestuurders- en aandeelhouderstoetsen nog bovenop komen. De oude DNB-registratie is bovendien geen alternatief meer: sinds 30 juni 2025 kan daarop niet meer worden teruggevallen.
AFM rekent zelfs in gunstigste geval op vijf maanden
De
AFM schrijft bij de CASP-procedure dat een vergunningsaanvraag enkele maanden kost.
De ervaring van de toezichthouder gaat verder.
Zelfs in het gunstigste geval moet een aanvrager volgens de AFM rekenen op minimaal vijf maanden.
Daarvoor moet het dossier compleet en inhoudelijk sterk zijn. Ook mogen de diensten niet uitzonderlijk complex of risicovol zijn en moeten grote organisatorische wijzigingen uitblijven.
In de praktijk duurt het volgens de AFM geregeld langer.
Wettelijke klok telt ongeveer 105 werkdagen
De formele procedure bestaat uit meerdere blokken.
Na ontvangst heeft de AFM vijf werkdagen om de aanvraag te bevestigen. Daarna volgt een volledigheidsfase van 25 werkdagen.
Ontbreekt informatie, dan krijgt het bedrijf doorgaans vijf tot twintig werkdagen om stukken aan te vullen.
Pas wanneer de aanvraag volledig is verklaard, begint de inhoudelijke beoordelingstermijn van 40 werkdagen.
De AFM omschrijft de totale wettelijke termijn als ongeveer 105 werkdagen, ruwweg vijf maanden.
Dat is geen garantie dat na precies 105 werkdagen een vergunning op tafel ligt. Aanpassingen en aanvullende vragen kunnen de feitelijke kalenderduur verlengen.
Eén tot drie gesprekken met toezichthouder mogelijk
Het proces verloopt ook niet volledig schriftelijk.
De AFM noemt de vergunningverlening expliciet een iteratief traject.
Afhankelijk van omvang en complexiteit verwacht de toezichthouder ongeveer één tot drie gesprekken met de aanvrager.
Bedrijven moeten daarbij snel aanvullende vragen kunnen beantwoorden.
De toezichthouder adviseert ondernemingen bovendien vooraf vast te stellen welke delen van
MiCA precies op hun bedrijfsmodel van toepassing zijn.
Een facultatieve pre-scan kan vóór de formele aanvraag worden gebruikt om problemen eerder zichtbaar te maken.
Alleen de behandeling kan al €100.000 kosten
Ook de rekening loopt snel op.
De
AFM rekent €200 per uur voor de behandeling van een CASP-vergunningaanvraag.
Daar geldt een maximum van €100.000 voor.
Dat plafond betekent niet dat iedere aanvraag €100.000 kost.
Hoeveel uren nodig zijn hangt onder meer af van de kwaliteit van het dossier, de risico's van het bedrijfsmodel en hoeveel aanvullende beoordeling nodig blijkt.
Bij een CASP-notificatie geldt eveneens €200 per uur, maar met een lager maximum van €50.000.
Bestuurderstoetsen kunnen daar bovenop komen
De €100.000 moet ook niet als volledige all-inprijs worden gelezen.
Bij een CASP-vergunning beoordeelt de AFM personen die het bedrijf besturen.
Voor een betrouwbaarheidstoets noemt de toezichthouder €700 per persoon.
De standaard geschiktheidstoets kost €2.900 per persoon.
Wie eerder door De Nederlandsche Bank is getoetst onder de oude AMLD5-registratie kan in bepaalde gevallen met een lager tarief te maken krijgen.
Daarnaast beoordeelt DNB aandeelhouders met een gekwalificeerde deelneming en kan DNB daarvoor afzonderlijk kosten rekenen.
Oude DNB-registratie werkt niet meer
Onder het oude Nederlandse regime lag de nadruk vooral op registratie onder antiwitwasregels.
Die route is afgesloten.
Ondernemersplein schrijft dat cryptobedrijven zich sinds 30 december 2024 niet meer nieuw bij DNB kunnen registreren.
Bestaande DNB-registraties verloren op 30 juni 2025 hun geldigheid als overgangsroute.
Een oude registratie geeft dus geen blijvend recht om dezelfde diensten onder MiCA voort te zetten.
AFM geeft vergunning, DNB kijkt mee
De rolverdeling tussen beide toezichthouders is veranderd.
DNB houdt volgens zijn
eigen MiCA-uitleg doorlopend prudentieel toezicht op CASP's.
Daarbij kijkt DNB naar financiële weerbaarheid.
DNB beoordeelt ook voorgenomen gekwalificeerde deelnemingen in zulke bedrijven.
Voor bepaalde stablecoin-uitgevers heeft de centrale bank daarnaast aparte toezichtstaken.
Niet iedere financiële partij doorloopt dezelfde vergunning
Er bestaat nog een belangrijke uitzondering.
Bepaalde ondernemingen die al een andere financiële vergunning hebben, hoeven voor specifieke gelijkwaardige cryptodiensten niet altijd een volledige nieuwe CASP-vergunning te doorlopen.
Onder artikel 60 van MiCA kunnen onder meer banken, beleggingsondernemingen en elektronischegeldinstellingen in bepaalde gevallen een CASP-notificatie gebruiken.
De
AFM noemt daarvoor expliciet verschillende categorieën bestaande financiële instellingen.
Dat is dus geen goedkopere route die ieder nieuw cryptobedrijf zelf kan kiezen.
De onderneming moet al onder een daarvoor geschikte bestaande vergunning vallen.
Vergunning uit ander EU-land kan toegang geven
MiCA creëert bovendien een Europese markt.
Een CASP hoeft niet in ieder EU-land opnieuw vanaf nul dezelfde vergunning aan te vragen.
Een vergunning van een bevoegde toezichthouder in een andere lidstaat kan via de Europese regels toegang tot andere EU-markten geven.
Dat verklaart waarom het Nederlandse cryptoregister niet uitsluitend partijen met een AFM-vergunning bevat.
Het register noemt ook aanbieders die via een andere Europese toezichthouder bevoegd zijn.
AFM-register wordt belangrijk controlemiddel
Consumenten kunnen dat controleren in het
cryptoregister van de AFM.
Daar staan CASP's met een vergunning of relevante notificatie van de AFM of een andere EU-toezichthouder.
Bij iedere partij staat ook welke activiteiten zij in Nederland mag verrichten.
Een naam die ontbreekt is niet automatisch bewijs van illegale dienstverlening.
Volgens de AFM kan een onderneming geen vergunning nodig hebben, kan een aanvraag nog lopen of kan er inderdaad sprake zijn van dienstverlening zonder de vereiste toestemming.
Het register is dus een controlemiddel, geen simpele lijst met “veilige” en “onveilige” bedrijven.
MiCA bestrijkt veel meer dan bewaren en wisselen
Ook de reikwijdte van de vergunning is groter dan onder de oude DNB-registratie.
MiCA onderscheidt onder meer:
- bewaring en beheer van crypto namens klanten;
- exploitatie van een handelsplatform;
- wisselen tussen crypto en geld of tussen verschillende cryptoactiva;
- orderuitvoering, advies, portefeuillebeheer en overdrachtsdiensten.
Dat betekent dat bedrijven eerst precies moeten bepalen welke diensten zij leveren.
Een verkeerde afbakening kan tijdens het vergunningstraject nieuwe vragen en wijzigingen veroorzaken.
Hogere drempel raakt kleinere aanbieders harder
Voor een internationale financiële groep is vijf maanden en een stevig toezichtbudget vervelend, maar beheersbaar.
Voor een kleine Nederlandse cryptobroker kan dezelfde procedure veel harder aankomen.
Naast AFM-kosten zijn er juridische adviseurs, compliancepersoneel, technische controles en tijd van bestuurders nodig.
Daarmee vergroot MiCA de toegangsdrempel tot de gereguleerde markt.
Voor gebruikers staat daar een breder toezichtskader tegenover dan bij de oude registratie.
De vergunning kijkt niet alleen naar antiwitwasregels, maar ook naar bestuur, bedrijfsvoering, klantbescherming en financiële eisen.
€100.000 is dus niet het volledige verhaal
De headline van de Nederlandse vergunningstoets is stevig genoeg: minimaal vijf maanden en maximaal €100.000 aan AFM-behandelkosten.
Maar de werkelijke rekening kan hoger uitvallen.
Bestuurderstoetsen en DNB-beoordelingen staan daar deels naast. En wanneer een dossier aanpassing nodig heeft, kan ook de doorlooptijd verder oplopen.
Voor nieuwe cryptobedrijven is de boodschap daardoor minder simpel dan “vraag een vergunning aan”.
Wie onder MiCA vanuit Nederland de markt op wil, moet vóór de eerste aanvraag al genoeg geld, mensen en documentatie hebben om maandenlang door een intensieve toezichtstoets te komen.