Stablecoins hebben bewezen dat geld sneller, programmeerbaar en 24/7 kan bewegen. Maar volgens de
BIS is dat nog iets anders dan betrouwbaar geld.
De centrale bank der centrale banken trekt in haar nieuwe rapport een harde lijn. Technologie kan betalingen verbeteren, maar vertrouwen in geld komt niet uit code alleen.
Geld is geen appfunctie. Het is een systeem van pariteit, liquiditeit, toezicht en vertrouwen dat ook in stress moet blijven werken.
Dollarstablecoins domineren de markt
De BIS publiceerde op 28 juni het volledige
Annual Economic Report 2026. Een apart hoofdstuk over
stablecoins en tokenisatie was al eerder vrijgegeven.
Daarin schrijft de BIS dat 99,4% van fiatgedekte stablecoins, gemeten naar marktwaarde, aan de Amerikaanse dollar is gekoppeld. De totale marktwaarde lag eind mei rond 320 miljard dollar.
Ook het volume oogt groot. Volgens de BIS bedroeg het jaarlijkse stablecointransactievolume in 2025 naar schatting 28 biljoen dollar.
Maar daar zit een waarschuwing bij. Netto waarden liggen lager als transacties tussen wallets van dezelfde partij worden weggefilterd.
Het gebruik blijft smaller dan de hype
Stablecoins kunnen smart contracts voeden, als op- en afrit naar crypto dienen en snelle grensoverschrijdende betalingen mogelijk maken.
Toch ziet de BIS vooral twee echte toepassingen. Stablecoins worden vooral gebruikt voor cryptohandel en, in mindere mate, als offshore waardeopslag in landen met zwakke valuta’s.
Voor internationale betalingen is het beeld minder schoon. Zodra on-ramps, off-ramps, spreads en andere kosten meetellen, valt het voordeel niet altijd zo groot uit als de simpele pitch belooft.
Dat is pijnlijk voor de sector. Stablecoins zijn groot geworden, maar nog niet breed genoeg als dagelijks betaalmiddel.
De BIS mist de basis van geld
De kern van het rapport zit niet in de snelheid van stablecoins. Die erkent de BIS juist.
Het probleem zit bij de eigenschappen die geld betrouwbaar maken. Denk aan één rekeneenheid, inwisselbaarheid tegen pari, elastische liquiditeit en financiële integriteit.
Volgens het
BIS-hoofdstuk over vertrouwen in geld wordt het huidige geldsysteem gedragen door centralebankgeld en gereguleerde private partijen. Stablecoins missen diezelfde institutionele laag.
Daarom noemt de BIS stablecoins geldachtig, maar niet gelijkwaardig aan geld.
Publieke chains maken toezicht moeilijker
Stablecoins bewegen vaak op publieke blockchains. Dat geeft snelheid en open toegang, maar ook toezichtproblemen.
De BIS wijst op pseudonieme adressen, unhosted wallets, mixers en bridges. Die kunnen klantcontrole en antiwitwasregels verzwakken.
Uitgevers kunnen wel adressen bevriezen. Blockchainanalyse kan opsporing helpen.
Maar volgens de BIS vervangt dat geen dagelijkse, grootschalige AML- en CFT-controles zoals banken die uitvoeren.
Pariteit is niet altijd vanzelfsprekend
Een andere zwakke plek zit bij afwikkeling. Stablecointransfers worden niet direct of indirect op balansen van centrale banken afgewikkeld.
Daardoor kan onder stress twijfel ontstaan. Is een stablecoin van uitgever A altijd één-op-één gelijk aan die van uitgever B? En geldt dat ook over verschillende chains?
De BIS wijst op prijsafwijkingen op secundaire markten en fricties bij terugbetaling. Volgens het rapport lijken huidige stablecoinontwerpen daardoor soms meer op verhandelbare fondsstructuren dan op volwaardige betaalmiddelen.
Dat is een harde kwalificatie. De munt mag stabiel heten, maar de geldfunctie is volgens de BIS nog niet stabiel genoeg.
Frank Smets kiest twee sporen
Frank Smets, Acting Head of Monetary and Economic Department bij de BIS, vatte de lijn op 28 juni samen in zijn speech
Anchoring trust in money.
Zijn boodschap: beleid moet tegelijk stablecoins strenger omheinen en tokenisatietechniek binnen het bestaande tweelaagse geldsysteem brengen.
Smets waarschuwt dat brede stablecoinadoptie bankfinanciering, kredietverlening, begrotingsruimte en monetair beleid kan raken. Hij noemt ook risico’s rond geldmarkten, kapitaalstromen, liquiditeit en dollarisering in sommige economieën.
Dat is geen afwijzing van tokenisatie. Het is een poging om die techniek binnen centralebankgeld te trekken.
De BIS wil tokenisatie niet wegduwen
De BIS ziet juist veel waarde in tokenisatie. Denk aan programmeerbaarheid, atomic settlement en minder fouten bij afwikkeling.
De route loopt volgens de BIS alleen niet via losse stablecoinmarkten op publieke chains. De voorkeur gaat uit naar een systeem waarin tokenised central bank reserves, tokenised commercial bank money, gereguleerd privaat geld en tokenised assets samenkomen.
In het rapport noemt de BIS een unified ledger als mogelijke vorm. Centralebankgeld blijft daarin het vertrouwensanker.
Dat is de politieke boodschap onder de techniek. Programmeerbaar geld mag komen, maar niet buiten het monetaire fundament om.
Wat dit betekent voor crypto
Voor de cryptomarkt is dit een dubbel signaal. Stablecoins hebben product-market fit binnen crypto bewezen.
Ze zijn snel, bruikbaar en diep verbonden met handel, DeFi en dollarliquiditeit. Maar de BIS zegt dat dit nog geen bewijs is dat stablecoins de basis van geld kunnen dragen.
Daarmee verschuift de strijd. Het gaat niet alleen om snelheid, kosten of smart contracts.
Het gaat om de vraag wie liquiditeit levert in stress. Wie toezicht afdwingt. Wie pari-inwisselbaarheid garandeert. En wie aansprakelijk is als vertrouwen breekt.
Stablecoins hebben de toekomst van tokenisatie zichtbaar gemaakt. Volgens de BIS hebben ze nog niet bewezen dat ze zelf de toekomst van geld zijn.