Europese
toezichthouders krijgen één centrale plek om informatie over banken, cryptobedrijven en andere financiële partijen met elkaar te delen. AMLA is op 7 oktober een consultatie gestart over de regels voor die nieuwe
EU-databank.
Crypto-asset service providers, kortweg
CASP's, vallen expliciet binnen het Europese antiwitwasregime. De databank kan daardoor informatie over hun risico's, sancties en toezichtgeschiedenis over landsgrenzen heen beschikbaar maken voor bevoegde autoriteiten.
Dat is iets anders dan een Europees register waarin toezichthouders iedere cryptotransactie verzamelen.
De inzet is toezicht op bedrijven.
Eén databank moet versnipperde informatie samenbrengen
AMLA wil dat de centrale AML/CFT-databank één toegangspunt wordt voor toezichtinformatie uit de hele Europese Unie.
Nationale autoriteiten leveren informatie aan en kunnen gegevens raadplegen wanneer zij die voor hun taken nodig hebben. De toegang moet vertrouwelijk en op need-to-know-basis plaatsvinden.
Voor AMLA zelf wordt dezelfde informatie gebruikt om risico's en patronen tussen landen te analyseren.
Dat moet bijvoorbeeld helpen wanneer een financiële partij in meerdere lidstaten actief is en tekortkomingen niet binnen één nationale grens blijven.
Een toezichthouder hoeft dan niet volledig vanaf nul te beginnen wanneer elders al relevante bevindingen bestaan.
Cryptobedrijven staan binnen de financiële categorie
Voor de cryptosector is belangrijk hoe breed de Europese definitie is.
De nieuwe Europese AML-verordening rekent een crypto-asset service provider tot de categorie financial institution. Het gaat om aanbieders van cryptodiensten zoals die binnen het Europese kader zijn gedefinieerd.
AMLA noemt cryptodienstverleners bovendien afzonderlijk bij de risicomethodiek voor financiële instellingen. Banken, betalingsinstellingen, beleggingsondernemingen en CASP's krijgen daar ieder hun eigen categorie.
Dat sluit aan op
MiCA, maar de nieuwe databank komt juridisch uit het bredere Europese antiwitwaspakket.
Een MiCA-vergunning en AML-toezicht zijn dus niet hetzelfde.
Sancties en risicoprofielen kunnen in de databank komen
De wettelijke basis van de databank gaat behoorlijk ver.
Nationale toezichthouders moeten onder meer informatie kunnen aanleveren over administratieve maatregelen en financiële sancties die zijn opgelegd wegens overtredingen van antiwitwasregels.
Daarbij kunnen ook de aard van de overtreding en de toezichtbevindingen achter de maatregel worden opgenomen.
Ook informatie rond vergunningen kan relevant zijn.
Article 11 noemt adviezen of beoordelingen rond vergunningverlening, het intrekken van vergunningen en zogeheten fit-and-proper-toetsingen van aandeelhouders en bestuurders.
Daarmee kan een probleem dat bij een instelling of bestuurder in het ene land wordt vastgesteld ook relevant worden voor autoriteiten elders.
Ook algemene sectorrisico's worden verzameld
De databank kijkt niet alleen naar afzonderlijke bedrijven.
AMLA wil ook gegevens over het toezichtstelsel zelf verzamelen.
Daaronder vallen informatie over welke autoriteiten verantwoordelijk zijn, hoeveel partijen zij controleren, algemene risicoprofielen en gegevens over toezichtactiviteiten en beschikbare capaciteit.
AMLA wil daarmee twee niveaus naast elkaar kunnen bekijken.
Hoe gedraagt één specifieke aanbieder zich?
En waar ontstaan grotere risico's binnen een sector of tussen verschillende lidstaten?
Voor grensoverschrijdende cryptodiensten kan juist die tweede vraag relevant zijn.
Een CASP kan vanuit één Europese vergunning klanten in meerdere landen bedienen, terwijl AML-risico's niet netjes bij de grens stoppen.
Geen centrale database met iedere wallet
De naam “centrale witwasdatabank” kan snel een verkeerd beeld oproepen.
AMLA kondigt geen publiek systeem aan waarin alle Europese
wallets en transacties worden opgeslagen.
Article 11 richt zich op toezichtinformatie over onder toezicht staande partijen en de maatregelen van autoriteiten.
Sterker nog: de wettelijke tekst bepaalt dat de aangeleverde informatie geen verwijzingen mag bevatten naar specifieke vermoedens die via de formele meldingsprocedure voor verdachte activiteiten zijn gemeld.
Dat betekent niet dat autoriteiten geen andere bevoegdheden hebben om transacties te onderzoeken.
Het betekent dat deze specifieke databank een ander doel heeft.
Ze moet toezichtinformatie verbinden.
Geen nieuwe directe meldplicht voor cryptobedrijven
Voor cryptobedrijven zit daar nog een belangrijke grens.
De ontwerpregels die AMLA nu consulteert leggen volgens de autoriteit geen directe nieuwe verplichtingen op aan private ondernemingen.
De regels bepalen vooral wat toezichthouders naar AMLA moeten sturen, in welke vorm en op welk moment.
AMLA zegt daarbij eerst gebruik te willen maken van informatie die nationale autoriteiten al bezitten of sowieso verzamelen.
Waar mogelijk moet de aanlevering worden geautomatiseerd. Dat moet voorkomen dat bedrijven dezelfde gegevens voor dit systeem opnieuw moeten produceren.
Dat betekent uiteraard niet dat CASP's geen antiwitwasverplichtingen hebben.
Die bestaan afzonderlijk onder het Europese AML-regime.
Deze ontwerpstandaard regelt vooral wat er daarna met toezichtinformatie gebeurt.
Crypto valt al in de financiële fase
De invoering gebeurt gefaseerd.
De AMLA-verordening bepaalt dat Article 11 tot 27 juni 2028 alleen verplicht geldt voor financiële toezichthouders, kredietinstellingen en financiële instellingen. Niet-financiële toezichthouders mogen eerder vrijwillig aansluiten.
Dat klinkt op het eerste gezicht alsof crypto mogelijk moet wachten.
Maar de AML-verordening rekent CASP's juist tot financiële instellingen.
Daarmee valt het toezicht op cryptodienstverleners binnen de financiële kant van de eerste fase.
Dat maakt deze databank voor de sector direct relevanter dan een algemene toekomstige uitbreiding naar bijvoorbeeld andere beroepsgroepen.
AMLA bepaalt ook wanneer overtredingen zwaar genoeg zijn
Niet ieder klein incident hoeft automatisch dezelfde behandeling te krijgen.
De ontwerpstandaard moet onder meer bepalen vanaf welke ernst een overtreding aan de centrale databank moet worden gemeld.
Ook legt AMLA vast wanneer aanvullende informatie kan worden gevraagd en hoeveel detail toezichthouders moeten aanleveren.
Dat is belangrijk voor de proportionaliteit van het systeem.
Een databank waarin iedere kleine administratieve fout hetzelfde gewicht krijgt als een structureel AML-probleem zou snel veel ruis opleveren.
AMLA probeert daarom drempels en gestandaardiseerde velden vast te leggen.
Nederlandse en Belgische dossiers kunnen makkelijker grensoverschrijdend meetellen
Voor cryptobedrijven in Nederland en België zit de praktische betekenis vooral in informatie-uitwisseling.
Een probleem dat één toezichthouder bij een partij vaststelt, kan via het Europese systeem beter beschikbaar worden voor een andere bevoegde autoriteit wanneer die informatie daar nodig is.
Hetzelfde geldt voor eerdere sancties, vergunningkwesties en bepaalde beoordelingen van bestuurders.
Daarmee beweegt Europees cryptotoezicht verder weg van losse nationale dossiers.
Dat past bij een sector waarin klanten, bedrijven en
blockchain-activiteiten vaak over meerdere landen lopen.
De databank creëert geen nieuwe Europese politieregistratie.
Ze verkleint vooral de kans dat relevante toezichtinformatie ergens binnen één lidstaat blijft hangen.
Consultatie loopt tot 3 november
AMLA verzamelt input over het ontwerp via een openbare hoorzitting op 3 november 2026 van 14.00 tot 16.00 uur CET.
De consultatie richt zich onder meer op toezichthouders, private partijen, consumentenorganisaties, onderzoekers en andere betrokkenen.
De tekst is dus nog geen definitieve technische standaard.
De consultatie moet onder meer duidelijk maken of de gevraagde informatie bruikbaar, proportioneel en voldoende gestandaardiseerd is.
Voor cryptobedrijven ontstaat daarmee niet plotseling een nieuwe meldknop richting Frankfurt.
De grotere verandering speelt achter de schermen: Europese toezichthouders krijgen één systeem waarin eerdere problemen, risico's en maatregelen rond dezelfde financiële partij veel moeilijker binnen één land kunnen blijven.