$22,50 om $1.000 aan
stablecoins binnen te brengen. Daarna nog $5,75 voor iedere SEPA-betaling. Wie dezelfde storting over tien bankoverschrijvingen verdeelt, ziet het berekende kostensubtotaal bij TrustLinq oplopen van $28,25 naar $80.
CryptoBenelux rekende op 13 oktober de openbare persoonlijke tarieven door. Wisselkoers-, netwerk- en mogelijke bankkosten zitten daar nog niet bij.
De eerste $22,50 ligt al vast bij binnenkomst
TrustLinq laat gebruikers
stablecoins gebruiken om fiatgeld naar bankrekeningen van derden te sturen.
Voor persoonlijke accounts rekent het platform volgens de
openbare prijstabel bij een totale maandinstroom onder $2.500 een instroomfee van 2,25% voor
USDC en
USDT.
Bij $1.000 is dat:
$1.000 × 2,25% = $22,50.
Daarna begint de teller voor de bankbetaling.
Een SEPA-uitbetaling vanuit de USDC/USDT-categorie kost $5,75 per overschrijving.
Eén betaling brengt het berekende subtotaal daarom op:
$22,50 + $5,75 = $28,25.
Dat is 2,825% van de oorspronkelijke storting.
Tien betalingen maken van $5,75 ineens $57,50
Het bedrag verandert snel wanneer dezelfde storting over meerdere ontvangers wordt verdeeld.
TrustLinq rekent de uitgaande vergoeding namelijk per fiatbetaling.
Bij tien SEPA-overschrijvingen wordt $5,75 dus tienmaal gerekend:
10 × $5,75 = $57,50.
Tel daar dezelfde instroomfee van $22,50 bij op en het subtotaal komt uit op:
$80.
Ofwel 8% van de oorspronkelijke $1.000.
Daarmee wordt het aantal betalingen net zo belangrijk als de omvang van de storting.
Een gebruiker die één groot bedrag verstuurt, betaalt de vaste uitgaande vergoeding eenmaal. Wie hetzelfde budget over tien betalingen verdeelt, betaalt haar tien keer.
Kleine betalingen krijgen de hardste tik
Dat effect wordt nog duidelijker bij $100.
De instroomfee bedraagt dan $2,25. Een enkele SEPA-betaling voegt daar $5,75 aan toe.
Het subtotaal komt uit op $8, oftewel 8% van de storting.
Bij SWIFT wordt het verschil veel harder.
TrustLinq noemt voor USDC en USDT een vaste SWIFT-vergoeding van $40 per betaling. Een storting van $100 met één SWIFT-uitbetaling komt daardoor al op $42,25 aan berekende fees.
Dat is 42,25% van het oorspronkelijke bedrag.
De openbare tarieven leveren deze scenario’s op:
| Storting | Uitbetalingen | Route | Subtotaal vóór overige kosten | Deel van storting |
| $100 | 1 | SEPA | $8,00 | 8,00% |
| $100 | 1 | SWIFT | $42,25 | 42,25% |
| $1.000 | 1 | SEPA | $28,25 | 2,825% |
| $1.000 | 10 | SEPA | $80,00 | 8,00% |
| $1.000 | 1 | SWIFT | $62,50 | 6,25% |
| $1.000 | 10 | SWIFT | $422,50 | 42,25% |
Dit zijn rekenvoorbeelden met de gepubliceerde tarieven. CryptoBenelux heeft geen proefbetalingen uitgevoerd.
Die $80 is nog niet de volledige rekening
Daar zit een belangrijke beperking.
De bovenstaande bedragen combineren alleen de instroomfee en vaste uitgaande bankvergoeding.
Wanneer iemand een dollarstablecoin gebruikt om euro’s naar een Nederlandse of Belgische bankrekening te sturen, moet ook valuta worden gewisseld.
TrustLinq rekent daarvoor bij transacties onder $2.500 volgens de prijstabel 0,35%.
Die vergoeding verschijnt niet als aparte kostenregel, maar wordt verwerkt in de wisselkoers.
We hebben die kosten daarom buiten de tabel gehouden.
Ook netwerkvergoedingen voor het versturen van
crypto vanuit een
wallet zijn niet meegenomen. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten van banken of andere partijen in de betalingsketen.
De $28,25 en $80 zijn dus subtotalen, geen volledige offerte.
Ook het nettobedrag van de ontvanger volgt niet uit deze rekensom
Nog een verschil telt.
In het scenario gebruiken we een storting van $1.000 en berekenen we de kosten daar afzonderlijk naast.
Daarmee zeggen we niet dat één ontvanger exact $1.000 krijgt of dat tien ontvangers samen precies $1.000 ontvangen.
Dat hangt af van hoe de gebruiker zijn betaling invoert, welke valuta wordt gekozen en tegen welke koers TrustLinq omzet.
De berekening beantwoordt één smallere vraag:
hoeveel instroom- en uitgaande fees staan volgens de openbare prijstabel tegenover deze betalingsopzet?
Voor één SEPA-betaling is dat $28,25.
Voor tien SEPA-betalingen is dat $80.
SWIFT straft versnippering nog harder af
Bij SWIFT wordt de vaste component dominant.
Eén uitbetaling vanaf $1.000 kost volgens dezelfde rekensom $62,50: $22,50 instroom plus $40 uitgaand.
Tien SWIFT-betalingen leveren $400 aan uitgaande fees op.
Met de instroomkosten erbij kom je op $422,50.
Dat is 42,25% van de storting.
Voor kleinere internationale betalingen is daardoor niet alleen de keuze tussen crypto en bankgeld relevant. Ook de gekozen bankroute bepaalt hoeveel van het betalingsbudget aan vergoedingen verdwijnt.
Nieuwe RLUSD-route heeft nog geen eigen prijskolom
TrustLinq voegde op 13 oktober ook RLUSD toe.
Volgens de
aankondiging kunnen geverifieerde klanten de
stablecoin van Ripple gebruiken voor fiatbetalingen naar derden in meer dan 190 landen.
De ondersteunde route gebruikt RLUSD als ERC-20-token op
Ethereum.
Maar de openbare prijstabel loopt daar nog niet volledig mee gelijk.
Daar staan aparte bedragen voor EURC en voor USDT/USDC. Een afzonderlijke RLUSD-kolom ontbreekt.
Daarom passen we de $28,25 en $80 niet automatisch toe op RLUSD.
Dat RLUSD technisch dezelfde soorten bankbetalingen kan financieren, bewijst nog niet dat TrustLinq daarvoor exact dezelfde instroomtarieven hanteert.
De goedkoopste knop is soms simpelweg minder vaak betalen
Het rekenvoorbeeld laat vooral zien hoe vaste fees werken.
Bij dezelfde $1.000 aan USDC of USDT verandert de instroomfee niet wanneer het bedrag daarna over één of tien SEPA-betalingen wordt verdeeld.
De uitgaande kosten wel.
Eén keer betalen: $5,75.
Tien keer betalen: $57,50.
Voor gebruikers die bijvoorbeeld meerdere facturen, freelancers of andere ontvangers vanuit crypto willen betalen, kan het aantal afzonderlijke transacties daardoor zwaar meewegen.
De
blockchain maakt het versturen van stablecoins technisch makkelijk. De dure stap kan juist daarna komen, wanneer die digitale dollars als gewoon bankgeld bij meerdere ontvangers moeten landen.