Nederland belasting Box 3 (1)

Fiscalist waarschuwt: vermogenswinstbelasting kan verkoop juist jarenlang uitstellen

Europa•
Belasting betalen zodra je verkoopt klinkt eenvoudiger dan ieder jaar afrekenen over een koerswinst die nog niet is verzilverd. Fiscalist Sonja Dusarduijn ziet juist daar een nieuw probleem ontstaan.
Wie zelf het belastingmoment kan uitstellen door een belegging niet te verkopen, krijgt volgens haar een financiële prikkel om dat zo lang mogelijk te doen.
Het kabinet wil vanaf 2028 juist sneller richting een vermogenswinstbelasting in box 3.
Daarmee botsen twee belangen: belasting heffen wanneer geld beschikbaar komt, of voorkomen dat vermogenden jarenlang zelf bepalen wanneer de rekening verschijnt.

Verkoop bepaalt straks mogelijk het belastingmoment

Bij een vermogensaanwasbelasting worden waardestijgingen in beginsel jaarlijks meegenomen.
Een vermogenswinstbelasting wacht met heffen totdat de winst wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld door verkoop.
Dusarduijn waarschuwt in haar column van 26 oktober voor het gedragseffect daarvan.
Wie een belegging met veel koerswinst blijft vasthouden, kan het belastingmoment uitstellen.
Dat kan jaren duren.

Geen verkoop betekent mogelijk geen directe heffing over de koerswinst

Neem een belegging die van €100.000 naar €150.000 stijgt.
Onder een jaarlijkse aanwasbenadering kan die €50.000 waardestijging al meetellen voordat de belegging wordt verkocht.
Bij een zuivere vermogenswinstbelasting wordt de koerswinst pas relevant zodra die wordt gerealiseerd.
Wie niet verkoopt, schuift die heffing dus vooruit.
Dat maakt de keuze om wel of niet te verkopen ook een fiscale beslissing.

Dusarduijn vreest producten die uitstel aantrekkelijk maken

Daar zit volgens de fiscalist het zwakke punt.
Financiële producten kunnen zo worden ingericht dat het rendement vooral bestaat uit waardestijging en weinig uit directe uitkeringen.
Zolang die stijging niet wordt gerealiseerd, kan belasting worden doorgeschoven.
Dusarduijn verwijst daarbij naar een ouder probleem in het Nederlandse belastingstelsel.
Ook vóór de huidige box 3-systematiek konden beleggers producten kiezen waarbij rendement vooral als onbelaste koersgroei ontstond.
Volgens haar dreigt een deel van die prikkel terug te keren.

Zij verwerpt het begrip ‘papieren winst’

Een belangrijk deel van het politieke debat draait om ongerealiseerde koerswinsten.
Tegenstanders van jaarlijkse heffing spreken vaak over belasting op papieren winst.
Dusarduijn vindt die kwalificatie misleidend.
Volgens haar vergroot een waardestijging ook vóór verkoop de financiële draagkracht van de eigenaar.
Een portefeuille van €150.000 geeft economisch meer mogelijkheden dan dezelfde portefeuille toen die €100.000 waard was.
Dat is een fiscaal standpunt.
Het betekent niet dat die extra €50.000 automatisch als cash beschikbaar is om belasting te betalen.

Daar zit juist het sterkste argument vóór heffing bij verkoop

De tegenwerping tegen Dusarduijn is duidelijk.
Een ongerealiseerde winst kan weer verdwijnen.
Een aandeel dat in december €150.000 waard is, kan enkele maanden later terugvallen naar €110.000.
Wie al belasting heeft betaald over de eerdere stijging, kan daardoor liquiditeitsproblemen ervaren.
Bij belasting op gerealiseerde winst is dat probleem kleiner.
De verkoop levert normaal gesproken geld op waarmee ook de belasting kan worden betaald.
Dat maakt een vermogenswinstbelasting voor veel beleggers intuïtiever.

Maar liquiditeitsgemak heeft een prijs

Die praktische aantrekkingskracht verandert het gedragseffect niet.
Wanneer verkoop de rekening activeert, ontstaat automatisch een reden om niet te verkopen.
In de fiscale literatuur wordt dat vaak een lock-in-effect genoemd.
Een belegger kan een economisch minder aantrekkelijke positie toch langer vasthouden omdat verkoop meteen belasting veroorzaakt.
Belastingregels beïnvloeden dan niet alleen hoeveel iemand betaalt.
Ze beïnvloeden ook wanneer iemand vermogen herschikt.

Administratie wordt belangrijker naarmate bezit langer blijft staan

Dusarduijn wijst daarnaast op een tweede probleem.
Bij een belasting die pas jaren later wordt berekend, moet bekend blijven wat iemand oorspronkelijk heeft betaald en welke stortingen of onttrekkingen daarna plaatsvonden.
Dat kan eenvoudig zijn bij een aandeel dat via één broker wordt gekocht en verkocht.
Het wordt lastiger wanneer bezit tientallen jaren meegaat, tussen aanbieders verhuist of uit veel transacties bestaat.
Voor crypto kan die administratie nog ingewikkelder zijn.
Coins kunnen tussen exchanges en eigen wallets bewegen zonder dat iedere transfer een verkoop is.
Een storting naar een andere wallet verandert de kostprijs niet automatisch.

Uitstel kan volgens Dusarduijn zelfs afstel worden

De fiscalist gaat verder dan alleen timing.
Wanneer historische gegevens ontbreken of niet goed worden bijgehouden, vreest zij dat een deel van de belastbare winst uiteindelijk moeilijk vast te stellen wordt.
Dan kan belastinguitstel volgens haar omslaan in gemiste belastingopbrengst.
Dat is een risico-inschatting.
Het staat niet vast dat een toekomstige vermogenswinstbelasting daadwerkelijk tot grootschalig verlies van belastinginkomsten leidt.
De uiteindelijke administratieplicht en gegevensrapportage worden daarbij bepalend.

Kabinet kiest juist voor versnelling

Het kabinet maakt een andere afweging.
Premier Rob Jetten zei op 2 oktober dat het kabinet via een novelle zoveel mogelijk vermogen onder een vermogenswinstbelasting wil brengen.
De ministerraad stelde die novelle vast en vroeg spoedadvies aan de Raad van State.
De geplande ingangsdatum blijft 1 januari 2028.
Dat is een doel.
Het is nog geen definitief geldende belastingregel.

Jetten erkent zelf de tijdsdruk

Een week later verdedigde Jetten het tempo opnieuw.
Volgens hem wil het kabinet tegemoetkomen aan de politieke en maatschappelijke wens om de vermogenswinstbelasting in 2028 te laten beginnen.
Hij erkende tegelijk dat het proces onder grote tijdsdruk plaatsvindt.
Dat sluit direct aan bij een tweede punt van Dusarduijn.
Zij bekritiseert niet alleen de gekozen belastingvorm, maar ook de snelheid waarmee het stelsel wordt aangepast.

De snelle route geldt niet automatisch voor directe crypto

Voor cryptobezitters zit hier een belangrijke beperking.
In het Kamerdebat over de novelle zei staatssecretaris Eerenberg dat de snelle uitbreiding naar vermogenswinstbelasting primair via waardepapieren loopt.
Direct aangehouden crypto valt daar volgens hem niet zomaar onder.
Hij noemde crypto als onderdeel van de categorieën die pas in het bredere vervolgtraject richting 2030 kunnen worden meegenomen.
Dat betekent dat “box 3 gaat in 2028 naar belasting bij verkoop” voor directe crypto te algemeen is.

Een crypto-ETF kan daardoor anders uitpakken dan directe bitcoin

Die knip kan opvallende verschillen veroorzaken.
Een beursgenoteerd financieel product met bitcoin als onderliggende waarde kan juridisch een waardepapier zijn.
Direct aangehouden bitcoin is dat niet automatisch binnen deze fiscale route.
Staatssecretaris Eerenberg erkende in het Kamerdebat dat zo'n verschil gedragseffecten kan opleveren.
Voor beleggers wordt de juridische vorm van hun blootstelling daardoor mogelijk net zo belangrijk als de economische blootstelling zelf.

De regels van vandaag veranderen nog niet

Voor de belastingaangifte van nu geldt die toekomstige discussie niet.
De Belastingdienst werkt voorlopig met het fictieve rendement.
Is het werkelijke rendement lager, dan kan de tegenbewijsregeling gunstiger uitpakken.
Daarbij kijkt de Belastingdienst niet alleen naar verkochte bezittingen.
Ook waardestijgingen en waardedalingen gedurende het kalenderjaar tellen mee.

Crypto aanhouden betekent nu dus niet dat koerswinst verdwijnt

Dat punt is voor cryptobezitters praktisch belangrijk.
Wie bitcoin of een andere munt een heel jaar vasthoudt zonder te verkopen, kan onder de berekening van werkelijk rendement nog steeds een waardestijging hebben.
De Belastingdienst kijkt bij crypto onder meer naar de waarde aan het begin en einde van het jaar.
Aan- en verkopen worden vervolgens meegenomen om het werkelijke rendement te bepalen.
Niet verkopen is onder de huidige tegenbewijsregeling dus geen simpele methode om koerswinst buiten beeld te houden.

Twee stelsels moeten daarom niet worden gemengd

Er lopen nu eigenlijk drie discussies door elkaar.
De huidige box 3-regels gelden vandaag.
Het reeds behandelde nieuwe stelsel mikt op 2028.
En het kabinet probeert daar via een novelle alsnog meer vermogensbestanddelen richting belasting bij realisatie te schuiven.
Wie die fases door elkaar haalt, kan makkelijk verkeerde conclusies trekken.
Vooral voor crypto is dat risico groot.

Dusarduijn raakt wel een fundamenteel probleem

De kritiek van Dusarduijn gaat uiteindelijk verder dan de vraag welke belegging in 2028 onder welke methode valt.
Ze wijst op een mechanisme dat bij iedere vermogenswinstbelasting bestaat.
Als verkoop het belastingmoment bepaalt, bezit de belastingplichtige enige controle over dat moment.
Dat kan rationeel gedrag veranderen.
Het kabinet accepteert dat risico omdat belasting bij realisatie ook duidelijke voordelen heeft, waaronder een betere aansluiting tussen belasting en beschikbare cash.
De politieke keuze gaat dus niet tussen een stelsel mét en zonder nadelen.
Ze gaat over welk nadeel zwaarder weegt.
Belasting heffen over winst die nog niet is verkocht.
Of beleggers toestaan de belastingrekening door niet te verkopen jarenlang vooruit te schuiven.

Stop met te veel betalen voor je crypto. Bij de Amsterdamse exchange Finst handel je tegen de laagste tarieven van Nederland, zonder verborgen kosten.

👀 Bekijk Finst nu ›

Let op: Beleggen in crypto brengt risico’s met zich mee. Handel alleen met geld dat u kunt missen.

Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading