Wie de stroom aan toezichtnieuws volgt, kan makkelijk denken dat crypto in
Nederland en België langzaam wordt dichtgeregeld. Dat beeld klopt maar half. Een algemeen verbod op crypto ligt er niet. Wat er wél gebeurt, is dat Europa via MiCA steeds preciezer bepaalt welke partijen crypto mogen aanbieden, welke informatie zij moeten publiceren, en voor welke typen tokens extra eisen gelden. Daardoor wordt niet heel crypto “verboden”, maar kunnen bepaalde munten, stablecoins en diensten wel lastiger verkrijgbaar worden of zelfs verdwijnen van gereguleerde platforms.
Voor Nederland is dat zichtbaar in
het AFM-cryptoregister, dat vergunde crypto-asset service providers en relevante notificaties bundelt. In België heeft de FSMA de MiCA-uitwerking inmiddels ook verankerd in nationale wetgeving en publiceerde zij begin 2026 nieuwe instructies voor witboeken en marketing rond cryptoactiva. Dat wijst niet op een totaalverbod, maar juist op een verschuiving van “wildwest” naar vergunningen, toezicht en productselectie.
Het korte antwoord: crypto wordt niet verboden
De kern van MiCA is niet dat crypto wordt afgeschaft, maar dat aanbieders en uitgevers onder uniforme EU-regels vallen. De AFM noemt MiCA expliciet het eerste Europese wetgevingspakket voor het reguleren van crypto’s en crypto-gerelateerde diensten. Ook
de FSMA legt uit dat MiCA regels invoert voor de aanbieding aan het publiek, toelating tot de handel, vergunningverlening aan cryptoaanbieders en toezicht op marktmisbruik. Dat is een reguleringskader, geen verbodswet.
Voor Nederlandse gebruikers betekent dat vooral: kijk niet alleen naar de coin, maar ook naar het platform. Een coin kan in theorie bestaan en verhandelbaar blijven op wereldschaal, terwijl jouw toegang in Nederland of België beperkter wordt als een aanbieder geen vergunning heeft, bepaalde documentatie mist of een specifieke dienst niet meer onder de regels past. De AFM en FSMA richten zich juist sterk op aanbieders van cryptoactivadiensten, niet alleen op de tokens zelf.
Welke crypto’s lopen het minste risico?
De tokens met het laagste directe regelgevingsrisico voor doorsnee NL/BE-gebruikers zijn grofweg de grote, niet-stablecoin crypto’s zoals Bitcoin en Ethereum. Niet omdat ze “vrijgesteld” zijn van alle regels, maar omdat het huidige toezicht vooral extra scherp is op aanbieders, witboeken, marketing en op specifieke categorieën zoals stablecoins. Voor “andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens” heeft de FSMA in januari 2026 juist aparte kennisgevingsregels voor witboeken en documentatie uitgewerkt. Dat suggereert niet dat zulke tokens verdwijnen, maar dat hun aanbieders aan transparantie- en publicatieverplichtingen moeten voldoen.
Met andere woorden: Bitcoin of Ethereum zijn niet de logische eerste slachtoffers van een “verbodsnarratief”. Wat verandert, is eerder de route ernaartoe: via welke partij je koopt, welke informatie je krijgt en of het platform volledig MiCA-proof opereert. Dat volgt uit het vergunningen- en toezichtskader van de AFM en FSMA.
Welke crypto’s worden het eerst geraakt? Vooral stablecoins
De duidelijkste risicocategorie zijn stablecoins. DNB maakt onder MiCA expliciet onderscheid tussen twee typen: e-money tokens (EMT’s), die aan één officiële valuta zijn gekoppeld, en asset-referenced tokens (ART’s), die naar één of meer andere activa refereren. Voor juist deze categorieën gelden zwaardere eisen. De EBA houdt bovendien direct toezicht op “significant” verklaarde ART’s en EMT’s op EU-niveau.
De praktische impact voor gebruikers zit vooral bij EMT’s die ook als betaaldienst worden gebruikt. DNB schrijft dat een CASP mogelijk óók een aanvullende PSD2-vergunning nodig heeft als het bepaalde betaaldiensten rond EMT’s wil aanbieden vanaf 1 maart 2026. De EBA adviseerde nationale toezichthouders op 12 februari 2026 bovendien dat CASP’s die niet aan bepaalde voorwaarden voldoen, zulke EMT-diensten na 2 maart 2026 moeten staken. Dat is geen verbod op alle stablecoins, maar wel een harde aanwijzing dat sommige stablecoin-functies of aanbieders kunnen wegvallen.
Dat is ook waarom juist stablecoins de eerste categorie zijn waar gebruikers in Europa delistings, beperkingen of functiewijzigingen kunnen merken. Een actueel voorbeeld: Kraken meldde deze maand dat in de EEA meerdere stablecoins nu zijn gedelist, waaronder USDT, DAI, PYUSD, RLUSD, UST en EURT, om compliant te blijven. Dat is een bedrijfsbesluit van één platform, geen EU-verbod op die tokens overal, maar het laat wel zien welke kant het op kan gaan voor niet- of lastig-conforme stablecoins op gereguleerde Europese venues.
Welke tokens en diensten kunnen nog meer geraakt worden?
De tweede risicolaag zit bij tokens of projecten waarvan de documentatie, marketing of toelating niet goed aansluit op MiCA. De FSMA zegt expliciet dat aanbieders van andere cryptoactiva dan ART’s en EMT’s hun witboeken op hun website moeten publiceren vóór aanbieding of toelating tot de handel, en dat ook reclame-uitingen in bepaalde gevallen aan de FSMA moeten worden gemeld. Bij significante nieuwe factoren of materiële fouten moeten witboeken en eventueel reclame worden aangepast. Projecten of listings die daar niet netjes doorheen komen, lopen dus eerder tegen distributieproblemen aan.
De derde laag zit bij de aanbieder zelf. Als een exchange of broker geen vergunning heeft, geen notificatie heeft, of aanvullende vergunningen mist voor specifieke betaaldiensten, dan kan dat platform bepaalde producten beperken of uitfaseren voor NL/BE-klanten. In Nederland is dat concreet zichtbaar doordat de AFM een publiek cryptoregister bijhoudt voor vergunde en genotificeerde partijen. Voor lezers is dat waarschijnlijk relevanter dan de vraag of “coin X verboden wordt”.
En hoe zit het met banken?
Bij banken moet je onderscheid maken tussen twee dingen: direct cryptobezit en betalingsverkeer rond crypto. De bronnen die ik heb bekeken wijzen niet op een algemeen Nederlands of Belgisch bankverbod op crypto als activaklasse. Wat wél duidelijk is, is dat de interactie tussen stablecoins en betaaldiensten strenger wordt. DNB en de EBA leggen daar vanaf maart 2026 extra nadruk op via PSD2-vereisten voor bepaalde EMT-diensten. Daardoor kunnen banken, betaalpartners en gereguleerde platforms voorzichtiger worden met specifieke stablecoin-betaalfunctionaliteiten.
De juiste kop is dus niet: “banken verbieden crypto”. De betere, zuivere formulering is: banken en platforms kunnen bepaalde crypto-betaalroutes of stablecoin-diensten beperken zodra vergunningen, witboeken of betaaldienstregels niet op orde zijn. Dat is juridisch veel sterker en sluit beter aan op de primaire bronnen.
Wat merken Nederlandse en Belgische gebruikers hier concreet van?
Voor de meeste gebruikers in Nederland en België zijn dit de vier meest tastbare gevolgen:
- Eén: je kunt merken dat sommige stablecoins verdwijnen uit het aanbod van Europese platforms of alleen nog beperkt bruikbaar zijn. Kraken’s EEA-lijst is daar een zichtbaar voorbeeld van.
- Twee: je moet beter letten op waar je koopt. Een MiCA-vergund of genotificeerd platform krijgt meer gewicht. In Nederland kun je dat checken via het AFM-cryptoregister.
- Drie: kleinere of nieuwe tokens kunnen meer documentatie, witboek- en marketingvereisten krijgen voordat ze netjes aan Europese gebruikers mogen worden aangeboden. De FSMA heeft die procedures begin 2026 nog eens expliciet uitgewerkt.
- Vier: stablecoin-betalingen en aanverwante diensten kunnen eerder wijzigen dan pure spot trading in grote coins. Dat volgt uit de aparte DNB- en EBA-lijn rond EMT’s en PSD2.