Een
digitale euro kan volgens voormalig CFTC-voorzitter J. Christopher Giancarlo uitgroeien tot een middel waarmee overheden financieel gedrag volgen. De
ECB zegt precies het tegenovergestelde: het ontwerp moet online betalingen afschermen en offline zelfs privacy bieden die vergelijkbaar is met contant geld.
Daarmee draait het debat niet alleen om digitaal centralebankgeld. Voor Nederlandse en Belgische gebruikers is de hardere vraag wie uiteindelijk kan zien wie betaalt, wat wordt gekocht en wanneer autoriteiten toegang tot die informatie kunnen krijgen.
Giancarlo vreest macht achter digitaal centralebankgeld
Giancarlo uit zijn kritiek in een
interview met MoneyWeek, dat op 11 oktober online verscheen.
De voormalig voorzitter van de Amerikaanse CFTC stelt dat een overheid niet zomaar inzicht zou moeten hebben in het financiële gedrag van burgers. Hij zet de Europese digitale euro daarbij tegenover zijn eigen visie op digitaal centralebankgeld met sterke privacywaarborgen.
Zijn uitspraak is stevig, maar vormt geen technische demonstratie dat de ECB straks iedere betaling aan een herkenbare burger kan koppelen.
Daarvoor moet naar het daadwerkelijke ontwerp worden gekeken.
Offline betaling moet dicht bij cash komen
De ECB maakt daarbij een
duidelijk onderscheid tussen online en offline gebruik.
Bij een offline digitale-eurobetaling zouden de persoonlijke transactiegegevens alleen bekend zijn bij betaler en ontvanger. De bank, ECB en nationale centrale banken zouden niet kunnen zien wat met die offline digitale euro's wordt betaald.
Er blijft wel een koppeling met het gereguleerde financiële systeem.
Wanneer iemand digitale euro's op een apparaat zet of er weer vanaf haalt, voert de betaaldienstverlener controles uit. Dat lijkt op de huidige situatie waarin een bank weet dat iemand contant geld opneemt, maar niet ziet waar dat bankbiljet daarna wordt uitgegeven.
Online is niet hetzelfde als anoniem
Voor online betalingen ligt de privacygrens anders.
De ECB zegt dat het Eurosysteem de betaler en ontvanger niet rechtstreeks zou kunnen identificeren. De centrale bank zou versleutelde of gepseudonimiseerde codes en noodzakelijke transactiegegevens verwerken.
De bank of andere betaaldienstverlener van de gebruiker kan de persoon wél identificeren.
Dat is nodig voor bestaande verplichtingen rond onder meer antiwitwascontroles en bestrijding van terrorismefinanciering. Volgens de
Europese Commissie zou dat bij online betalingen vergelijkbaar zijn met de informatiepositie van banken bij huidig digitaal betalingsverkeer.
Volledige anonimiteit is dus niet wat de ECB voor online gebruik belooft.
ECB zou identiteit niet rechtstreeks kunnen koppelen
Daar zit het belangrijkste verschil met Giancarlo's waarschuwing.
De ECB stelt dat zijzelf en de nationale centrale banken geen database krijgen waarin naam, identiteit en individuele betaling rechtstreeks naast elkaar staan.
Bij online gebruik ziet het Eurosysteem volgens het ontwerp codes die betaler en ontvanger vertegenwoordigen. Alleen hun eigen betaaldienstverleners kunnen die codes aan hun identiteit koppelen.
Dat maakt het systeem niet gegevensvrij.
Het verdeelt de informatie juist over verschillende partijen, zodat één centrale instelling niet zelfstandig de volledige betalingsgeschiedenis aan een persoon kan koppelen.
Privacybelofte staat nog niet volledig vast
De verdediging van de ECB heeft zelf ook een grens.
Het systeem draait nog niet voor het grote publiek. De privacyclaims beschrijven daarom hoe de digitale euro volgens de huidige technische en juridische plannen zou moeten functioneren.
De uiteindelijke regels worden bovendien niet uitsluitend door de ECB bepaald.
De Europese regelgeving moet onder meer vastleggen hoe privacy, gegevensverwerking, antiwitwasregels en gebruik van de digitale euro worden geregeld. Pas daarna neemt de ECB een definitief besluit over eventuele uitgifte.
Dat maakt onafhankelijke controle van de uiteindelijke uitvoering belangrijker dan alleen de huidige belofte op een ECB-webpagina.
Project beweegt wel richting praktijktest
Die test komt dichterbij.
Het project zit sinds november 2025 in een nieuwe fase. De ECB heeft 36 betaaldienstverleners geselecteerd voor een pilot die in de tweede helft van 2027 moet beginnen en twaalf maanden duurt.
Daarin worden onder meer betalingen in winkels en tussen personen getest.
De ECB mikt op technische gereedheid voor een mogelijke eerste uitgifte in 2029. Dat tijdpad veronderstelt wel dat het Europese regelgevingsproces wordt afgerond.
Er bestaat dus nog geen digitale euro die Nederlanders of Belgen vandaag kunnen gebruiken.
Banken blijven een belangrijke informatiehouder
Zelfs wanneer het ECB-ontwerp technisch doet wat wordt beloofd, verdwijnt financiële controle niet volledig.
De bank van een gebruiker moet bij online betalingen nog steeds voldoende informatie verwerken om aan wettelijke verplichtingen te voldoen.
De digitale euro verschilt op dat punt van contant geld.
Cash kan na opname buiten het zicht van de bank van hand tot hand gaan. Bij de offline digitale euro probeert de ECB die eigenschap gedeeltelijk digitaal na te bootsen. Online blijft identificatie bij de betaaldienstverlener mogelijk.
Dat is een concretere privacyvraag dan alleen bepalen of de munt wel of geen “surveillancemiddel” is.
Private betaalbedrijven verdienen dezelfde controle
De vergelijking hoort bovendien niet te stoppen bij cash versus centralebankgeld.
Banken, kaartbedrijven en andere digitale betaaldiensten verwerken nu al transactiegegevens. Bij sommige commerciële diensten kunnen betaalgegevens daarnaast waarde hebben voor fraudedetectie, profilering of andere diensten, afhankelijk van de regels en toestemming.
De ECB zegt bij de digitale euro geen persoonsgegevens commercieel te zullen gebruiken. Banken zouden voor commercieel gebruik expliciete toestemming nodig hebben.
Daarmee ontstaat een bruikbaardere meetlat: niet alleen wie het geld uitgeeft, maar welke partij welke betaaldata krijgt en wat zij ermee mag doen.
Uiteindelijk beslist de verdeling van toegang
Giancarlo stelt daarmee een legitieme vraag over macht, maar zijn etiket alleen beantwoordt haar niet.
De ECB heeft een ontwerp gekozen waarin offline betalingen zo dicht mogelijk bij cashprivacy moeten komen en waarin het Eurosysteem online geen directe identiteit bij betalingen ziet. Tegelijk blijven banken bij online gebruik in staat klanten te identificeren voor wettelijke controles.
Voor gebruikers telt uiteindelijk wat daarvan juridisch en technisch overeind blijft zodra het systeem echt draait.
Niet het woord “digitaal” bepaalt of de euro een surveillancemiddel wordt. Het beslissende punt is wie de sleutel bezit waarmee betaalgegevens weer aan een persoon kunnen worden gekoppeld — en onder welke voorwaarden die sleutel mag worden gebruikt.