Bitcoin brak niet met zijn vierjarige cyclus, maar de cyclus verloor wel zijn monopolie. Fidelity, Glassnode en Farside tonen dezelfde verschuiving: de halving blijft tellen, maar ETF-flows en professionele vraag bepalen vaker de echte klap.
De oude marktklok tikte simpel.
Halving, schaarste, stijgende vraag, euforie en daarna een pijnlijke terugval. Dat patroon werkte vaak genoeg om traders lui te maken.
Nu is
bitcoin zwaarder. Meer geld zit via fondsen, desks en balansbeslissingen in
BTC. Dat maakt de munt niet veilig, maar wel minder puur crypto.
-
Halving blijft aanboddruk. Minder nieuwe BTC uit miners raakt nog steeds de markt.
-
ETF’s sturen de vraagkant. Instroom en uitstroom wegen direct op kortetermijnprijs.
-
Volatiliteit zakt sneller. Fidelity ziet een rijpere bitcoin, geen oude kopie van 2017.
De oude cyclus was handig, niet heilig
Bitcoin vormde
volgens Fidelity bullmarkttoppen in november 2013, december 2017 en november 2021. Ook de bodems lagen grofweg vier jaar uit elkaar: januari 2015, december 2018 en november 2022.
Dat was geen verzinsel. De halving halveert ongeveer elke vier jaar de minerbeloning. De laatste halving kwam in april 2024 en bracht de block reward naar 3,125 BTC.
Alleen koopt de markt geen geschiedenisboek. Vier eerdere cycli zijn geen natuurwet. Ze zijn data uit een jonge markt die elke ronde andere spelers aantrok.
2017 draaide op retail en ICO’s. 2021 draaide op goedkope liquiditeit, DeFi en NFT’s. Deze ronde draait veel meer op ETF’s, macro en grote partijen die BTC als portefeuillepost behandelen.
Harder gezegd: de halving speelt nog mee, maar hij staat niet meer alleen op het podium.
ETF-flows zijn de nieuwe thermometer
De SEC keurde op 10 januari 2024 de handel in spot bitcoin-ETP’s goed. Daarmee kreeg Wall Street een nette route naar BTC zonder wallets, seed phrases of exchangegedoe.
Dat veranderde de vraagkant. Een pensioenfonds, family office of vermogensbeheerder hoeft bitcoin niet meer als losse cryptobet te kopen. BTC past nu in een fondsmodel, naast goud, tech en cash.
Wat zijn ETF-flows?
ETF-flows tonen hoeveel geld een bitcoinfonds in- of uitstroomt.
Instroom wijst op extra vraag naar BTC-blootstelling.
Uitstroom wijst op minder risico of winst nemen.
Voor de koers telt dit sneller dan oude cycluspraat.
Farside liet begin juni harde min-dagen zien. Op 1 juni stroomde 483,8 miljoen dollar uit Amerikaanse spot bitcoin-ETF’s. Op 2 juni volgde 519,1 miljoen dollar, op 3 juni 396,6 miljoen dollar en op 5 juni nog eens 325,7 miljoen dollar.
Dat is geen ruis. Dat is verkoopdruk via een kanaal dat in eerdere cycli niet bestond. De oude cyclus had miners en retail als hoofdspelers. Nu bepaalt IBIT soms harder de sfeer dan een halvingtweet.
Bitcoin is groter, dus de beweging verandert
Fidelity ziet nog een breuk met vroeger. In januari 2026 zette bitcoin zeventien nieuwe dieptepunten in éénjarige gerealiseerde volatiliteit, kort na nieuwe prijshoogtes. Volgens Fidelity wijst dat op een rijpere bitcoin die mogelijk niet langer hetzelfde extreme vierjarige patroon volgt.
Dat klinkt saai. Voor traders is het juist belangrijk. Lagere volatiliteit betekent vaak minder wilde pieken, maar ook minder simpele bodemsignalen.
Fidelity wijst ook op de omvang. Bitcoin was volgens de vermogensbeheerder twee keer groter dan bij de cycluspiek van 2021, bijna tien keer groter dan bij de piek van 2017 en meer dan 200 keer groter dan bij de piek van 2013.
Een markt van die omvang beweegt anders. Meer liquiditeit trekt arbitrageurs, hedgers en professionele kopers aan. Die partijen jagen niet blind achter dezelfde meme aan.
Daarmee verdwijnt het risico niet. Bitcoin kan nog steeds hard dalen. Alleen komt de daling niet meer netjes uit hetzelfde oude draaiboek.
Off-chain handel trekt BTC naar Wall Street
Glassnode en Gemini stellen dat meer dan 75 procent van de bitcoinhandel nu via off-chain plekken loopt, zoals ETF’s en gecentraliseerde exchanges. Dat verandert prijsvorming en uitvoering.
Voor puristen schuurt dat. Bitcoin leeft op de keten, maar veel handel gebeurt daarbuiten. Prijs komt dan vaker uit orderboeken, fondsstromen en derivaten dan uit simpele on-chain schaarste.
Dat verklaart waarom deze cyclus verwarrender voelt. De markt kijkt tegelijk naar ETF-instroom, Fed-verwachtingen, bedrijfsbalansen, minerdruk en spotvraag. Eén model vangt dat niet meer.
De halving blijft de aanbodkant knijpen. ETF’s kunnen de vraagkant openzetten of dichtdraaien. Macro bepaalt of grote kopers risico willen dragen. Die mix is rommeliger dan “18 maanden na halving top”.
Dood is te makkelijk
De vierjarige cyclus is niet dood. Dood betekent dat de halving en marktpsychologie niets meer doen. Dat klopt niet.
De cyclus is wel minder dominant. Hij werkt meer als achtergrondritme dan als routekaart. Wie alleen naar 2017 of 2021 kijkt, mist de geldstroom die nu via ETF’s loopt.
Voor beleggers is de les simpel genoeg. Halvingdata blijven nuttig, maar ETF-flows verdienen net zo veel aandacht. Lage volatiliteit kan kracht tonen, maar ook vermoeidheid maskeren. Een rode ETF-week kan een mooi cyclusplaatje snel slopen.
Bitcoin werd serieuzer genomen. Dat was jarenlang de droom. De prijs daarvoor is minder magie en meer marktmachine.
De oude klok tikt nog. Alleen draait Wall Street nu aan de wijzers.