Nederlandse cryptoplatforms kunnen te maken krijgen met een nieuwe politieke discussie over hun verantwoordelijkheid voor risicovol klantgedrag. Een Kamer-motie vraagt de regering zich in te zetten voor een zorgplicht die lijkt op die van gokbedrijven.
Die regel bestaat nog niet. De motie van Tweede Kamerlid Sarah Dobbe werd op 23 september ingediend tijdens het Tweeminutendebat Kansspelen en staat op 29 september op de stemmingsagenda.
Motie trekt vergelijking met gokbedrijven
De tekst van de motie is kort, maar de inzet is duidelijk.
Dobbe verwijst naar onderzoek waarin overeenkomsten worden beschreven tussen gokken en bepaalde vormen van cryptohandel. Ook wijst zij op het verschil tussen de verplichtingen van gokbedrijven en die van cryptodienstverleners.
De regering wordt gevraagd zich ervoor in te zetten:
“een vergelijkbare zorgplicht in te stellen als die geldt voor gokbedrijven”
Dat is nog geen uitgewerkt voorstel voor stortingslimieten, handelsblokkades of verplichte waarschuwingen.
De motie schrijft ook niet voor welke toezichthouder zo'n systeem zou moeten uitvoeren.
Stemming moet nog plaatsvinden
Voor cryptobezitters verandert er daarom op dit moment niets.
Een motie vraagt de regering om actie of een beleidsrichting. Zij wijzigt op zichzelf geen wet.
De
Tweede Kamer heeft de stemming over deze motie gepland voor dinsdag 29 september. Pas daarna is duidelijk of een Kamermeerderheid de regering formeel oproept ermee aan de slag te gaan.
Zelfs bij aanneming zouden daarna nog keuzes nodig zijn over de juridische route en de precieze verplichtingen.
Onderzoek is genuanceerder dan ‘crypto is gokken’
De motie verwijst naar het rapport Risico's van crypto, dat Centerdata uitvoerde voor het ministerie van Financiën.
Dat onderzoek zegt niet dat iedere cryptobelegger zich gedraagt als een gokker.
Integendeel.
Ongeveer 10% van de volwassen Nederlanders bezat volgens het onderzoek crypto. Het grootste deel nam geen grote financiële risico's en vertoonde weinig gedrag dat op psychologische problemen wees.
Ongeveer 9% vertoonde meerdere gedragingen die mogelijk problematisch zijn. Dat aandeel was volgens het onderzoek niet significant hoger dan bij traditionele beleggers.
Minder dan 1% combineerde psychologisch problematisch gedrag met een financieel onverantwoorde inleg.
Dat maakt de vergelijking met gokken gerichter dan de formulering in de motie op het eerste gezicht suggereert.
Wel ziet onderzoek duidelijke overlap bij risicogedrag
Tegelijk vond Centerdata wel kenmerken die aan gokgedrag doen denken.
Sommige respondenten noemden “een gokje wagen” en spanning expliciet als reden om crypto te kopen. De markt is bovendien 24 uur per dag open en sterke koersbewegingen kunnen gebruikers voortdurend terugtrekken naar handelsapps.
Bij een kleine groep kan dat samengaan met loss chasing: verder handelen om eerdere verliezen terug te verdienen. Het onderzoek zag dat gedrag bij ongeveer 8% van de cryptobezitters.
Interviews met mensen die met verslavingsproblemen te maken hadden, lieten daarnaast zien dat sommigen cryptohandel als variant op andere gokactiviteiten ervaren.
Dat is de groep waarop het politieke voorstel vooral lijkt te mikken.
Onderzoekers noemden zorgplicht zelf als mogelijke route
De gedachte achter de motie komt rechtstreeks uit het slot van het Centerdata-rapport.
De onderzoekers schrijven dat het nuttig kan zijn te bekijken of delen van het beleid voor beleggen en gokken ook voor cryptodienstverleners kunnen gelden.
Daarbij wordt specifiek gewezen op de zorgplicht van kansspelaanbieders.
Het rapport waarschuwt ook voor een mogelijk waterbedeffect: wanneer gokregels op bepaalde punten strenger zijn dan cryptoregels, kunnen mensen met problematisch gedrag uitwijken naar cryptohandel.
Dat is een onderzoekssuggestie, geen vastgestelde voorspelling dat zo'n verschuiving op grote schaal plaatsvindt.
Gokbedrijven moeten actief ingrijpen
De zorgplicht in de kansspelsector gaat verder dan alleen een waarschuwing in kleine letters.
Vergunde online gokbedrijven moeten speelgedrag volgen en maatregelen nemen wanneer signalen wijzen op onmatig gokken of verslaving.
De Kansspelautoriteit noemt bijvoorbeeld een persoonlijk gesprek als ingrijpende interventie wanneer een aanbieder problematisch speelgedrag vermoedt.
Ook bestaan er regels rond verslavingspreventie, spelersbescherming en Cruks, het register waarmee mensen van deelname aan kansspelen kunnen worden uitgesloten.
Een vergelijkbaar systeem voor een
crypto-exchange zou dus verder kunnen gaan dan bestaande risicowaarschuwingen.
MiCA bevat al verplichtingen voor cryptobedrijven
De formulering dat cryptodienstverleners helemaal geen zorgplicht hebben, verdient daarom nuance.
Onder MiCA moeten vergunde aanbieders al eerlijk, billijk en professioneel handelen in het belang van hun klanten. Ook moeten zij duidelijke informatie en risicowaarschuwingen geven.
Voor advies en portefeuillebeheer gelden daarnaast geschiktheidstoetsen waarbij kennis, ervaring, risicotolerantie en financiële draagkracht van klanten worden meegenomen.
Wat ontbreekt, is vooral een even vergaande gedragsgerichte interventieplicht zoals bij online gokken.
Een normaal handelsplatform hoeft onder MiCA niet automatisch in te grijpen omdat een klant zeer vaak handelt, steeds grotere bedragen inzet of verliezen probeert terug te verdienen.
Precies daar richt de nieuwe politieke discussie zich op.
AFM waarschuwde al voor ontwerp van cryptoapps
Ook de Autoriteit Financiële Markten kijkt al langer naar dat probleem.
De
AFM onderzocht apps van drie Nederlandse cryptodienstverleners en zag verschillende ontwerpkeuzes die gebruikers kunnen aanzetten tot sneller of vaker handelen.
Het ging onder meer om pushmeldingen, lijsten met snel stijgende tokens, eenvoudige koopknoppen en functies waarmee hoge bedragen makkelijk kunnen worden ingevoerd.
De toezichthouder stelde destijds dat MiCA maar beperkte mogelijkheden biedt om zulke vormen van sturing aan te pakken.
Dat sluit aan op de vraag die nu in de Kamer ligt: moet bescherming verder gaan dan informatie verstrekken?
Nationale route is juridisch niet vanzelfsprekend
Een tweede probleem is waar zo'n nieuwe zorgplicht moet worden ingevoerd.
Minister van Financiën Eelco Heinen schreef in juli 2025 dat MiCA sterk op Europese harmonisatie is gericht. Cryptobedrijven met een vergunning in één EU-land kunnen via het Europese paspoort ook elders diensten aanbieden.
Daardoor kunnen puur Nederlandse aanvullende regels volgens het kabinet maar beperkt effectief zijn.
Heinen kondigde daarom aan zich in Europa in te zetten voor regels die dichter aansluiten bij MiFID II, het regime voor traditionele financiële diensten.
Dat systeem kent uitgebreidere eisen rond de behandeling en bescherming van beleggers.
De motie van Dobbe zegt alleen dat de regering zich voor een vergelijkbare zorgplicht moet inzetten. Ze bepaalt niet of dat via
Nederland of via Europese aanpassing van MiCA moet gebeuren.
Niet iedere cryptodienst leent zich voor hetzelfde model
Een eventuele uitwerking krijgt nog een tweede lastige vraag.
Cryptodiensten verschillen sterk.
Een klant die eens per jaar
Bitcoin koopt, vertoont ander gedrag dan iemand die dagelijks tientallen zeer beweeglijke tokens verhandelt.
Ook maakt het verschil of een platform alleen orders uitvoert, advies geeft of vermogen voor klanten beheert.
MiCA maakt nu al onderscheid tussen verschillende soorten diensten. Een toekomstige gedragsregel zou dus moeten bepalen wanneer een aanbieder moet signaleren en wanneer daadwerkelijk ingrijpen gerechtvaardigd is.
29 september is de eerstvolgende stap
De motie maakt van
Ethereum of Bitcoin geen kansspel.
De Nederlandse overheid stelde eerder juist expliciet dat crypto juridisch niet automatisch als gokken kan worden aangemerkt. De waarde ontstaat via vraag en aanbod en voldoet daarmee niet zonder meer aan de wettelijke definitie van een kansspel.
De politieke discussie gaat over iets anders: moet de bescherming tegen problematisch handelsgedrag meer gaan lijken op de bescherming tegen problematisch gokken?
Daarover is nog geen besluit genomen.
Op 29 september volgt eerst de stemming over de motie. Daarna moet blijken of de regering daadwerkelijk wordt gevraagd een nieuwe route voor cryptodienstverleners uit te werken.