Een man met een WIA-uitkering moet bruto €182.600,51 terugbetalen aan het UWV. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 21 april 2026 dat hij inkomsten uit netwerkmarketing niet had gemeld, terwijl die wel van belang waren voor zijn uitkering. Dat de commissies volgens hem in
bitcoin werden betaald, maakte daarbij geen verschil.
De uitspraak is opvallend omdat zij niet draait om koerswinst of speculatie, maar om iets veel praktischers: wanneer
crypto simpelweg de betaalvorm is voor werk. En juist dan kijkt de rechter niet naar de munt, maar naar de werkzaamheden erachter.
Waarom de rechtbank het UWV grotendeels gelijk geeft
Volgens de rechtbank was de man vanaf mei 2019 actief als “member” van een digitaal multi-levelmarketingplatform. Hij schreef mensen in op zijn account, bouwde een zogeheten downline op, woonde trainingen en presentaties bij in Dubai, gaf zelf ook trainingen en presentaties en maakte en verspreidde video’s om nieuwe deelnemers te werven.
Zijn commissies hingen samen met zijn rang binnen dat platform. De rechtbank noemt dit daarom werkzaamheden met een duidelijk financieel doel, en dus “op geld waardeerbare” arbeid.
Daarmee strandde ook zijn verweer dat het slechts om passief inkomen ging. Juist omdat de inkomsten voortkwamen uit actieve promotie, werving en training, ziet de rechter dit als een bron van inkomen en niet als louter passieve of speculatieve opbrengst.
Bitcoin verandert de meldplicht niet
Dat is de kern van deze zaak. De Belastingdienst schrijft ook los van deze uitspraak dat loon in crypto moet worden omgerekend naar euro’s en geldt als loon in natura. Wie voor diensten in crypto wordt betaald, moet dat omgerekende bedrag eveneens als omzet of inkomen behandelen. De betaalvorm schuift de onderliggende economische activiteit dus niet opzij.
Voor WIA’ers geldt daarnaast dat wijzigingen in werk en inkomsten binnen een week aan het UWV moeten worden doorgegeven. Het UWV noemt dat expliciet op zijn eigen informatiepagina’s.
Geen administratie, dan wordt het meteen zwaar
De zaak werd voor de man vooral problematisch doordat hij zijn inkomsten niet met verifieerbare stukken onderbouwde. Volgens de rechtbank had hij ondanks herhaalde verzoeken geen bankafschriften, belastingaangiften of transactieoverzichten van zijn crypto-wallets overgelegd.
Hij stelde dat dit lastig was vanwege veel kleine transacties, maar de rechter ging daar niet in mee. Omdat het UWV daardoor de omvang van zijn inkomsten niet goed kon vaststellen, mocht de instantie de uitkering over de relevante periode volledig terugvorderen. Ook zijn stelling dat hij de activiteiten ooit mondeling had gemeld, hield geen stand.
De rechtbank wijst erop dat er geen melding via Mijn UWV, geen wijzigingsformulier en geen geregistreerd telefoongesprek over deze werkzaamheden was. Een algemene opmerking uit een veel eerder gesprek met een verzekeringsarts was daarvoor niet genoeg.
Toch kreeg hij niet op alles ongelijk
Het UWV wilde aanvankelijk veel verder teruggaan. De instantie trok de uitkering eerst in vanaf 1 maart 2017 en vorderde in totaal €270.284,50 terug. Maar voor de periode vóór mei 2019 vond de rechtbank de onderbouwing te dun. Het UWV leunde daar vooral op LinkedIn-vermeldingen, en dat was volgens de rechter onvoldoende bewijs. Daarom ging er €87.683,99 van de oorspronkelijke terugvordering af.
Uiteindelijk bleef daardoor een bruto terugvordering van €182.600,51 over voor de periode van 1 mei 2019 tot en met 30 juni 2023. Het UWV moet daarnaast €1.868 aan proceskosten en €53 griffierecht vergoeden. Eerder was al een betalingsregeling van €200 per maand afgesproken.
Breder signaal voor crypto in gewone bestuurszaken
De uitspraak laat zien hoe crypto steeds vaker opduikt in alledaagse juridische dossiers. Niet omdat
bitcoin hier centraal staat als belegging, maar omdat crypto steeds vaker wordt gebruikt als betaalmiddel voor werk, commissies of online activiteiten. Dat maakt zulke inkomsten niet vrijblijvend of onzichtbaar. Sinds 1 januari 2026 moeten cryptodienstverleners bovendien klant- en transactiegegevens doorgeven aan de Belastingdienst onder DAC8, wat het bredere speelveld nog transparanter maakt.
De praktische les is daarom vrij simpel. Wie naast een uitkering geld verdient via een platform, commissieconstructie of online netwerk, doet er weinig toe of de uitbetaling in euro’s of in bitcoin binnenkomt. Zodra het om werkzaamheden en inkomsten gaat, kan er een meldplicht bestaan. En zonder administratie wordt de ruimte om dat achteraf nog recht te trekken snel klein.