Washington geeft
DeFi-ontwikkelaars ineens een harder verdedigingsverhaal. Brussel heeft
MiCA, maar nog geen geruststellende grens voor neutrale code.
Dat kan de rollen snel omdraaien. De
VS gold lang als grillige cryptomarkt.
Europa verkocht zichzelf als de plek met één regelboek.
Bij
DeFi kan precies dat voordeel verdampen.
Peirce maakt code constitutioneel
SEC-commissaris Hester Peirce zei op 2 juni 2026 in haar speech
Base Case dat code een beschermde vorm van meningsuiting is. Mensen die niets anders doen dan open-source software schrijven en publiceren, zouden zich volgens haar niet bij de SEC hoeven registreren.
Dat is geen bindende regel van de hele SEC. Peirce schrijft ook dat haar opmerkingen haar eigen visie weergeven.
Toch telt de richting. Een ontwikkelaar krijgt een verhaal dat begint bij vrijheid van publicatie, niet bij verdenking van financieel toezicht.
De programmeur kan zeggen: ik schreef algemene software. Ik beheerde geen klantgeld. Ik selecteerde geen transacties. Ik beloofde geen rendement.
Dat is geen vrijbrief. Maar het is wel een verdedigingslijn die investeerders, teams en juridische adviseurs kunnen meenemen.
Europa heeft een uitzondering met scherpe rand
MiCA erkent zelf dat niet alles binnen het crypto-regime valt. In
recital 22 van Verordening 2023/1114 staat dat cryptoactivadiensten die volledig gedecentraliseerd zonder tussenpersoon worden aangeboden, buiten de verordening horen te vallen.
Het probleem zit in dat ene woord: volledig.
Veel DeFi-projecten zitten daar niet schoon in. De contracten draaien autonoom, maar een team beheert de website. Een DAO stemt, maar dezelfde kleine groep schrijft de voorstellen. Een multisig kan ingrijpen. Een bedrijf ontvangt interfacefees.
Dan wordt de Europese grens mistig.
Is een frontend dienstverlening? Is een protocolupdate neutraal werk? Maakt een tokenallocatie de ontwikkelaar commercieel betrokken? Wanneer wordt een noodknop een beheersfunctie?
Europa geeft nog geen simpel antwoord. Voor ontwikkelaars is dat precies het risico.
De SEC maakt óók onderscheid
Wie Peirce leest als “alles mag in DeFi”, mist de helft van haar boodschap.
Op 22 juli publiceerde zij een verklaring over
crypto vaults en lending strategies. Daarin waarschuwt zij dat een product niet buiten effectenregels valt omdat het via smart contracts werkt.
Als een curator activa kiest, risico stuurt of rendement probeert te verhogen, kan het alsnog lijken op vermogensbeheer of een beleggingsproduct.
De Amerikaanse lijn wordt daardoor scherper dan het karikatuurbeeld. Neutrale code krijgt bescherming. Discretionaire macht krijgt verantwoordelijkheid.
Dat onderscheid is sterk. Het dwingt toezichthouders om te wijzen naar de persoon die macht heeft.
Wie beheert assets? Wie stuurt transacties? Wie kiest markten? Wie verdient structureel aan de activiteit?
Ontwikkelaars kiezen voorspelbaarheid
De verborgen strijd draait niet alleen om regels voor platforms. Het gaat om ontwikkelaars.
Softwareteams kunnen relatief makkelijk een stichting, bedrijf of onderzoeksclub in een gunstige jurisdictie bouwen. Zij kijken waar persoonlijke aansprakelijkheid het duidelijkst is afgebakend.
Als de VS geloofwaardig zegt wie géén financiële tussenpersoon is, kan dat Europa raken.
Amerika hoeft DeFi niet volledig los te laten. Het hoeft alleen helderder te zijn over neutrale code.
Europa dreigt dan vergunde beurzen, custodians en compliancebedrijven te houden, terwijl open-source protocolontwikkeling elders landt.
Dat zou pijnlijk zijn. De
EU wil minder afhankelijk zijn van Amerikaanse techmacht, maar kan de bouwers van open financiële rails zelf wegduwen.
DeFi is klein, maar gevoelig
EBA en ESMA schreven in januari 2025 dat DeFi wereldwijd nog een relatief klein deel van de cryptomarkt vormt. De Europese adoptie ligt volgens hun
gezamenlijke analyse boven het wereldgemiddelde, maar lager dan in onder meer de VS en Zuid-Korea.
De risico’s zijn echt. Hacks, witwassen, leverage en complex onderpand horen bij het dossier.
Maar risico rechtvaardigt geen mist voor iedere ontwikkelaar. Juist bij hoge risico’s moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is.
Als iedereen in de technische keten potentieel als financiële partij wordt behandeld, wordt toezicht niet sterker. Dan wordt verantwoordelijkheid juist verspreid tot niemand nog weet waar hij staat.
Niet iedere programmeur is een tussenpersoon. Niet iedere tussenpersoon mag zich programmeur noemen.
Daar ligt de grens die Europa scherper moet trekken.
Niet elke programmeur is neutraal
De tegenwerping is terecht. Code kan worden gebouwd om schade of ontwijking makkelijker te maken.
Een oprichter kan “alleen ontwikkelaar” zeggen, terwijl hij de frontend beheert, fees ontvangt, upgrades controleert en marketing voert. Dat is geen neutrale publicatie meer.
Daarom moet de toets draaien om macht en economisch belang.
Kan de ontwikkelaar transacties blokkeren? Kan hij contracten upgraden? Kan hij assets sturen? Kan hij markten selecteren? Ontvangt hij doorlopende inkomsten uit gebruik?
Hoe vaker het antwoord ja is, hoe zwakker de claim op neutraliteit.
Maar het omgekeerde moet ook gelden. Wie geen gelden bewaart, geen gebruikers kiest, geen transacties stuurt en alleen algemene open-source code publiceert, hoort niet automatisch als financiële instelling te worden behandeld.
MiCA-herziening is het moment
De Europese Commissie opende op 20 mei 2026 een
consultatie over de MiCA-herziening. De termijn loopt tot 31 augustus 2026.
Dat is het moment om DeFi, frontends, governance, multisigs en open-sourceontwikkeling beter te definiëren.
Europa hoeft het Amerikaanse First Amendment niet te kopiëren. De juridische basis is anders.
Maar Europa kan wel hetzelfde economische inzicht gebruiken: software publiceren, neutrale rails bouwen en financieel beheer uitvoeren zijn niet dezelfde activiteit.
Een Europese safe harbour kan helpen. Ontwikkelaars krijgen bescherming wanneer zij aantoonbaar geen custody, geen discretionaire controle, geen uitvoeringsmacht en geen directe bemiddeling hebben.
Zodra die macht er wel is, kunnen financiële regels gericht worden toegepast.
Dat is geen versoepeling. Het is preciezer toezicht.
Benelux heeft belang bij heldere codegrens
Voor Nederland, België en Luxemburg is dit meer dan theorie. De regio heeft sterke fintech, fondsen, betalingspartijen en cryptobedrijven.
Die partijen hebben ontwikkelaars nodig die weten waar hun juridische grens ligt. Zonder die grens verhuizen teams, of bouwen zij minder open.
Voor gebruikers is dat ook relevant. Veilige DeFi vraagt betere code, betere audits en zichtbare verantwoordelijkheid.
Als ontwikkelaars uit angst verdwijnen, wordt de markt niet veiliger. Dan blijven vooral partijen over die toch al buiten bereik willen opereren.
Amerika’s nieuwe voorsprong kan dus niet ontstaan doordat het minder regels heeft. Zij kan ontstaan doordat het beter zegt op wie de regels níet slaan.
Europa wil DeFi beheersbaar maken. Zonder bescherming voor neutrale code kan het juist de bouwers verliezen die open financiële systemen veiliger moeten maken.