DNB heeft op 5 mei een nieuw Eurosysteemrapport gedeeld over versterking van het macroprudentiële toezicht op niet-bancaire financiële intermediatie, de zogeheten NBFI-sector. Volgens DNB moet dat toezichthouders beter zicht geven op risico’s voor de financiële stabiliteit en helpen om die risico’s effectiever aan te pakken. Een deel van de voorstellen vraagt nog om aanpassing van Europese wetgeving en verdere internationale afstemming.
Op papier gaat dat vooral over non-banks zoals fondsen, beleggingsondernemingen en andere financiële spelers buiten het klassieke bankmodel. Toch is het bericht ook relevant voor crypto. DNB plaatste het nieuwsbericht namelijk nadrukkelijk ook onder de sector “Aanbieders cryptodiensten”, naast onder meer beleggingsinstellingen en verzekeraars.
Daarmee
zegt DNB nog niet dat cryptobedrijven direct met nieuwe verplichtingen te maken krijgen. Die conclusie zou te ver gaan. De betekenis zit voorlopig vooral in de richting: crypto belandt steeds minder in een apart hoekje van de financiële markt en schuift steeds vaker mee in bredere toezichtsvragen over verwevenheid, data, liquiditeit en systeemrisico.
Eurosysteem wil bredere risicoperimeter
Het ECB-rapport achter DNB’s bericht is daar helder over. Het Eurosysteem schrijft dat non-bank financial intermediation voordelen heeft voor de economie, maar ook kwetsbaarheden kan opbouwen die systeemrisico veroorzaken, vooral bij leverage, liquiditeitsmismatch en verwevenheid met andere delen van het financiële stelsel. Ook stelt het dat monitoring nu nog gefragmenteerd is en dat een consistenter Europees raamwerk nodig is.
Belangrijker nog: het rapport wil de risicoperimeter breder volgen dan alleen de traditionele set gereguleerde fondsen. Het noemt expliciet dat toezicht ook moet kijken naar activiteiten buiten de bestaande perimeter, en dat systeemrisico zowel vanuit entiteiten als vanuit activiteiten benaderd moet worden. Dat is precies het soort formulering waardoor ook nieuwe marktstructuren sneller in beeld kunnen komen zodra zij groot of verweven genoeg worden.
Crypto wordt in het ECB-document zelf niet apart genoemd. Juist dat maakt de ontwikkeling interessant. Het verhaal is niet dat het Eurosysteem nu een speciale cryptoactie aankondigt, maar dat het een bredere toezichtslens bouwt waarin crypto door zijn koppelingen met reguliere markten makkelijker meeschuift.
AFM zag deze beweging al aankomen
Die lezing sluit aan op eerdere signalen van de AFM. In Trendzicht 2026
schrijft de toezichthouder dat markten voor crypto en stablecoins aan invloed winnen en dat de verwevenheid tussen cryptomarkten en de traditionele financiële sector naar verwachting verder toeneemt. Daarmee groeit volgens de AFM ook de kans dat risico’s uit de cryptowereld kunnen overslaan naar de traditionele financiële wereld.
De AFM wordt in het kapitaalmarkthoofdstuk nog concreter. Stablecoins zoals USDC en USDT worden volgens de toezichthouder al op grote schaal gebruikt voor grensoverschrijdende betalingen. Ook wijst de AFM op tokenisatie van staatsobligaties via blockchainplatforms en op crypto-ETF’s die de drempel voor particuliere beleggers verlagen. De toezichthouder noemt crypto daardoor niet langer alleen een parallel systeem, maar een steeds belangrijker onderdeel van het financiële ecosysteem.
Dat is precies waarom het DNB-bericht zwaarder weegt dan het op het eerste gezicht lijkt. Zodra crypto via stablecoins, ETF’s, fondsen en tokenized assets nauwer verbonden raakt met reguliere marktpartijen, wordt het ook logischer dat centrale banken en andere toezichthouders het onderwerp niet meer alleen via MiCA of consumentenbescherming benaderen.
Nog geen nieuwe cryptomaatregel, wel een duidelijke richting
Voor cryptobedrijven is het onderscheid belangrijk. MiCA draait vooral om markttoegang, vergunningen en gedragsregels voor aanbieders van cryptodiensten. Macroprudentieel toezicht kijkt naar iets anders: waar bouwen risico’s zich op, hoe verspreiden die zich door het systeem, en is er genoeg data om die blootstelling op tijd te zien.
Dat kan later relevant worden op meerdere plekken. Niet alleen bij stablecoinreserves, maar ook bij beleggingsproducten met crypto-exposure, tokenized money market funds, handelsplatformen en andere structuren waar reguliere en crypto-infrastructuur elkaar raken. Het ECB-rapport legt juist veel nadruk op betere data, harmonisatie en bredere monitoring van activiteiten die buiten de klassieke perimeter vallen.
De AFM signaleert bovendien dat traditionele financiële instellingen steeds meer interesse tonen in de cryptomarkt, terwijl sommige cryptobedrijven reguliere vergunningen aanvragen of vergunninghouders overnemen. Dat maakt de scheidslijn tussen “cryptotoezicht” en “gewoon financieel toezicht” dunner.
De juiste conclusie is daarom voorzichtig, maar duidelijk. DNB kondigt niet ineens een nieuw crypto-offensief aan. Wel laat het nieuwe Eurosysteemrapport zien dat Europese toezichthouders hun blik op risico’s buiten de bankensector verbreden. En in een markt waar stablecoins, ETF’s en tokenisatie steeds dichter tegen de financiële hoofdstructuur aan schuiven, komt ook crypto vanzelf dichter bij dat bredere systeemtoezicht te liggen.