Nieuwe Amerikaanse sancties raken crypto nu direct op adresniveau. Op 24 april 2026 voegde OFAC twee TRX-adressen toe aan de sanctievermelding van de Iraanse centrale bank, met koppelingen aan de IRGC-Qods Force en Hizballah. Wij meldde eerder al dat de maatregel ongeveer
344 miljoen dollar aan USDT betrof.
Voor gebruikers in Nederland en België betekent dat niet dat wallets nu massaal “op slot” gaan. De bronnen bij deze maatregel gaan over twee concrete adressen en de bevriezing van tegoeden daarop, niet over een brede retailblokkade. Maar de kans op extra controles neemt wel toe zodra een transactie, tegenpartij of wallet in de buurt komt van gesanctioneerde netwerken. Dat laatste is een gevolgtrekking op basis van de sanctieactie en de compliance-waarschuwingen eromheen.
Niet je wallet zelf, wel de poorten eromheen
De belangrijkste nuance zit hier in de uitvoering. Een sanctielijst zet niet “de blockchain” uit. Wat wél gebeurt, is dat gereguleerde partijen sneller moeten ingrijpen zodra een adres expliciet op een lijst verschijnt of aan zo’n netwerk raakt. In dit geval meldt TRM Labs dat Tether samen met OFAC en Amerikaanse opsporingsdiensten ongeveer 344,2 miljoen dollar op de twee adressen heeft bevroren.
TRM
beschrijft die twee wallets bovendien niet als actieve retail- of exchange-wallets, maar als reserve-infrastructuur. Volgens het bedrijf ontvingen ze sinds maart 2021 ongeveer 370 miljoen dollar in bijna 1.000 transacties, met nauwelijks uitgaande bewegingen. De accumulatie liep grotendeels dood eind 2023, waarna de wallets vooral stil bleven.
Juist daarom is deze zaak groter dan alleen een geopolitieke sanctiekop. De
VS raakt hier niet alleen tussenpartijen, maar ook concrete on-chain infrastructuur. TRM noemt dat expliciet een verschuiving richting de “reserve layer”, dus niet alleen de bemiddelende laag maar ook de opslaglaag van cryptoverkeer.
Waarom opnames en stortingen wel trager kunnen worden
Voor Nederlandse platforms is het regelkader helder. De AFM schrijft dat CASP’s onder haar toezicht de Wwft, de Sanctiewet 1977 en de Transfer of Funds Regulation moeten naleven. Daarbij moeten aanbieders transactiegegevens van verzender en ontvanger meesturen, en ook maatregelen nemen om eigendom en zeggenschap over self-hosted wallets vast te stellen en te verifiëren. In beginsel geldt dat voor transacties van of naar self-hosted wallets boven 1.000 euro, maar volgens de AFM kan die verplichting ook onder die grens spelen als het risicoprofiel daarom vraagt.
Dat betekent in de praktijk iets heel concreets: niet per se een weigering, maar wel sneller handmatige review, extra vragen of vertraging bij een withdrawal of storting. Die stap volgt niet letterlijk uit één persbericht van OFAC, maar is wel een logische uitkomst van het samenspel tussen sanctiescreening, TFR-verplichtingen en TRM’s oproep om ook indirecte blootstelling aan het bredere netwerk opnieuw te beoordelen.
TRM zegt daar ook iets belangrijks over. Organisaties met exposure aan de bredere transactienetwerken rond deze wallets moeten volgens het bedrijf hun tegenpartijen en transactiestromen opnieuw bekijken, juist vanwege mogelijke indirecte verbindingen. Dat is relevant, omdat screening in crypto zelden stopt bij alleen een exact wallet-adres.
België zit in hetzelfde strakkere spoor
Ook in België is de speelruimte voor aanbieders beperkt. De FSMA schrijft dat alleen CASP’s cryptoactivadiensten mogen aanbieden. De wet van 11 december 2025 verdeelt daarbij de bevoegdheden tussen de FSMA en de Nationale Bank van België. Voor partijen die onder het overgangsregime vallen, loopt die overgang volgens de FSMA tot 1 juli 2026 of tot eerder een vergunning wordt verleend of geweigerd.
Dat is meer dan een formeel detail. In een markt die steeds nadrukkelijker onder MiCA, AML- en sanctieregels valt, hebben platforms minder ruimte om twijfelgevallen soepel door te laten. Zeker bij custody, stablecoinverkeer en transacties met self-hosted wallets zal snelheid dan vaker moeten wijken voor controle. Ook dat is een redactionele gevolgtrekking, maar wel één die direct voortvloeit uit het officiële toezichtskader in Nederland en België.
Geen massale blokkade, wel minder frictieloze exits
De kortste eerlijke conclusie is dus deze: nee, er is geen bewijs dat wallets van gewone gebruikers nu massaal worden bevroren. Ja, de kans neemt toe dat opnames en stortingen sneller onder extra screening vallen zodra een platform blootstelling ziet aan gesanctioneerde adressen of aan netwerken daaromheen.
De stap van OFAC op 24 april laat vooral zien hoe direct handhaving in crypto is geworden. Niet alleen bedrijven en tussenpersonen, maar ook losse adressen op een publieke blockchain worden nu expliciet aangemerkt als aangrijpingspunt. Voor gebruikers in Nederland en België is de praktische boodschap daarom simpel: verwacht geen algemene wallet-lockdown, maar wel meer kans dat een withdrawal eerst door compliance moet voordat hij wordt vrijgegeven.