De 37
banken achter
Qivalis gaan de nieuwe eurostablecoin niet allemaal direct gebruiken zodra de eerste tokens verschijnen. Topman Jan-Oliver Sell verwacht de eerste concrete banktoepassingen pas in het eerste of tweede kwartaal van 2027.
Daarvoor wil het Amsterdamse bedrijf eerst handel en liquiditeit rond de munt opbouwen. Denk aan beursnoteringen, marketmakers en koppelingen met DeFi. De volgorde maakt één ding duidelijk: een DNB-vergunning is nog geen bewijs van bankgebruik.
Eerst moet de token zelf de markt op
Qivalis kreeg op 14 oktober naar eigen zeggen een vergunning als elektronischgeldinstelling van De Nederlandsche
Bank.
Daarmee is een belangrijke voorwaarde voor de uitgifte van een euro-
stablecoin vervuld.
Maar
Qivalis zegt zelf dat het momenteel nog geen elektronisch geld uitgeeft en geen betaaldiensten aan het publiek levert.
De onderneming mikt op de eerste uitgifte in de komende maanden.
Qivalis kiest voor twee fasen
Sell beschrijft in een
interview dat op 15 oktober verscheen een uitrol in twee stappen.
Eerst moet er een markt rond de token ontstaan.
Qivalis wil daarvoor noteringen op handelsplatformen regelen, overeenkomsten met marketmakers sluiten en aansluiting zoeken bij DeFi-toepassingen.
Marketmakers zorgen ervoor dat er voortdurend koop- en verkooporders beschikbaar zijn. Dat helpt gebruikers om grotere bedragen te verhandelen zonder dat de prijs meteen sterk beweegt.
Pas daarna moeten de toepassingen bij deelnemende banken breder op gang komen.
Eerste bankgebruik pas in eerste helft 2027
Sell verwacht die eerste toepassingen in Q1 of Q2 van 2027.
Dat is een verwachting, geen gegarandeerde lanceringsdatum.
Volgens het interview zullen bij de eerste uitgifte slechts enkele deelnemende banken technisch in staat zijn om tokens te laten uitgeven, in te wisselen of te bewaren.
Zelfs banken die de technische basis al hebben, werken volgens Sell nog aan hun eerste proeven.
Dat maakt het getal van 37 deelnemers minder eenvoudig dan het klinkt.
Qivalis heeft steun van 37 banken uit vijftien Europese landen. Dat betekent niet dat 37 banken vanaf de eerste dag dezelfde stablecoindienst aanbieden.
Whitepaper komt vóór brede handel
Ook de juridische route is nog niet afgerond.
Onder
MiCA moet Qivalis voor zijn elektronischgeldtoken een whitepaper publiceren.
Daarin staan onder meer de werking van de munt, rechten van houders, risico's, gebruikte technologie en voorwaarden voor inwisseling.
Een belangrijke nuance: zo'n EMT-whitepaper hoeft niet vooraf formeel door DNB te worden goedgekeurd.
MiCA verlangt dat de uitgever de whitepaper minstens twintig werkdagen vóór publicatie meldt bij de bevoegde autoriteiten.
Daarnaast moet een uitgever zijn voornemen om een elektronischgeldtoken publiek aan te bieden of tot handel toe te laten minstens veertig werkdagen vooraf melden.
De vergunning voor Qivalis als onderneming en de marktintroductie van de specifieke token blijven dus afzonderlijke stappen.
Internationale betalingen staan hoog op de lijst
Bij de banken ziet Sell vooral mogelijkheden voor internationale betalingen.
Een eurostablecoin kan daarbij geld als token over een
blockchain laten bewegen zonder dat de waarde eerst naar dollars hoeft te worden omgerekend.
Voor Europese bedrijven kan dat aantrekkelijk zijn wanneer contracten, facturen en boekhouding al in euro's staan.
Een andere toepassing die Sell noemt is handelsfinanciering.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om betalingen en financiering rond internationale handel in fysieke grondstoffen.
Qivalis spreekt volgens het interview ook met bedrijven die dergelijke handelsstromen financieren en met partijen die de bijbehorende platforms bouwen.
Een stablecoin heeft meer nodig dan een uitgever
Voor zulke toepassingen moet de hele route werken.
Een bedrijf moet de token kunnen verkrijgen.
De tegenpartij moet hem kunnen ontvangen en accepteren.
Daarna moet er ook een betrouwbare weg terug naar gewone euro's bestaan.
Daarom is liquiditeit vóór de bankuitrol relevant. Een stablecoin zonder voldoende handelsmogelijkheden kan technisch uitstekend werken, maar blijft lastig bruikbaar voor grotere bedragen.
Qivalis probeert dat kip-en-eiprobleem eerst op cryptomarkten op te lossen.
DeFi kan de eerste liquiditeit leveren
Daarmee krijgt DeFi een opvallende rol in een project dat juist door traditionele Europese banken wordt gedragen.
Decentrale handels- en leenprotocollen kunnen relatief snel markten rond een nieuw token creëren.
Dat betekent niet automatisch dat grote banken zelf massaal DeFi gaan gebruiken.
Het gaat in de eerste fase vooral om het beschikbaar maken en verhandelbaar houden van de eurotoken op publieke digitale markten.
Wanneer daar voldoende liquiditeit ontstaat, wordt het voor een bank eenvoudiger om later een betaal- of handelsproduct rond dezelfde munt te bouwen.
Nederland blijft het juridische vertrekpunt
De Nederlandse positie blijft opvallend.
Qivalis is in Amsterdam gevestigd en staat na de nieuwe vergunning onder doorlopend toezicht van DNB.
Tegelijk is het initiatief Europees opgezet.
De 37 deelnemende instellingen komen uit vijftien landen. Daardoor hangt succes niet alleen af van de Nederlandse vergunning, maar vooral van de vraag hoeveel banken de munt uiteindelijk in echte producten verwerken.
Dat wordt in 2027 beter meetbaar.
Drie mijlpalen verdienen nu aandacht
Voorlopig moeten drie gebeurtenissen uit elkaar worden gehouden.
Eerst komt de productdocumentatie en de daadwerkelijke uitgifte van de token. Daarna moet handel ontstaan via beurzen, marketmakers en andere digitale markten. Pas vervolgens verwacht Qivalis de eerste toepassingen bij zijn aangesloten banken.
Die volgorde voorkomt dat “37 banken achter een stablecoin” wordt verward met 37 banken die hem vandaag al gebruiken.
Qivalis heeft nu de vergunning. De volgende test is of het ook een liquide munt kan bouwen.
Daarna volgt de moeilijkste stap: banken zover krijgen dat zij die munt daadwerkelijk door hun betaal- en handelsprocessen laten lopen.