Europa staat voor een cruciale keuze in het betalingsverkeer. Piero Cipollone, lid van de directie van de
Europese Centrale Bank (ECB), hamert erop dat het continent het zich niet kan permitteren om het
digitale euro-project uit te stellen.
In
een recent interview met El País (22 januari 2026) legt hij uit waarom: het gebruik van contant geld is in 2024 gedaald tot slechts 24% van de waarde van dagelijkse transacties, tegenover 40% vijf jaar eerder. Dat is een snelle verschuiving die de
ECB dwingt om mee te bewegen.
Contant geld verdwijnt razendsnel uit het dagelijks gebruik
Tien jaar geleden was cash nog koning voor bijna alle consumentenbetalingen. Nu domineert e-commerce meer dan een derde van de transactiewaarde, maar centraal bankgeld – ons vertrouwde euro-geld – speelt daar geen rol. Cipollone zegt:
"We bieden contant geld aan voor de detailhandel, maar dat dekt niet langer alle behoeften. Het kan niet gebruikt worden voor digitale betalingen."
Dit is geen stabiele trend, maar een fundamentele verandering door technologie. De
ECB ziet de
digitale euro als een logische aanvulling: publiek geld in digitale vorm, naast biljetten en munten.
De technische voorbereidingen zijn al afgerond. In oktober 2025 sloot de
ECB de tweejarige voorbereidingsfase succesvol. Christine Lagarde zei toen duidelijk:
"We hebben ons werk gedaan."
Nu ligt de bal bij de EU-wetgevers om de wetgeving rond te krijgen. Cipollone mikt op proeftransacties medio 2027 en mogelijke uitgifte in 2029, mits alles dit jaar groen licht krijgt.
Private alternatieven volstaan niet in een gespannen wereld
De
ECB heeft voorstellen van Europarlementariërs afgewezen om te wachten tot de private sector met pan-Europese oplossingen komt. Cipollone erkent dat de bank al jaren aandringt op zulke initiatieven en ze verwelkomt, maar hij is duidelijk: private partijen lossen het probleem niet op.
Geopolitieke spanningen maken buitenlandse afhankelijkheid riskant. Recente voorbeelden tonen hoe betalingsinfrastructuur als wapen gebruikt kan worden – denk aan blokkades via Visa en Mastercard. Cipollone gaat verder met:
"Al deze potentiële geopolitieke spanningen en het misbruik van instrumenten verhogen het risiconiveau."
De
digitale euro zou een open standaard creëren: elke handelaar die nu digitale betalingen accepteert, moet hem ook accepteren als wettig betaalmiddel. Dat stimuleert juist private innovatie op een Europese basis, in plaats van afhankelijkheid van niet-Europese tech.
Geopolitiek legt kwetsbaarheden bloot
De urgentie groeit door wereldwijde onrust. Cipollone verwijst naar gevallen waarbij internationale kaartsystemen betalingen blokkeerden, zoals bij rechters van het Internationaal Strafhof. Met een
digitale euro hadden die mensen in de hele eurozone kunnen blijven betalen.
Ook een open brief van zo'n 70 Europese economen begin januari waarschuwt: 13 eurolanden zijn volledig afhankelijk van Amerikaanse systemen voor simpele winkeltransacties. Dat stelt burgers, bedrijven en overheden bloot voor externe druk en risico's.
Cipollone noemt de
digitale euro geen puur defensief wapen, maar een noodzakelijke aanpassing. Het gaat om soevereiniteit in betalingen: volledig Europees gecontroleerd, gebouwd op eigen technologie.
Wat betekent dit voor de bredere markt?
Terwijl de
ECB pusht voor snelheid, volgt de euro een eigen dynamiek. De munt is dit jaar al 2% gestegen ten opzichte van de dollar en tikte zelfs even boven $1,20 – voor het eerst sinds 2021.
ECB-leden als François Villeroy de Galhau houden de stijging scherp in de gaten, omdat een sterkere euro de inflatie verder kan drukken (die nu net onder 2% hangt). Dat kan meespelen in toekomstige rentebeslissingen, al benadrukken ze dat ze geen wisselkoers nastreven.
De
digitale euro komt niet in een vacuüm. Met dalend cash-gebruik en groeiende geopolitieke risico's wordt het een tool voor veerkracht.
Cipollone's boodschap is helder: wachten op private oplossingen is geen optie meer. Europa moet nu bouwen aan een eigen, digitaal publiek betaalsysteem – voordat externe krachten de agenda bepalen.