Chainlink zegt ongeveer 70% van de waarde binnen
DeFi te beveiligen die afhankelijk is van orakeldiensten. Achter dat percentage zitten grote namen als Aave, Lido en Jupiter.
Het cijfer klinkt als een enorm marktaandeel. Alleen meet
Chainlink hier niet 70% van alle gebruikers, transacties of protocollen. Het gaat om Total Value Secured, oftewel de waarde die volgens Chainlinks eigen methode door zijn orakels wordt beschermd.
Chainlink meet bijna $50 miljard aan beveiligde waarde
Op zijn actuele metricspagina zet Chainlink de Total Value Secured op ongeveer $48,32 miljard.
TVS telt de waarde van activa die zijn gestort in of geleend via smart-contracttoepassingen die Chainlink-orakels gebruiken.
Daarnaast meldt Chainlink een Transaction Value Enabled van $33,34 biljoen. Dat tweede cijfer is iets heel anders: het telt door de tijd heen de waarde van transacties waarbij Chainlink-diensten betrokken waren.
Die twee cijfers mogen dus niet bij elkaar worden opgeteld of als dezelfde marktmeting worden gelezen.
Wat betekent die 70% dan precies?
Chainlink omschrijft zichzelf als beveiligingslaag voor meer dan 70% van het DeFi-ecosysteem.
Die claim is gekoppeld aan waarde die afhankelijk is van Chainlink-orakels. Een oracle brengt gegevens van buiten een blockchain naar smart contracts.
Dat klinkt technisch, maar de toepassing is simpel.
Een leenprotocol moet bijvoorbeeld weten hoeveel ETH of BTC als onderpand waard is. Zonder betrouwbare prijsdata weet het contract niet wanneer een lening te riskant wordt en een positie moet worden geliquideerd.
Bij zulke toepassingen worden orakels een deel van het risicomodel.
Aave, Lido en Jupiter gebruiken verschillende Chainlink-diensten
Chainlink wijst daarbij op meerdere grote DeFi-protocollen.
Aave gebruikt Chainlink-prijsfeeds voor lendingmarkten. Lido gebruikt Chainlink-diensten rond prijsdata en cross-chain toepassingen, terwijl Jupiter Data Streams inzet voor markten die sneller bijgewerkte prijzen nodig hebben.
Daaruit blijkt ook hoe breed het productpakket is geworden.
Chainlink begon vooral bekend te worden door prijsfeeds. Het netwerk levert nu ook communicatie tussen verschillende blockchains, snelle datastromen en geautomatiseerde uitvoering voor smart contracts.
Voor DeFi kan verkeerde prijsdata direct geld kosten
De afhankelijkheid van orakels is bij lending goed zichtbaar.
Stel dat iemand voor $100.000 aan crypto als onderpand stort en daar $70.000 tegen leent. Wanneer de waarde van dat onderpand hard daalt, moet het protocol weten wanneer de positie moet worden gesloten.
Komt een verkeerde
prijs binnen, dan kan een gezond account onterecht worden geliquideerd.
Het omgekeerde is eveneens gevaarlijk. Een protocol kan te laat ingrijpen en met onvoldoende onderpand achterblijven.
Daarom gaat de discussie rond Chainlinks positie niet alleen over bereik. Ze gaat ook over hoeveel financieel gewicht op dezelfde technische diensten leunt.
Groot marktaandeel maakt betrouwbaarheid belangrijker
Een aandeel van ongeveer 70% heeft twee kanten.
Voor Chainlink is brede integratie een sterk netwerkeffect. Ontwikkelaars zien dat grote protocollen dezelfde diensten gebruiken en kunnen daardoor sneller voor dezelfde oplossing kiezen.
Voor DeFi ontstaat tegelijkertijd concentratie.
Dat betekent niet dat Chainlink één centrale server is. De orakeldiensten werken met meerdere datapunten en onafhankelijke node-operators.
Maar wanneer veel grote protocollen van dezelfde orakelfamilie afhankelijk zijn, wordt een probleem bij zo'n gedeelde laag relevanter voor een groter deel van de markt.
Ethereum blijft een belangrijk zwaartepunt
Chainlink meldde eerder dat zijn aandeel op
Ethereum nog hoger ligt dan wereldwijd.
Dat past bij de historische rol van Ethereum als thuisbasis voor lending, staking en andere DeFi-toepassingen.
Tegelijk werkt Chainlink steeds meer over verschillende
blockchains. Via CCIP kunnen toepassingen bijvoorbeeld berichten en tokens tussen ondersteunde netwerken versturen.
Daardoor verschuift Chainlinks rol van alleen prijsleverancier naar een verzameling diensten waar meerdere financiële applicaties op bouwen.
De percentages komen wel van Chainlink zelf
Daar hoort een stevige kanttekening bij.
De 70%-claim en de onderliggende TVS-cijfers worden door Chainlink zelf gepubliceerd. Het zijn geen cijfers van een onafhankelijke toezichthouder of officiële marktstatistiek.
Ook de gekozen meetmethode bepaalt het resultaat.
TVS kijkt naar de waarde in toepassingen die Chainlink beveiligt. Dat is iets anders dan marktaandeel gemeten op basis van handelsvolume, protocolomzet, gebruikers of totale DeFi-TVL.
Wie zegt dat “Chainlink 70% van DeFi bezit” trekt de conclusie daarom te ver.
Chainlink bezit die activa niet en beheert die protocollen evenmin.
$33 biljoen laat vooral zien hoe vaak Chainlink wordt aangeroepen
De andere grote statistiek verdient dezelfde voorzichtigheid.
De ruim $33 biljoen Transaction Value Enabled is cumulatief. Eenzelfde dollar aan waarde kan door meerdere transacties bewegen en daardoor vaker in die teller terugkomen.
Het cijfer is dus geen vermogen dat bij Chainlink staat.
Het laat vooral zien hoeveel economische activiteit volgens de meetmethode door de diensten is gefaciliteerd.
Voor beleggers in
LINK is dat onderscheid relevant. Veel gebruik van Chainlink-diensten betekent niet automatisch dat dezelfde bedragen rechtstreeks als inkomsten bij het netwerk of de token terechtkomen.
Chainlinks echte machtspositie zit onder de motorkap
De nieuwe cijfers veranderen geen bestaande Aave- of Lido-integratie.
Ze maken vooral zichtbaar hoe afhankelijk een groot deel van DeFi volgens Chainlinks eigen meting van dezelfde orakeldiensten is geworden.
Dat is minder spectaculair dan een nieuwe tokenlancering, maar technisch zwaarder.
Gebruikers zien meestal een leenknop, handelsinterface of stakingproduct. Onder die applicatie moet software continu bepalen wat activa waard zijn en welke acties veilig kunnen worden uitgevoerd.
Chainlink zegt inmiddels ongeveer 70% van die beveiligde DeFi-waarde te bedienen.
De interessantere vraag is daarom niet alleen hoeveel protocollen Chainlink gebruiken, maar hoeveel van DeFi tegelijk een probleem zou merken wanneer die gedeelde laag ooit hapert.