Europa heeft één centraal
MiCA-register voor cryptobedrijven die volgens toezichthouders buiten de regels opereren. Toch komen alle 167 onderzochte vermeldingen uit slechts drie landen: Italië,
Nederland en Slowakije.
De Nederlandse
AFM leverde één melding aan. Italië was goed voor 165 entries en Slowakije voor één. Dat legt een opvallend verschil bloot tussen één Europees regelboek en de nationale handhaving die het register moet voeden.
Drie toezichthouders vullen het hele waarschuwingsregister
ESMA publiceert onder
artikel 110 van MiCA een openbaar register van partijen die cryptoactivadiensten aanbieden in strijd met artikel 59 of 61.
Een analyse van het bestand met niet-conforme aanbieders levert een scheve verdeling op:
- Italië, via CONSOB: 165 vermeldingen
- Nederland, via AFM: 1 vermelding
- Slowakije, via NBS: 1 vermelding
Samen zijn dat 167 regels en slechts drie meldende toezichthouders.
ESMA vermeldt op zijn
centrale MiCA-registerpagina dat de informatie in deze bestanden afkomstig is van nationale bevoegde autoriteiten en de Europese Bankenautoriteit. De meest recente registerpublicatie dateert van 18 augustus 2026.
Het systeem is dus Europees. De feitelijke aanvoer is dat voorlopig nauwelijks.
27 onderzochte landen leverden geen enkele entry
Binnen de 30 EU- en EER-jurisdicties die in de analyse zijn meegenomen, hadden 27 geen vermelding in dit specifieke bestand.
Dat betekent niet dat toezichthouders in die landen niets doen tegen illegale cryptobedrijven.
Nationale instanties kunnen eigen waarschuwingen publiceren, websites blokkeren of andere maatregelen nemen zonder dat iedere zaak direct in het ESMA-bestand verschijnt. ESMA waarschuwt zelf dat zijn tijdelijke register periodiek wordt bijgewerkt en nationale informatie daardoor niet onmiddellijk zichtbaar hoeft te zijn.
Toch schuurt dat met het doel van het systeem.
Artikel 110 van MiCA schrijft voor dat ESMA een centraal, machineleesbaar en regelmatig bijgewerkt register beheert. Daarin moet minimaal de handelsnaam of website staan, plus de toezichthouder die de informatie heeft aangeleverd.
Voor gebruikers moet zo één Europese plek ontstaan waar waarschuwingen samenkomen.
De cijfers laten zien dat die plek nog sterk afhankelijk is van een zeer klein aantal nationale autoriteiten.
Nederlandse melding gaat juridisch verder
De enige Nederlandse entry valt om nog een reden op.
Van de 167 onderzochte regels bevatte slechts één vermelding een concrete toelichting in het veld voor de juridische reden. Dat was de melding van de AFM.
Daar werd expliciet verwezen naar een overtreding van artikel 59 van MiCA.
Dat artikel is de toegangspoort tot de Europese cryptomarkt. Een onderneming mag in beginsel geen professionele cryptoactivadiensten aanbieden zonder de vereiste vergunning of toegestane status.
De
AFM legt artikel 59 zelf uit bij de CASP-vergunning. Een partij mag zulke diensten alleen aanbieden wanneer zij volgens MiCA daarvoor bevoegd is.
Voorbeelden zijn bewaring van
crypto, het exploiteren van een handelsplatform en het uitvoeren of doorgeven van orders.
Dat maakt de Nederlandse entry opvallend concreet: niet alleen een naam in een bestand, maar ook de regel die volgens de toezichthouder is geschonden.
AFM heeft al publiek gewaarschuwd voor illegale aanbieders
De Nederlandse toezichthouder gebruikt MiCA ook buiten het ESMA-bestand.
Zo waarschuwde de
AFM in september 2025 voor cryptoplatform MEXC. De toezichthouder stelde dat het platform Nederlandse consumenten benaderde zonder de vereiste vergunning.
De AFM zegt daarnaast dat zij zich richt op partijen die zonder toestemming cryptoactivadiensten aanbieden.
Een eigen
CryptoBenelux-uitleg over de MiCA-deadline laat zien waarom dat voor gebruikers telt. Niet de bekende merknaam, maar de juridische onderneming achter een account bepaalt welke Europese toestemming van toepassing is.
Een app kan er betrouwbaar uitzien en toch door een entiteit zonder juiste vergunning worden aangeboden.
Slowakije laat zien hoe artikel 110 kan werken
De andere niet-Italiaanse melding komt uit Slowakije.
De Nationale Bank van Slowakije maakte in juni 2025 zelf bekend dat zij cryptoplatform LWEX aan het ESMA-register had toegevoegd. De
NBS schreef daarbij expliciet dat de partij zonder de vereiste toestemming cryptoactivadiensten bleef aanbieden.
Dat is precies het mechanisme waarvoor artikel 110 is ontworpen.
Een nationale toezichthouder onderzoekt een partij. Die informatie gaat vervolgens naar ESMA. Gebruikers in andere Europese landen kunnen hetzelfde waarschuwingssignaal daarna terugvinden.
Maar dat systeem werkt alleen wanneer nationale autoriteiten zulke gegevens daadwerkelijk aanleveren.
Niet op de zwarte lijst betekent niet goedgekeurd
Hier zit de belangrijkste valkuil voor cryptogebruikers.
Het ESMA-register is volgens de letterlijke tekst van MiCA “non-exhaustive”. Het is dus bewust geen volledige lijst van iedere ongeautoriseerde crypto-aanbieder in Europa.
Een partij die niet in dit waarschuwingsoverzicht staat, is daarom niet automatisch veilig of gereguleerd.
Wie een exchange, broker of bewaarpartij controleert, moet vooral kijken naar het positieve vergunningenregister.
ESMA publiceert naast de waarschuwingen namelijk ook een
register van geautoriseerde Crypto-Asset Service Providers. In Nederland heeft de AFM daarnaast een eigen
cryptopartijenregister.
CryptoBenelux
legde eerder uit hoe Nederlandse en Belgische gebruikers hun MiCA-status kunnen controleren.
De kern blijft simpel: zoek naar bewijs van toestemming. Vertrouw niet op het ontbreken van een waarschuwing.
Honderden webadressen laten een tweede probleem zien
Aan de 167 vermeldingen waren in de onderzochte dataset in totaal 242 webadressen gekoppeld.
Bij een technische controle op 16 augustus reageerden veel daarvan niet normaal. Slechts 47 adressen gaven tijdens die meting een standaard HTTP 200-respons terug. Voor 153 adressen kwam binnen de gebruikte testperiode geen antwoord.
Daaruit volgt niet dat 153 websites definitief verdwenen zijn.
Een site kan tijdelijk uitvallen, verkeer blokkeren, van domein wisselen of geautomatiseerde controles weigeren. De test zegt alleen wat op dat meetmoment bereikbaar was.
Maar de uitkomst laat wel zien waarom toezicht op dit soort aanbieders lastig is.
Een fysieke bank verdwijnt niet van de ene dag op de andere naar een nieuw internetadres. Een online handelsplatform kan veel sneller van domein wisselen.
AFM heeft in Nederland de hoofdrol bij CASP's
Sinds MiCA volledig geldt, is de Nederlandse taakverdeling helder.
De
AFM is leidend bij toezicht op CASP's, overige cryptoactiva en het tegengaan van marktmisbruik. DNB houdt onder meer prudentieel toezicht en heeft de leidende rol bij bepaalde stablecoin-uitgevers.
De AFM liet dit jaar ook weten dat zij tekortkomingen bij informatieverstrekking door cryptodienstverleners heeft gevonden. Bij aanhoudende overtredingen of grote consumentenrisico's kan de toezichthouder optreden en bevindingen delen met ESMA en andere Europese autoriteiten.
Dat past bij het beeld uit het waarschuwingsoverzicht.
Nederland levert maar één van de 167 entries. Maar de AFM behoort daarmee wel tot slechts drie nationale toezichthouders die in het onderzochte bestand überhaupt zichtbaar zijn.
Wie meer achtergrond wil over het Europese regelboek, kan de CryptoBenelux-uitleg over
MiCA en toezicht in de Benelux raadplegen.
Eén Europees register, maar nog geen Europese dekking
Daar zit uiteindelijk de zwakke plek.
MiCA heeft één vergunningenstelsel gecreëerd waarmee een geautoriseerde CASP via een Europees paspoort meerdere landen kan bedienen. Toezicht op ongeautoriseerde aanbieders begint echter nog steeds bij nationale instanties.
ESMA kan de meldingen samenbrengen.
Het kan geen nationale melding publiceren die nooit wordt aangeleverd.
Daarom zegt de verdeling 165-1-1 mogelijk meer over de werking van Europees toezicht dan over de werkelijke verdeling van illegale cryptobedrijven.
Italië kan simpelweg veel actiever rapporteren. Andere landen kunnen eigen systemen gebruiken. Ook kunnen verschillen in procedures en timing een rol spelen.
Wat uit de cijfers wél hard naar voren komt, is smaller en ongemakkelijker: 167 Europese waarschuwingen rusten op meldingen van slechts drie toezichthouders.
En de AFM is één van die drie.